*

 
dossier

Archief

Sprintkampioen Bos komt uit voor zijn olympische aspiraties

JOHAN WOLDENDORP − 05/01/98, 00:00

GRONINGEN - De nationale sprintkampioenen zijn dezelfde (Jan Bos en Marianne Timmer), maar hoeveel rustiger dan vorig jaar was het vaarwater in de Kardinge. Toen stapte de 'recalcitrante' Leen Pfrommer glimmend van trots rond op de Groningse kunstijsbaan. Van de acht afstanden 'won' hij er zeven. Zijn vaandeldragers van de 'kernploeg opleiding sprint' waren één met de man die later door de KNSB aan de kant werd geschoven. En de officiële coach, Peter Müller? Met de Amerikaan kon maar beter de kachel worden aangemaakt.

Het stormde dit weekeinde, maar nu niet in overdrachtelijke zin. Pfrommer heeft een mooi afscheid gehad van de bond, traint hier en daar nog een plukje schaatsers, Bos en Timmer hebben hoe dan ook een keurige opleiding genoten en onder Müller maken ze evenzeer progressie door. Ze hebben onveranderd een zwak voor hun oude trainer, maar ja, het leven gaat door en voor de flamboyante Yank gaan ze even vrolijk door het vuur. Jan Bos riep na zijn met overmacht geprolongeerde nationale titel heel goed te kunnen leven met het idee dat velen hem als een medaillewinnaar op de Olympische Spelen zien. Pfrommer zou hem op dat punt tot uiterste voorzichtigheid hebben gemaand. “Het is de Amerikaanse stijl van motiveren”, heeft Bos geleerd. “Müller zegt tegen je dat het er inzit, dat je het kunt. Het moet er alleen nog uitkomen. Ik kan me heel goed vinden in die filosofie. Nederlandse schaatsers zouden meer op die manier moeten denken. Maar ik geef toe dat het vorig jaar om deze tijd geen moment in me op zou komen dat ik in februari 1998 in Nagano zou kunnen schaatsen. Ik dacht toen wel aan de Olympische Spelen, maar dan aan die van Salt Lake City, in 2002.”

Dat groeiproces begon trouwens drie jaar geleden al, toen Bos zich er bij had neergelegd een carrière als sprinter te moeten opbouwen. “In 1994 werd ik wereldkampioen bij de junioren. Ik wilde naar de allrounders, maar moest naar de sprintkernploeg. Ik was het daar absoluut niet mee eens en verzette me daar ook heftig tegen. Dat heeft me een jaar gekost. Toen ik echter wereldbekerwedstrijden sprint ging rijden, merkte ik dat topsporter begon te worden. Ik ging toen echt schaatsen leren.” Dat mondde vorig seizoen uit in een tweede plaats op de duizend meter op de WK afstanden en leidde in november tot het kortstondige bezit van het wereldrecord op de 1000 meter.

Jan Bos, technisch een van de meest verfijnde schaatsers uit het gezelschap, baarde vooral zaterdag opzien op zijn beste afstand. Na een flitsende opening en een formidabele tussenronde van 27,0 kwam hij uit op 1.12,88. Normaal bouwt Bos zijn race een stuk behoudender op. Zijn eindtijd kwam eigenlijk 'als vanzelf' op het scorebord te staan. De Gelderlander had het drukker met zijn klapschaatsen dan met de wedstrijd, die hij toch maar als onderdeel van zijn training voor de Spelen zag. “Ik was na 600 meter bang om te vallen. Eigenlijk zat ik aan heel andere dingen te denken. Of nog beter: ik had de indruk dat ik helemaal niet na hoefde te denken bij het schaatsen. Het ging vanzelf.”

Het kostte echter veel hoofdbrekens om zover te komen. De vorige week kreeg Bos weer eens een paar nieuwe schaatsen. Hij was niet tevreden over de linkerbuis. De 'oude' ijzers pasten perfect onder fraai gestyleerde kuipschoentjes, maar als veel schaatsers heeft ook Bos liever wat ouder schoeisel onder de voeten. Er volgde uit zijn mond een hele verhandeling over ringen, riempjes en platen die hij had aangebracht om een aanvaardbaar compromis tussen oud en vertrouwd aan de ene en nieuw en beter aan de andere kant te vinden. “Die oude schaatsen liepen naar buiten. Dat leverde nogal wat energieverlies op. Die nieuwe dingen zitten een stuk strakker.”

Erezaak

Op het aangepaste materiaal deed Bos zaterdag al zulke goede zaken dat hij gisteren freewheelend het toernooi kon afronden. Hij vond het een erezaak op de kilometer niet al te veel op Postma te verliezen, vandaar dat hij nog even aanzette. “Want ik wilde toch wel kampioen worden. Die titel heb ik nu eenmaal graag op mijn erelijst staan.”

Bos had er, net als zijn maatje Wennemars die keurig in zijn spoor bleef, een door de 'nood' geboren belang bij geen gezichtsverlies te lijden. Na de NK afstanden hadden de twee boezemvrienden de KNSB verzocht direct voor de WK sprint in Berlijn (24 en 25 januari) te worden geplaatst. Dan konden ze doortrainen en desnoods zonder pijn buiten de prijzen vallen. De bond bleef volharden in het standpunt dat de kandidaten in Groningen hun plaatsje moesten verdienen. Bos, Wennemars en de eveneens in de olympische ploeg opgenomen Leeuwangh zagen zich, op papier tenminste, prompt met ongewenste concurrentie geconfronteerd: Ids Postma en Martin Hersman. Met name Postma ging voluit in zijn ijstraining en dwong met een knappe 36'er op de tweede 500 meter (in zijn geval, door de zeer ruime bocht, circa 550 meter) en een verdienstelijke 1.13,34 op de tweede kilometer zowaar deelname aan de sprint-WK af. De Fries had de commissie kernploegen evenwel al bij voorbaat gemeld geen trek te hebben in dat toernooi.

Nadat dezelfde commissie hem al het recht had onthouden komend weekeinde in Helsinki zijn Europese allroundtitel te verdedigen, had hij er wel behoefte aan voluit te gaan op een afstand (1000 meter) waarop hij in Nagano weliswaar niet zijn zinnen heeft gezet, maar die een mooie vluchtweg blijft als de medaillemissie op de 1500 meter mislukt. In een emotionele bui had Postma na de afwijzing voor het EK geroepen dat hij met schaatsen wilde stoppen, maar dat geloofde uiteraard niemand. “Ik ben al aardig over de teleurstelling heen,” zei de Fries gisteren bij wijze van understatement. “Zo erg is het ook weer niet dat ik het EK niet rijd.”

De wereldkampioenschappen sprint passen niet in de voorbereiding op de Winterspelen. Postma vertrekt vandaag met vrijwel alle (potentiële) Nagano-gangers naar Inzell. In Innsbruck (wereldbeker) rijdt de Friese flyer de 1500 en 10 000 meter. In het weekeinde van 'Berlijn' gaat hij met de eerste schifting naar Japan, waar in Koumi (twee uur rijden van Nagano) de voorbereiding op het belangrijkste schaatstoernooi van dit jaar wordt afgerond. De klapschaats mag daar allang geen punt van kopzorg meer zijn. Net als Bos ziet ook Postma de klapper als een stuk speelgoed dat je iedere dag als een Lego-pakket uit elkaar moet halen en weer in elkaar zetten. “Ik heb van Viking inmiddels andere gehad. Wat de uiterste datum is om er nog mee te experimenteren? De schaats is goed. Ik ga niet meer veranderen, ik moet er nu maar aan wennen.”

Postma staat zijn plaats gaarne af aan Jakko Jan Leeuwangh, die vorig seizoen afscheid moest nemen van de kernploeg, maar als gewestelijk rijder op eigen kosten in het geniep de zomerse trainingskampen van de vaderlandse sprintelite meemaakte. Bos en Wennemars doen hun best om te doen geloven dat de WK slechts een onderbreking van de training is, maar gezien de hunkering van de eerste naar de nationale titel wil Bos twee weken voor de Olympische Spelen laten zien dat hij in no time tot de wereldtop is doorgedrongen. Een podiumplaats is haalbaar. Hij heeft geen ruggenspraak met Müller nodig om daarvan getuigenis te doen. Het zou bij de mannen de eerste over all medaille sinds Hilbert van der Duim (1983, Helsinki) zijn.

mailIcon print |