Aan één snode daad heb ik mij als dansjournaliste nooit schuldig gemaakt. Bij het versturen van mijn post heb ik nog nooit een danser of choreograaf gelikt of geplakt.
Dat is domweg onmogelijk. Nederland is een van de weinige landen ter wereld dat nooit een danser, ballerina, choreograaf of zelfs maar een ballet of klompendans voor bezegeling op postzegelformaat in aanmerking liet komen. Van alle nationale postzegels kreeg alleen de serie Kinderpostzegels van 1964 een dansend figuurtje toegekend. Voor dat ter waarde van 10 cent huppelende meisje (met vleugeltjes op de rug) moest je toen een stuiver extra betalen.
Koning, keizer, admiraal, op een postzegel komen ze allemaal. Dat geldt ook voor schilders, schrijvers, componisten en vele andere kunstenaars. Om hier van de dieren- en plantenwereld, de typisch Nederlandse architectuur en geografie of onze sporters en wetenschappers maar te zwijgen. Door welk restant van onuitroeibaar zondebesef heeft de Nederlandse postzegelcultuur zich zo hardnekkig afgesloten voor de theater- of volksdans? Of wordt gemeend dat dans tot zo'n aparte orde behoort dat haar zoiets schunnigs als het bespeekselen en met de duim vastdraaien bespaard moet blijven? Vreemd, want waarom bezegelen wij onze koningin dan wel in vele kleuren met dit lot? Overigens zal de weer en wind trotserende postbode in Nederland ook niet door een straat, plein of steeg met een dans(ers)naam lopen om het postadres te bereiken. Want ook daarvoor viel de danssector tot op heden buiten mededinging, in tegenstelling tot collega's uit de overige podiumkunsten.
Onder de filatelisten in ons land zijn er maar weinigen die zich toelegden op het gebied van dans. Yvonne Beumkes, thans dansgeschiedenisdocente in Rotterdam, is een van hen. Zij heeft al albums vol met de fraaiste dans-postzegelseries, met de meest onverwachte combinaties. Uitgerekend Liberia gaf bijvoorbeeld een serie met blanke ballerina's op spitz en in tutu uit en in het kader van de strijd tegen racisme liet Rwanda een zwarte man met een blanke ballerina op de gekartelde vierkante centimeter dansen. Monaco bracht een serie Ballets Russes-zegels uit, naar aanleiding van het feit dat dit befaamde gezelschap jarenlang in de kelders van het Casino te Monte Carlo trainde. Zoals te verwachten waren in de voormalige Sovjet Unie de sterren van Bolshoi en Kirov goed voor pronken via de post en in Amerika werden onder anderen Martha Graham en Fred Astaire tot nationale trots op postzegelformaat uitgeroepen. Daarbij valt op dat Graham, de voorvechtster van de moderne dans, met een spitz werd afgebeeld, dus het symbool van de ballettraditie waartegen zij juist rebelleerde.
Vooral klassieke ballerina's blijken in postzegelland hoog te scoren. Hun collega's van de moderne dans daarentegen heel laag. Ter representatie van de Europese moderne dans staat alleen Mary Wigman in een typische Ausdruckstanz-pose op een Duitse zegel. Dansers die pas na de Tweede Wereldoorlog beroemd werden, zijn nog niet tot de culturele bestanden van de filatelie doorgedrongen. Ondanks het etiket heeft de internationale post de postmoderne dans nog niet ontdekt.
Zeker nu de postzegel een steeds zeldzamer gebruiksartikel gaat worden of de nationale identiteit op het spel staat met de introductie van een Eurozegel, wordt het tijd de Nederlandse achterstand weg te werken. De tijd is er rijp voor, want Nederland is op gebied van theaterdans al vele jaren internationaal toonaangevend. De balletten van Kylian en Van Manen zijn welbeschouwd paradepaardjes in de kunst-internationalisering. Wie weet... en maak ik het toch nog mee dat ik Kylian en Van Manen kan likken of bestempeld krijg opgestuurd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.