Soms krijg je echt een panklaar onderwerp voor een stukje in de schoot geworpen. Dan hoef je maar achter het toetsenbord te gaan zitten en je ramt het er zo uit.
Maar met die panklare dingen kun je, net als met tv-dinners, lelijk onderuit gaan. Het lijkt heerlijk, maar is het resultaat wel echt? Neem dat feestje bij de buren, Fred en Cathy. Tegen het eind van de avond, we staan al met de jassen aan, komt Fred opeens met een verhaal over zijn dagelijkse ochtendwandeling met hond Zeke, Highview Road op en neer.
Als ik wel eens een nacht doorwerk, zie ik hem altijd in de eerste zonnestralen de vrije natuur instappen. Daarna neemt hij dan, weer of geen weer, een duik in het zwembad - een vreselijk gezond voorbeeld dat me altijd een hevig schuldgevoel bezorgt. “Tja, da's een mooie wandeling”, meent Harriet, die dichteres is. “Vooral in de herfst als. . .” “Er ligt alleen steeds meer rotzooi.” “Echt waar?” vraagt een andere buurtbewoner gekwetst. “Nou, dat zie ik eigenlijk niet zo.” “Nee”, zegt Fred met een milde glimlach, “omdat ik het opraap.”
“Wat zeg je?” “Ja, als ik rommel zie, raap ik het op.” “Echt waar?” “Absoluut.”
De verbazing is algemeen. De Lions club van Pound Ridge houdt elk jaar met Pasen een wijkopruimingsdag, waarop mensen die zich daartoe geroepen voelen blikjes, plastic zakken en gebroken V-snaren uit de berm vissen, maar iemand bij wie de burgerzin zover gaat, dat hij dat op individuele en vrijwillige basis doet, dat zie je ook hier niet veel. De verbazing krijgt al snel trekjes van hilariteit. Fred blijft er serieus onder: “Ja, ik houd er niet van in een buurt te wonen waar rotzooi op straat ligt. Dat brengt ook de waarde van m'n huis naar beneden.”
Dat slaat in. Door de massa-ontslagen bij IBM en andere grote concerns met hoofdkwartieren in Westchester County is onroerend goed hier voor velen een tot droefenis stemmend bezit. De huizenprijzen zijn gekelderd, terwijl de hypotheken dat niet deden. Velen hangen met hun nagels aan de dakgoot.
“Maar Fred, wat doe je dan met die rotzooi? Sleep je die mee naar huis?” “Nee, die stop ik in de dichtstbijzijnde brievenbus.” (Iedereen heeft zijn brievenbus aan de weg staan). Geschokte stilte, dan gegeneerd gegrinnik, een enkele uitroep van verbazing. “Vinden jullie dat gek?”
Mijn kinderen mogen in de zomer Freds zwembad gebruiken, dus ik behandel hem met égards, maar nu hij zo direct om een mening vraagt. . .
“Fred, dat is niet zozeer gek alswel krankzinnig.”
“Helemaal niet, dat leert de mensen, dat ze geen troep moeten laten slingeren.” “Hoezo, ze hebben toch geen idee hoe het spul erin komt? Ze denken gewoon dat een kind kattekwaad heeft uitgehaald. Straks denken ze nog dat míjn kinderen het gedaan hebben.” “Hoe weet je trouwens dat het hun rotzooi is”, vraagt Max. Max is advocaat. Ik zie hem de aanklacht al schrijven.
“Het ligt voor hun huis.”
“Ja, maar het is er neergegooid door willekeurige vreemden vanuit rijdende auto's, een enkele wandelaar. . . Die huiseigenaren zijn daar niet aansprakelijk voor. Sterker nog, jij richt schade aan andermans eigendom aan.”
“Hoezo, schade?”
“Vervuiling is schade. Iets wat dagenlang in de modder langs de weg heeft gelegen. . . Ik wil dat niet in mijn brievenbus.” “Fred, zeg eens eerlijk (Charlie van de overkant, altijd vol grappen), ik zie je nooit met een schepje en een plastic zak. Dus, eh. . . Wat doe jij met de uitwerpselen van Zeke? Als ik je er ooit bij betrap, dat je een hondedrol in mijn brievenbus stopt. . .”
Grote hilariteit. Fred begint het warm te krijgen. “Fred, wij zijn jouw vrienden (Max de advocaat). Wij hebben dit niet gehoord. Maar laat ik je één goede raad geven: praat hier met niemand over.”
Onder algemeen geschater verlaten we het huis. Die Fred. . . Met mijn arm om zijn schouder neem ik afscheid: “Hartelijk dank, Fred, prachtig materiaal voor mijn column.”
Zie, dat bedoel ik: probeer daar nou maar eens een geloofwaardig stukje van te maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.