*

 
dossier

Archief

ANNE TERPSTRA IN HILVERSUM

ANNE TERPSTRA − 07/10/95, 00:00

Ik weet niet wat ik heb maar ik voel me de laatste dagen helemaal niet zo prettig. Woensdag moest ik midden in een volle NCRV-kantine ineens overgeven. Ik schaamde me dood. Ik lig nu thuis op bed en ik weet niet of ik echt ziek ben of overspannen. Dat laatste zou best kunnen want de laatste weken zijn bijzonder hectisch. Hilversum gaat op een compleet gekkenhuis lijken en Herman moet de rust zien te handhaven. Dat valt niet mee.

Van de week kwamen de netpartners van Nederland 3 met het plan om tot zeer drastische vernieuwingen van het publieke omroepbestel te komen. De netpartners van Nederland 1 reageerden geschrokken, zij willen de veranderingen langzaamaan en niet al te vergaand doorvoeren. Herman en ik zitten op de lijn van Nederland 3 maar we mogen dat naar buiten toe niet laten blijken. Wij moeten neutraal overkomen.

Grote spanningen dus op het werk. Maar ook grote spanningen in de privésfeer. Herman is, zonder dat zijn vrouw Tedje ervan op de hoogte is, begin deze week een verhouding met Tilly Patersnotte, van de KRO, begonnen. Dinsdag belde Tedje naar kantoor en vroeg naar Herman. Ik wist dat hij met Tilly aan het voos-lunchen was, maar ik zei dat hij in een vergadering zat. Tedje zei dat het dringend was en wilde dat ik hem in de vergadering zou storen maar ik zei dat ik dat absoluut niet mocht. Toen gooide ze woedend de hoorn op de haak. Ik vind het zo moeilijk om te liegen. Herman mag mij niet in zo'n situatie brengen. Hij weet dat ik alles opkrop. Toen we dus woensdag in de NCRV-kantine waren en Herman vertelde dat hij met Tilly naar een broadcast-congres in Cannes zou gaan, werd het me ineens te veel. M'n complete kipsalade spoog ik uit.

Ik voelde me verschrikkelijk rillerig, zweterig en zelfs angstig. Herman stak geen poot uit! Wat voel je je dan eenzaam. Er was, in die stampvolle kantine, maar één iemand die mij te hulp schoot, een zeer vriendelijk ogende man. “Kan ik iets voor u doen in de sector nazorg”, vroeg hij. Ik vloog overeind, veegde resten spuug van mijn mond en zei: “U bent Gert, van NCRV klassiek! Ik herken u aan uw stem! Ik luisterde, jaren geleden, 's nachts altijd naar uw uurtje klassiek. Het was zo rustgevend, zo vertrouwingwekkend. Wat fijn dat u in werkelijkheid ook zo'n goed mens bent.”

Herman, mijn baas, wist zich met z'n houding geen raad. Ik voelde een grote afstand tussen hem en mij en vroeg Gert of hij mij misschien naar m'n auto kon brengen. “Moet ik dat niet doen?” vroeg Herman. “Nee, blijf jij maar lekker met je gedachte bij die KRO-slet dan laat ik me door een NCRV-heer verwennen.”

Gert bracht me naar de auto en ik reed linea recta naar huis. Nu rommel ik dus wat thuis. Ik voel me niet echt ziek, eerder onrustig. Ik heb me de laatste weken misschien wat al te veel op m'n werk geworpen. Ben ik niet van m'n gezin aan het vervreemden? Ik denk dat ik me de volgende week ook nog ziek meld.

(Wordt vervolgd)

mailIcon print |