De Griekse filosoof Xenophanes vertelt een interessante anekdote over zijn collega Pythagoras. Toen Pythagoras zag dat een hond geslagen werd was hij ernstig ontdaan, omdat hij in het gehuil van het dier de stem van een overleden vriend meende te herkennen.
Pythagoras geloofde - zo blijkt hieruit - in reïncarnatie. Natuurlijk geloofde hij in de reïncarnatie van de ziel van mensen. Van Pythagoras wordt verteld dat hij zich moeiteloos gebeurtenissen uit wel tien of twintig van zijn vorige levens wist te herinneren. Maar hij geloofde ook in de zielsverhuizing tussen mensen en dieren en zelfs zou hij het mogelijk hebben geacht dat de mensenziel zou verhuizen naar bonen. Daarmee zou althans een verklaring zijn gegeven voor zijn verbod om bonen te eten.
Met dat laatste komen we aan de praktische consequenties van een geloof. Het geloof in de zielsverhuizing bracht Pythagoras tot een vriendelijke houding tegenover zijn medemensen maar ook tegenover dieren. Hij was, zoals men kan verwachten, vegetariĆ«r. Maar hij wilde ook overal helpen en terzijde staan. In pythagoreïsche kringen werden vrouwen hoog geacht, evenals slaven, een overtuiging die bepaald geen gemeengoed was in de klassieke oudheid.
Het geloof in reïncarnatie blijkt tegenwoordig aanzienlijke vormen aan te nemen. Het intypen van 'reincarnation' op een zoekprogramma op internet levert een gigantische hoeveelheid treffers op. Ik geloof zelf nog niet dat ik erin geloof, maar een ding weet ik wel: als je in onsterfelijkheid gelooft, in iets 'hierna', lijkt geloof in reïncarnatie, in iets 'hiervoor', mij heel logisch. Of negatief geformuleerd: het idee dat een ziel zou zijn ontstaan uit het niets om vervolgens na de dood eeuwig voort te bestaan, is een wonderlijk geloofsartikel. Daarbij vergeleken is de gedachte dat de ziel eeuwig heeft bestaan, maar alleen telkens van gedaante verandert een bijna vanzelfsprekend idee.
Voor geloof in reïncarnatie worden drie argumenten aangevoerd. Het eerste is dat mensen in een later leven compensatie zouden krijgen voor geleden onrecht in dit leven. Zo geformuleerd klinkt dat aardig. Maar het betekent ook dat de overreden kleuter in dit leven wordt gestraft voor misdaden die in het vorige leven zijn begaan. Ga dat maar eens aan de ouders uitleggen. Een tweede argument is dat van de herinnering. Pythagoras herinnerde zich vorige levens en onder Amerikaanse filmsterren schijnt het een rage te zijn zich onder hypnose in contact te laten brengen met hun vorige levens. Een aardig experiment, maar er is al veel fraude geconstateerd.
Het meeste voel ik voor een derde argument, een zeer romantisch argument eigenlijk. Men vindt het mooi verwoord in een boek van de Britse filosoof John McTaggart, Some Dogmas of Religion (1906, opnieuw uitgegeven in 1997 bij Thoemmes Books). Het komt zelden voor, schrijft McTaggart, dat de filosoof of theoloog iets ziet in de liefde van twee mensen voor elkaar: 'It is rarely that the writings of a philosopher or a theologian find anything in a young man's love for his sweetheart except a mixture of sexual desire and folly.' (Zelden zien zij er iets anders in dan een mengeling van seksuele begeerte en dwaasheid'). Maar dat acht hij onjuist. Twee mensen die elkaar nooit eerder hebben gezien kunnen met een kracht naar elkaar toe worden gezogen alsof zij al een heel leven met elkaar hebben opgetrokken. Dat valt niet anders te verklaren dan door aan te nemen dat zij elkaar eigenlijk al kennen.
Klopt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.