MOSKOU - Boris Jeltsin houdt nog één slag om de arm, maar verder is hij klaar voor de strijd. Als zijn hart hem niet in de steek laat, dan probeert hij opnieuw president van Rusland te worden. Hij heeft minder dan vijf maanden tijd om van een algemeen beschimpt president te promoveren tot de minst slechte kandidaat.
“Ik moet nog even wachten om op krachten te komen, maar op dit ogenblik mag ik van de dokters niet eens tennissen” zei Jeltsin gisteren. Als of niet kunnen tennissen voor Jeltsin altijd de graadmeter is voor gezondheid; hij heeft zelfs menig minister en adviseur de baan op gesleept. Toch is Jeltsin, die volgende week 65 wordt, optimistisch over zijn hart dat hem in een half jaar tijd twee keer het ziekenhuis in bracht. “Ik zal snel weer sterker worden en dan gaan we ertegen aan.”
Er is weinig misverstand meer over mogelijk wat hij daarmee bedoelt. Zelfs het verzet van zijn vrouw, die klaagt dat het presidentschap van Rusland een moordende baan is, lijkt hij te hebben overwonnen. Officieel zegt hij pas medio februari of hij zich kandidaat stelt, maar dat is slechts een formaliteit.
De parlementsverkiezingen van vorige maand hebben hem gesterkt in de overtuigingdat hij nogmaals een gooi kan doen naar het Kremlin. De vernietigende artikelen over hem in de Moskouse kranten en de laatdunkende opmerkingen die gemeengoed zijn in alledaagse conversatie over 's lands president, lijken hem nauwelijks te beroeren. Een normaal mens zou zich al gauw neerleggen bij al dat venijn. Zelfs de rampzalige 'bevrijdingsactie' tegen een Tsjetsjeens gijzelingscommando heeft hem niet de moed in de schoenen doen zinken. Integendeel, hij volhardt dat het een “goed geplande en uitgevoerde operatie” was, terwijl militairen vers van het slagveld klagen over gebrek aan leiding, een overmaat aan chaos, en dat er zelfs nauwelijks te eten was.
Maar Boris Jeltsin zit anders in elkaar. Op het dieptepunt vindt hij zijn kracht.
De uitslag van de verkiezingen van december maakte zijn vechtlust los. Bijna een kwart van de kiezers durfde het weer aan om op de communisten te stemmen. Het was een proteststem bij uitstek voor al die oudere mensen die onder het regime van Boris Jeltsin hun bestaanszekerheid grotendeels hebben verloren. Juist die ouderen probeert Jeltsin nu te paaien.
Zoals kunstschilders hun blauwe en roze perioden hebben, zo verschiet Jeltsin ook periodiek van kleur. Na een lange loopbaan binnen de rode bureaucratie van de Sovjet-Unie, vertoonde hij als president van het herboren Rusland een onvermengd blauw in zijn economisch beleid dat hij liet uitvoeren door radicale liberalen. Toen dat bij verkiezingen toch moeilijk leek te liggen en het ultra-nationalistische heethoofd Zjirinovski goed bleek te scoren, brak voor Jeltsin een wat kleurloze periode aan. Alleen zette hij steeds krachtige zwarte strepen als het om de macht van Rusland en zijn president ging.
Nu, na de communistische winst, is het gemeengoed om te zeggen dat Jeltsin zijn oren laat hangen naar de roden. Zo op het eerste gezicht lijkt dat inderdaad zo. De door communisten en ultra-nationalisten gehate minister van buitenlandse zaken Kozirev ging heen. Vervolgens moest zijn liberaal geachte stafchef Filatov plaatsmaken voor de krachtpatsende Jegorov. Toen ook nog eerste vice-premier Anatoli Tsjoebais, bijgenaamd de tsaar van de privatisering, het veld moest ruimen, leek de overwinning van het rood compleet.
Bij nader inzien zou het weleens een grijze periode kunnen zijn, waaraan Jeltsin is begonnen, om de oudere kiezers weg te krijgen bij de communisten. Met veel tamtam hamert hij er nu steeds op dat de pensioenen op tijd moeten worden uitbetaald, iets waarover hij zich de afgelopen jaren amper druk heeft gemaakt. Dat mensen soms maanden moesten wachten op hun schamele uitkering leek hij te aanvaarden als gevolg van een krappe staatskas en een toenemende begrotingsdiscipline, afgedwongen door internationale geldschieters. Nu heeft hij plotseling de resten van de KGB en justitie in stelling gebracht tegen de mensen die de betalingen traineren.
Grijs Rusland moet ook onder de indruk raken van zijn martiale taal tegen de Tsjetsjenen. Rusland laat niet met zich spotten, is zijn refrein tegen de nostalgie naar de tijd dat Moskou wat voorstelde in de wereld. Dat zijn zwarte streken in zijn grijze offensief.
In die lijn past ook zijn brief van gisteren aan de Raad van Europa. Die moet het niet wagen morgen nieuwe hindernissen op te werpen voor Ruslands lidmaatschap. Als de Raad van Europa opnieuw gaat jammeren over Tsjetsjenië, dan zal dat in Rusland verkeerd vallen, legde Jeltsins perswoordvoerder uit. Want dan denken de Russen dat de raad “steun geeft, ook al is dat indirect, aan de groepen die proberen het Tsjetsjeense probleem op te lossen met onmenselijke en terroristische methoden”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.