1. Brazilië 2. Tsjechoslowakije 3. Chili 4. Joegoslavië
Na twaalf jaar keerde het WK terug in Zuid-Amerika, in Chili. Het langgerekte land werd in 1960, twee jaar voor de start van het evenement, getroffen door een zware aardbeving. De wereldvoetbalbond (Fifa) vond het echter niet nodig de organisatie van het toernooi in andere handen te geven. Een emotioneel pleidooi van de voorzitter van de Chillees bond, Dittborn, vond gehoor bij de Fifa. “We moeten het WK hebben, juist omdat we niets hebben”, zei Dittborn. Zelf maakte de preses het toernooi niet mee. Twee maanden voor de aftrap overleed hij.
De Chilenen bouwden twee stadions, in Santiago en Vina del Mar. Rancagua en Arica, bij de grens met Peru, waren de twee andere WK-steden. De organisatoren stonden aan veel kritiek bloot. Slechte communicatie, corruptie met kaarten en te dure hotels, waren veelgehoorde klachten. Ook in sportief opzicht werd het een matig WK. Er kwamen weinig toeschouwers en de mensen die wel de stadions bezochten, zagen verdedigend en vaak keihard voetbal. In de 44 wedstrijden werden slechts 89 doelpunten gemaakt, een gemiddelde van net één.
Nederland kwalificeerde zich wederom niet voor het toernooi, waar zestien landen deelnamen. Het Oranje van Elek Schwartz behaalde in de groep met Hongarije en de DDR niet één zege. Ook de Nederlandse Antillen haalde 'Chili' niet. Na de winst op Suriname waren Mexico en Costa Rica te sterk. Toch kleefde er een oranje tintje aan het evenement. Voor het eerst was er een Nederlandse scheidsrechter aangewezen door de Fifa. Leo Horn kreeg de primeur en hij floot drie duels: Hongarije - Engeland, West-Duitsland - Zwitserland en Joegoslavië - West-Duitsland.
De arbiters hadden het niet eenvoudig. De meeste duels waren bikkelhard, met als dieptepunt Chili-Italië (2-0). Het duel in Santiago ontaardde in een veldslag nadat de Engelse scheidsrechter Aston de Italiaan Ferrini uit het veld stuurde. De aanstichter van de massale vechtpartij heette Sanchez, zoon van een Chileense profbokser. Met een welgemikte mokerslag brak hij de neus van Maschio. Nadat ook de Italiaan David het recht in eigen hand nam, ontstond er totale anarchie op het veld. Het was een zwarte dag voor het voetbal.
Vrijwel alle ploegen hadden het vizier in Chili niet op de aanval gericht. Het voorkomen van doelpunten had bij de meeste coaches de hoogste prioriteit. Het catenaccio had Italïe in de greep. In het laatste plaatsingsduel konden de Italianen met grootste moeite Israël onder zich houden. Het was een voorbode voor een slecht toernooi. In groep 3 eindigde Italië als derde achter Duitsland en Chili. Het thuisland speelde een goed toernooi. In de kwartfinales werd de Sovjet-Unie verslagen en na de nederlaag tegen de Brazilianen in de halve eindstrijd eisten de Chilenen de derde plaats voor zich door winst op Joegoslavië.
Ook Brazilië speelde minder aanvallend dan vier jaar eerder. De nieuwe coach Moreira (hij volgde de zieke Feola op) kon beschikken over negen spelers die in Zweden de titel pakten, maar hij koos voor een behoudende tactiek: 4-3-3 in plaats van 4-2-4. Een tegenvaller voor Moreira was de liesblessure die Pelé opliep in het tweede duel, tegen Tsjechoslowakije (0-0). Pelé kwam het hele toernooi niet meer in actie. Zijn afwezigheid had opvallend genoeg een inspirerende werking op een aantal van zijn ploeggenoten, met name Garrincha.
Onder leiding van Garrincha haalde Brazilië de finale, maar zijn meespelen in de eindstrijd was lang onzeker. In de halve finale tegen Chili werd hij steeds getrapt door Rojas. In de slotfase haalde Garrincha zijn gram en moest hij inrukken. Op weg naar de kleedkamer werd hij ook nog getroffen door een fles. Fifa-baas Sir Stanley Rous zette de schorsing van Garrincha om in een reprimande. Met een bandage om het hoofd en met 39 graden koorts speelde de 'kleine vogel' tegen Tsjechoslowakije. Hij scoorde niet, dat deden Amarildo, Zito en Vava. Masopust had voor de Tsjechoslowaken de score geopend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.