*

 
dossier

Archief

'Contact tussen politici en burgers niet hard tegen hard'

WILMA KIESKAMP − 29/01/97, 00:00

Voor het eerst is hij weer buiten, sinds de schoten vielen. Geert van Rumund loopt met rechte rug. De lange regenjas, met daaronder een mitella, geven hem iets van een cowboy. Gewond in de strijd tegen onrecht en verderf. Maar zo voelt de 41-jarige Nijmeegse PvdA-politicus zich allerminst. “Vannacht heb ik wakker gelegen in bed. Flitsen van de schietpartij. En het besef: we hebben zo ontzettend veel geluk gehad.”

Geert van Rumund en zijn partijgenoot Jacques Thielen werden afgelopen weekeinde neergeschoten in een Nijmeegs café. Gisteren is Van Rumund, met een schotwond in de arm, uit het ziekenhuis ontslagen. Zijn collega is er slechter aan toe. Hij heeft een buikwond en moest gisteren opnieuw een operatie ondergaan.

De dader zit vast. Het is een in Nijmegen bekende amokmaker, die in het verleden al eens tot TBS is veroordeeld wegens geweldsmisdrijven. Een man die aan één verkeerd woord genoeg kan hebben om door het lint te gaan, naar verluidt.

'Dimple', zijn bijnaam, was die avond stomdronken. Toen hij café de Tempelier kwam binnenwaggelen, moet hij geweten hebben dat hij er ruzie zou krijgen. Want het café kende Dimple en schonk hem geen druppel. En de cliëntèle van de Tempelier was ook al geen partij voor de ex-TBS'er. In het café komen vooral dertigers en veertigers uit de Nijmeegse zachte sector. Ambtenaren, verpleegkundigen, welzijnswerkers. En politici.

Volgens Geert van Rumund is het puur toeval dat uitgerekend een wethouder (Thielen) en een fractievoorzitter (Van Rumund) slachtoffer zijn geworden van de agressie. “Het klinkt spectaculair: twee politici neergeschoten. Maar er is geen verband. Jacques kende Dimple, en had wel vaker weten te sussen. Daarom wierp hij zich op om hem naar buiten te praten, zich niet bewust van een speciaal risico. Ze waren nog maar een paar stappen richting de deur, toen Dimple een pistool trok. Hij schoot gericht op Jacques. Maar het had iedereen kunnen overkomen, die hem op dat moment het café had willen uitzetten.”

Anderhalve meter verderop stond Geert van Rumund, die verbijsterd zag hoe de forse wethouder, nooit bang voor confrontaties, op de grond viel, waarna Dimple nog eens op diens hoofd richtte en wild om zich heen begon te schieten. Het schot op Van Rumund was toeval. “Ik heb geen pistool op me gericht gezien. Hij stond naast me. Ik schijn nog een afwerend gebaar met mijn hand gemaakt te hebben. De kogel ging dwars door mijn onderarm.”

Zijn hand trilt drie dagen later nog steeds. De zenuwen zijn namelijk geraakt, al bleef gelukkig het bot gespaard. Het was dus geen aanslag. Maar erg opgelucht zijn de twee slachtoffers daarover niet. Wat is erger: gerichte agressie - hoe bizar of extreem ook - of onaangekondigd, willekeurig geweld?

Van Rumund: “Je staat in je favoriete café, je voelt je volkomen op je gemak tussen vrienden en bekenden. De Tempelier is een trefpunt waar je op vrijdagavond altijd wel een collega-politicus of een kennis ontmoet. En dan opeens, zonder aanleiding: iemand die om zich heen begint te schieten. Het past in de Verenigde Staten, niet in Nijmegen, niet in De Tempelier. Dat is het schokkende eraan. Ook in de gemeenteraad heb ik wel eens debatten gevoerd over de toenemende gevoelens van onveiligheid. Maar nu snap ik opeens echt hoe het voelt. Ik stond toevallig met Jacques te praten toen het gebeurde.”

In zijn laatste nacht in het ziekenhuis lag hij opeens wakker, vol vragen. Durft hij straks nog wel de straat weer op? Durft hij 's avonds nog weer naar een café? En hoe zal hij reageren, als hij opnieuw geconfronteerd zou worden met agressie? Hij vindt zichzelf toch al niet zo'n held, van nature. “Meer iemand die agressie uit de weg gaat, daarom verwacht je ook nooit dat zoiets je zal overkomen.”

Dezelfde vragen kwellen wethouder Jacques Thielen, al hebben de twee gewonde politici de afgelopen dagen ook geprobeerd de opluchting flink van zich af te lachen. De geintjes waren niet van de lucht: 'een met lood vervuilde wethouder', liet Jacques Thielen zich al noemen. Dat dat is een regelrechte verwijzing naar de Nijmeegse 'grondaffaire'.

Geert van Rumund zegt het niet met zoveel woorden, maar natuurlijk sprak hij die avond in De Tempelier met zijn partijgenoot over de grondaffaire. De wethouder en de fractievoorzitter zullen in de 'toevallige' ontmoeting even elkaars positie hebben gepolst, zo gaat dat. Juist in de week voor de schietpartij beleefde de Nijmeegse gemeentepolitiek hachelijke tijden.

Het gemeentebestuur is in opspraak, nadat door justitie is ontdekt dat ambtenaren en wethouders jarenlang de regels voor bodemsanering naar eigen inzicht hebben uitgelegd. Vervuilde grond werd wel afgegraven, maar vervolgens elders in de stad gedeponeerd, omdat sanering zo duur was en Nijmegen het geld liever voor andere doeleinden gebruikte. Het gebeurde niet één keer, maar stelselmatig.

Vanavond moet de gemeenteraad van Nijmegen het finale oordeel uitspreken over de handelwijze van het gemeentebestuur, dat overigens niet voor de eerste keer is betrapt op het bewust negeren van de milieuregels. In de woonkamer van Geert van Rumund liggen nog de stapels dossiers die hij eigenlijk dit weekeinde had willen lezen. “Niet meer aan toegekomen, maar gelukkig zit er in mijn dossierkennis, anders dan in mijn arm, geen gat”, grapt hij. Ondanks de wond is hij van plan om vanavond gewoon het woord te voeren in het debat met het college van B en W.

Wat de PvdA-fractievoorzitter betreft hoeft de schietpartij niet eens genoemd te worden tijdens het debat. Mensen die een mogelijk verband zien tussen de schietpartij en de grondaffaire, hebben pech, vindt Van Rumund. “Dat zou best spannend zijn, en ik begrijp zelfs dat de vraag naar een mogelijk verband is gesteld. Maar zo'n verband is er niet, zelfs niet in de verste verte. Dat blijkt alleen al uit het verloop van de schietpartij.”

Bovendien ligt de PvdA niet speciaal onder vuur in de grondaffaire, meent Van Rumund. “Ik heb geen enkel signaal dat mensen in Nijmegen na het eerste debat van vorige week woensdag vinden, dat de PvdA-wethouders of de PvdA-fractie op het verkeerde spoor zitten. De fractie is zeer kritisch op de eigen wethouders. We hebben om uitleg gevraagd en de antwoorden die het gemeentebestuur gaf, stemden ons uiteindelijk tevreden. Dat heeft niet met vriendjespolitiek te maken. Het is een gefundeerd oordeel en in Nijmegen wordt dat ook begrepen.”

De milieuwethouder is trouwens een D66'er, maar lastiger voor de PvdA is dat die post jarenlang in handen was van een partijgenoot, 'vadertje Hompe', de nestor van de Nijmeegse PvdA-politiek. Toen afgelopen weekeinde na de schietpartij werd gevreesd voor het leven van PvdA-wethouder Thielen, was het Hompe die werd opgeroepen, en het was uiteindelijk ook Hompe die de hele nacht in het ziekenhuis is blijven wachten tot zijn partijgenoten uit narcose bijkwamen. “Hij heeft ons geweldig gesteund”, zegt Geert van Rumund. Maar dat had met politiek niets te maken, beklemtoont hij.

Ingewikkeld is de grondaffaire wel, vindt Van Rumund, omdat het zo makkelijk is om te oordelen dat de gemeente fout zat. Volgens de PvdA-fractie ligt de zaak in werkelijkheid aanzienlijk genuanceerder. Enerzijds zijn de meeste feiten uit de grondaffaire al langer bekend. Anderzijds zijn die feiten minder hard dan ze in het justitie-dossier lijken, volgens Van Rumund. “Het was géén moedwillige gemakzucht van de gemeente, géén corruptie. Bovendien is het gemeentebestuur al met een verbeterplan gekomen dat nu wordt uitgevoerd. Wat onze fractie betreft is er hooguit spijt over de ongelukkige bewoordingen, waarmee de burgemeester zijn kritiek op justitie recent heeft gegoten.”

Dat alles zal Van Rumund vanavond namens zijn fractie nog eens toelichten, in de stijl die de Nijmeegse politiek eigen is. Het is een gemeente waarin men liever de samenwerking zoekt dan het conflict. Daar is niets mis mee, vindt Van Rumund. Samen met collega Thielen heeft hij ook uit de “vele, vele hartverwarmende” reacties van burgers de afgelopen dagen gemerkt hoe groot de onderlinge betrokkenheid is.

“Nijmegen is sowieso geen gemeente waar het in het contact tussen politici en burgers hard tegen hard gaat. Natuurlijk, er is de beruchte kloof. Als fractievoorzitter krijg ik vaak genoeg mensen aan de telefoon die het niet eens zijn met bepaalde besluiten. En je kunt elkaar niet altijd tevreden stellen, ontdek je dan wel eens. Maar ik heb nog nooit meegemaakt dat zo'n discussie eindigt in een sfeertje van: 'We weten je wel te vinden'. Ik heb me als politicus nog nooit onveilig gevoeld. En ik hoop, zelfs na vrijdag, dat dat zo blijft.”

mailIcon print |