Het boerenprotest tegen maatregelen om de milieuvervuiling van mest te beperken, laaide deze week weer op. Pak die boze boeren maar hard aan, vinden Tweede-Kamerleden van PvdA en VVD. Marinus de Vries, boer uit Stolwijk en lid van de Gereformeerde Bond binnen de Nederlands hervormde kerk, hoort niet tot de 'mestboycotters'. Staken tegen de overheid ziet hij als laatste redmiddel. “Zover is het nog niet, maar het kan wel zover komen.”
Het is even zoeken naar de boerderij van vader en zoon De Vries, die gezamenlijk een gemengd bedrijf hebben. Vanuit Stolwijk brengt een kilometers lange smalle en uiteindelijk doodlopende weg, met aan weerszijden prachtige knotwilgen, je uiteindelijk voor de deur. In het voorhuis wonen de ouders van Marinus, achterin is de woning voor hem, zijn vrouw en hun vier kinderen - “de jongste is 16 dagen geleden geboren, mijn eerste zoon”. In 1878 zette een van zijn voorvaderen, van moeders kant, vanuit het nabijgelegen Bergambacht hier de boerderij neer. Even nadenken. “Ja, ik ben nu het vijfde geslacht dat op deze plaats boer is.”
De Vries is lid van de Gereformeerde Bond binnen de Nederlands hervormde kerk en maakt al snel duidelijk dat zijn geloof invloed heeft op zijn opstelling in de al jaren voortslepende strijd tussen boeren en overheid. De overheid kiest te snel voor het milieu en houdt geen rekening met de boeren, is de klacht. Die klacht deelt De Vries. Toch zal hij niet snel besluiten tegen het gezag in te gaan. “Zolang er nog een andere weg is dan staken, zullen wij die weg ook volgen.” Als de overheid een onbetrouwbare gesprekspartner blijkt, dan pas doet hij mee.
Boeren moeten sinds enige jaren precies bijhouden wat er aan vee, veevoer en kunstmest binnenkomt en wat er in de vorm van mest weer uit gaat. Hoeveel mest zij op hun eigen land kwijt kunnen, hangt af van het aantal hectares en de grondsoort. Produceren ze meer dan ze zelf mogen bemesten, dan moeten ze dat afvoeren en bovendien een boete betalen.
De normen die de overheid gesteld heeft voor de maximaal toelaatbare hoeveelheid mest zijn niet haalbaar, roepen de boeren die vorig jaar al weigerden hun mestboekhouding op te sturen naar het Bureau Heffingen in Assen. Zij stuurden die naar het hoofdkwartier van de actiegroep 'Wij zijn 't zat' in Wageningen. Volgens het actiecomité doen er nu al zo'n 10 000 boeren mee.
Binnenkort moet de Tweede Kamer besluiten of de verdere uitwerking van de mestplannen van minister Van Aartsen wordt overgenomen. Die houden een verder aanscherping van de mestnormen in, gekoppeld aan een gedetailleerde mineralenboekhouding. Uit een enquête in het vaktijdschrift De Boerderij blijkt dat 17 000 boeren - een op de drie veehouders - dit beleid zullen boycotten.
Marinus de Vries hoort daar niet bij. Toch vindt ook hij dat het de laatste paar jaar veel moeilijker is geworden om zijn bedrijf te runnen. “Hoe je financieel goed renderend kunt blijven en tegelijk kunt voldoen aan de steeds zwaardere milieueisen van de regering, dat is het grote probleem.”
Hij erkent dat de mesthoop die varkens en koeien in Nederland jaarlijks produceren te hoog is. “Het is absoluut waar dat er wat moet gebeuren. Maar dat moet wel zo gaan dat de boerenstand kan blijven bestaan.”
De Vries doet mee aan een vorige week begonnen proefproject van de overheid. Op initiatief van PvdA-Kamerlid Servaas Huys zijn er 240 boerenbedrijven die de komende drie jaar hun mestboekhouding heel secuur in samenwerking met de overheid bijhouden. Om te kijken wat haalbare en betaalbare manieren zijn voor boeren om de milieuvervuiling door mest tegen te gaan.
Achter de boerderij van De Vries liggen de stallen. Hier staan nu 220 vleesvarkens. Over een paar maanden zijn dat er 375 omdat er een nieuwe stal wordt gebouwd. “We kopen de biggen als ze 23 kilo wegen en met 115 kilo gaan ze weg, naar de slachterij.” Daarnaast zijn er 45 koeien. Van de melk maakt het boerenbedrijf zelf kaas. Dan zijn er nog 35 stuks jongvee (koeien tot twee jaar). “De beste houden we zelf als melkvee, de andere worden verkocht voor de export.”
Verder heeft hij 32 hectare eigen grond, voornamelijk grasland voor de koeien, en 5 hectare in pacht. Op 1,5 hectare verbouwt hij snijmaïs, dat dient als voedsel voor de koeien. Dagelijks produceert hij in de winter zo'n 5000 liter mest.
“Wij hebben hier geluk met de grond, dit is veengrond met klei”, zegt Marinus. Dat betekent dat de grond meer stikstof, een van de stoffen in de mest waarvan een te grote dosis tot boetes leidt, kan opnemen dan andere grond. De mest die zijn bedrijf voortbrengt, kan dan ook vooralsnog hoofdzakelijk op zijn eigen land worden verspreid. Een heffing hoeft hij nog niet te betalen, “maar als we dit jaar uitbreiden dan zal er voor het eerst wel iets betaald moeten worden”.
De komende jaren zal dat snel oplopen, vreest hij, en na 2002 wordt het zelfs onbetaalbaar, als althans de plannen van het kabinet doorgaan. “Ik neem aan dat het proefproject zal aantonen wat voor ons haalbaar is en wat niet. Als het beleid niet haalbaar blijkt, neem ik aan dat de eisen worden bijgesteld.”
De Vries wil niet bij voorbaat al roepen dat de normen zéker te hoog zijn. “Ik heb ook meegedaan de laatste jaren aan een programma met beter voer voor de varkens. Daardoor kon ik de fosfaatuitstoot terugbrengen van 7,4 kilo per varken vijf jaar terug, tot 5,2 kilo nu. Moderne methodes maken een hoop mogelijk.”
Meedoen aan het proefproject is zijn vorm van praten met de overheid, maakt hij duidelijk. Hij houdt zich aan de aanwijzingen van ambtenaren die nu berekend hebben wat hij moet in- en uitvoeren. Hij vult alles eerlijk in, zegt hij, “en de overheid moet die gegevens eerlijk verwerken en er een eerlijk beleid op afstemmen”. Doet zij dat niet, dan dreigt ook De Vries de kont tegen de krib te gooien.
Dat heeft hij al eens eerder gedaan. Hij haalt het fotoboek erbij. Enkele foto's tonen afbeeldingen van actie die hij wel heeft gesteund: hij zette in december 1995 een aantal borden langs de provinciale weg. 'Dit mestbeleid geeft narigheid' staat op eentje. 'Dag vogels, dag bloemen, dag boeren' op een ander. “Toen dacht de overheid er nog over de bemesting zover terug te voeren dat het echt te weinig werd. Voor de grond, voor de natuur zelf, zou dat ernstige gevolgen hebben.”
De Vries is aangesloten bij de landbouworganisatie LTO waar sinds kort radicale leiders het roer in handen hebben, namelijk boerenvoorman Wien van den Brink (vakgroep varkenshouderij) en Jan Cees Vogelaar (vakgroep melkveehouderij). Waar de ondernemersorganisatie eerst nog redelijk meeging met het beleid van de overheid, lijkt nu een nieuwe periode aangebroken. De Vries: “De sfeer is harder geworden. Maar de overheid is ook harder geworden. Het is goed dat wij niet aan de kant staan terwijl er maatregelen genoemen worden die wel eens de hele boerenstand kunnen wegvagen. De meeste boeren steunen daarom Vogelaar en Van den Brink, omdat ze nu het idee hebben dat hun stem beter wordt gehoord.”
Ook De Vries staat achter hen. “Zij zijn op dit moment de juiste personen om met de minister te praten, praten, praten.” Als ze maar blijven praten, dan komen ze er samen wel uit, is nu eenmaal zijn overtuiging.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.