Kranten zijn elke dag weer interessant, omdat ze worden volgeschreven door journalisten. Bijvoorbeeld: ruim vijftig procent van de Amerikanen vindt dat homoseksualiteit ontmoedigd moet worden door er niet over te schrijven. Maar tachtig procent van de journalisten vindt dat homoseksualiteit juist geaccepteerd moet worden. En dat zie je dan terug aan de ontbijttafel - om maar wat te noemen.
Van oudsher gaapt er een cultuurkloof tussen lezer en journalist. Zoals enkele maanden terug ook bleek uit een onderzoek dat het Genootschap van Hoofdredacteuren hier had laten instellen naar het beeld van de journalist. De lezer dacht vooral aan een wat morsige kroegtijger, die 24 uur per dag achter de primeurs aan zit; de journalist dacht liever aan een penvaardige vakman, die alleen wel steeds vaker op tijd voor het warm eten thuis is.
Van de cultuurkloof wordt ook gerept naar aanleiding van de deze week gepubliceerde resultaten van het onderzoek dat het Amerikaanse 'Times Mirror Center for the People and the Press' (let op die twee hoofdletters P) heeft ingesteld. Twee van de drie ondervraagde lezers heeft daarin eigenlijk geen enkele positieve opmerking over de journalistiek gemaakt. Tegelijk: twee van de drie journalisten zelf vinden dat ze te weinig positief nieuws in hun kranten zetten.
Howard Kurtz berichtte in de Washington Post over het resultaat van het onderzoek, dat verdraaid veel overeenkomsten vertoont met zijn eigen visie op de pers, zoals hij die publiceerde in het boek 'Media Circus'. De pers, aldus Kurtz in zijn boek, rent als een gek van incident naar incident, vergeet snel en mist een blik over het geheel. De lezers geven hem daar volgens het onderzoek groot gelijk in. Kurtz maakt in 'Media Circus' vooral een punt van de wijze waarop de pers president Clinton heeft behandeld. Na jaren van de meer dan terughoudende Bush, kwam er een dynamische president die het allemaal anders zou gaan doen. Toen twee dagen na zijn inauguratie al die plannen nog niet uitgevoerd waren, werd Clinton meteen bestempeld als een mislukking en kreeg hij de schuld van alles wat er voor de rest mis ging in het land. De pers, aldus Kurtz, bleek in de eerste honderd dagen van Clinton ineens meer dan ontvankelijk voor elke kritische tip uit het stoffige kamp van de Republikeinen. En wat zegt de lezer nu: zelfs tweederde van de Republikeinse aanhangers vindt dat de Amerikaanse pers de president te hard heeft aangepakt.
Een merkwaardig gezelschap onderhand, waar inderdaad een diepe kloof tussen zit. Want de journalisten gaven volgens het onderzoek de politici in Washington drie keer zulke hoge cijfers voor eerlijkheid en integriteit dan de lezers. Trouwens, ook de journalisten bij de lokale bladen waren veel beter over het stadsbestuur te spreken dan de burgers.
Het zijn dat soort verschillen in waardering en opvatting waarmee de krant wordt volgeschreven, die de discussies gaande houden en die ervoor zorgen dat er meer dan één krant verschijnt. Eigenlijk helemaal niet zo'n slecht beeld van de pers in Amerika dus. Ware het niet, dat uit het onderzoek ook blijkt, dat de kloof 'm zit in de beeldvorming van de journalisten bij de grote bekende en serieuze dagbladen, die vooral wordt bepaald door de nieuwshonden van de sensatiepers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.