*

 
dossier

Archief

Den Haag opent discussie over machtsverhoudingen in EU

Door: redactie − 15/01/97, 00:00

Van onze correspondent AMSTERDAM - Als kersverse voorzitter van de Europese Unie heeft Nederland meteen al een van de gevoeligste onderwerpen aangesneden bij de EU-partners: de onderlinge machtsverhoudingen.

Op een informele bijeenkomst in Amsterdam bogen vertegenwoordigers van de lidstaten zich twee dagen over vragen als: Kan een EU-land ook in de toekomst de besluitvorming met een veto lamleggen? Hoe kan het inwonertal van een land zwaarder wegen bij de stemverhoudingen in de Europese ministerraad? Heeft elk land recht op een eigen Europees commissaris, als straks het aantal lidstaten tot twintig of meer stijgt?

Al deze vragen schreeuwen om een antwoord, ter wille van de aanpassing van het verdrag van Maastricht. Staatssecretaris Patijn van buitenlandse zaken beklemtoonde gisteren nog eens, dat Nederland alles op alles zet om de topconferentie van juni in Amsterdam af te sluiten met een nieuw verdrag. Maar hij erkende dat er nog grote onenigheid bestaat.

Een Nederlands falen kan ernstige gevolgen hebben, waarschuwde hij. In de eerste plaats dreigt de uitbreiding van de EU vertraagd te worden. Bovendien zou de goedkeuring door de lidstaten van een verdrag dat later tot stand komt, samenvallen met cruciale beslissingen over de muntunie. En ten slotte zou het herziene verdrag een rol kunnen gaan spelen tijdens de verkiezingsstrijd in Duitsland en Frankrijk, die samen de 'motor' van de EU vormen.

Tijdschema

Om al deze redenen hebben de lidstaten onder leiding van Patijn een strak tijdschema opgesteld. Een 'sleutelmoment' is volgens hem een extra bijeenkomst van de ministers van buitenlandse zaken, eind maart in Rome.

Volgens Patijn zijn de EU-gezanten deze week in Amsterdam 'door tijdgebrek' niet toegekomen aan een ander gevoelig onderwerp, dat hij aan de orde had willen stellen. Het gaat om 'flexibiliteit', een tamelijk nieuw begrip in het Brusselse jargon: kunnen sommige EU-landen op bepaalde terreinen nauwer gaan samenwerken, terwijl andere lidstaten (voorlopig) achterblijven? Na een ontmoeting met de Britse premier Major, eerder dit jaar, prees premier Kok flexibiliteit aan, om te voorkomen dat het tempo van de Europese eenwording bepaald wordt door het 'langzaamste land'. Maar inmiddels heeft Major laten weten dat hij niet zomaar instemt met allerlei samenwerkingsverbanden onder de paraplu van de EU. De Britten, notoire dwarsliggers binnen de EU, behouden zich het recht voor om anderen tegen te houden, als die te ver voorop dreigen te gaan lopen. Het idee van 'kopgroepen' binnen Europa is volgens Major alleen nuttig, als dat in het belang van alle lidstaten is.

mailIcon print |