De Wetenschapswinkel van de Rijksuniversiteit Leiden gaat dicht. De universiteit hoopt zo een half miljoen gulden te besparen op personeelskosten.
Het besluit van het Leidse college van bestuur werd vorige week bekrachtigd door de universiteitsraad. De acht medewerkers van de wetenschapswinkel, deels parttimers, zitten vanaf 1 januari 1998 zonder werk. Volgens een woordvoerder van de universiteit is het te verwachten dat voor hen elders binnen de organisatie een betrekking wordt gezocht.
De werkzaamheden van de wetenschapswinkel zouden niet passen binnen de kernactiviteiten (onderzoek en onderwijs) van de universiteit. Bij wetenschapswinkels kunnen onder meer maatschappelijke organisaties terecht die wetenschappelijk onderzoek willen laten uitvoeren. Via de 'winkel' komen ze in contact met universitair onderzoekers.
In Leiden zullen de klanten van de wetenschapswinkels voortaan direct naar de faculteiten moeten stappen. Van de 860 000 gulden die de wetenschapswinkel jaarlijks kostte blijft 350 000 gulden gereserveerd als een 'subsidie' voor dergelijk onderzoek. De overige (personeels-)kosten worden wegbezuinigd.
Ans Hobbelink, tot eind vorig jaar voorzitter van het Landelijk overleg wetenschapswinkels en zelf werkzaam aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, was “zeer geschokt en verbijsterd” toen ze vernam van de plotselinge sluiting van 'Leiden'.
“Hoezo passen we niet binnen de kernactiviteiten van de universiteiten? Als ik hier om me heen kijk, zie ik niets dan kernactiviteiten. De wetenschapswinkels genereren volop nieuw onderzoek, vergroten de goodwill en de toegankelijkheid van universiteiten en trekken nieuwe studenten aan. Het besluit in Leiden getuigt van een enorme kortzichtigheid bij het universitair bestuur. Vorig jaar december bestond de wetenschapswinkel in Leiden vijftien jaar en kregen ze nog volop complimenten. Nu is de boel zonder enig overleg gestopt.”
Hobbelink heeft geen aanwijzingen dat het bij andere universiteiten ook mis gaat met de wetenschapswinkels. Eind deze maand beraden de gezamenlijke winkels zich op een strategie voor de toekomst. “Misschien hebben we niet altijd goed in de krant gezet wat we allemaal doen”, zegt Hobbelink. “We zouden wellicht meer informatie aan maatschappelijke organisaties en het publiek kunnen verstrekken. Via een open brief ofzo.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.