*

 
dossier

Archief

Tegenstellingen in zorg kunnen worden overbrugd

WILFRIED VAN DER BLES − 10/08/94, 00:00

DEN HAAG - Er is praktisch geen beleidsterrein waarover PvdA (in de regering) en VVD (in de oppositie) de afgelopen kabinetsperiode zo met elkaar in de clinch hebben gelegen als de volksgezondheid.

Nu deze partijen met D66 in één kabinet gaan zitten, mag juist over dit onderwerp wapengekletter worden verwacht. Het wonderlijke is dat van groot rumoer tussen beide partijen nu geen sprake is.

Dat over de volksgezondheid (in elk geval tot gisteravond) nog geen akkoord is gesloten tussen de drie partijen, heeft weinig te maken met de traditionele, ideologische of partijpolitieke meningsverschillen tussen liberalen en sociaal-democraten over bijvoorbeeld de organisatie van de zorg (al of niet één basisverzekering) of over de mate waarin inkomensafhankelijke premies moeten worden geheven. De scheidslijn loopt nu niet tussen de drie partijen onderling, maar tussen de drie partijen aan de ene kant en formateur Kok aan de andere. Inzet ervan is de vraag welk financieel groeipercentage voor de zorg (waarin thans bijna 60 miljard per jaar omgaat) in de komende regeerperiode als uitgangspunt voor het beleid wordt genomen.

In zijn proeve voor een regeringsprogramma gaat Kok uit van een jaarlijkse groei van 1,3 procent, evenveel waarmee de afgelopen kabinetsperiode ook staatssecretaris Simons rekende. Of liever: zich van jaar tot jaar misrekende. Specialisten uit de fracties wijzen erop dat de zorgsector de afgelopen 20 jaar gemiddeld met 2,1 procent per jaar is gegroeid. Het zou, aldus PvdAKamerlid Rob Oudkerk, van realiteitszin getuigen, als Kok op zijn minst uitgaat van een jaarlijkse groei van 1,8 procent. En dan zal het nog een hele opgaaf zijn om de groei daartoe te beperken, aldus de PvdA'er. Ook dan zijn bezuinigingen volop nodig, al is het maar om de gevolgen van de vergrijzing financieel te kunnen opvangen.

Die opvatting wordt door de twee andere fracties gedeeld. In zijn ontwerp-regeerakkoord gaat Kok echter anders te werk. Niet alleen gaat hij uit van een te laag groeipercentage, dan boekt hij ook nog eens een bezuiniging in op de zorg van 1,2 miljard tot 1998. De fractiespecialisten voorspellen dat van deze bezuiniging niets terecht kan komen, omdat deze 'boterzacht' zou zijn. Al met al zit er ruim drie miljard verschil tussen de minimale berekeningen van Kok en de 'reële' schattingen van de fractie-experts. Wil Kok 'gelijk' krijgen, dan zal hij moeten overgaan tot draconische maatregelen. Ofwel: de nieuwe staatssecretaris of minister van volksgezondheid zal de ene financiële zeperd na de andere halen, tenzij wordt uitgegaan van een realistischer groeipercentage. Stelt Kok zijn 'proeve' op dit punt niet bij, dan is de mislukking voor de nieuwe bewindsman of -vrouw op volksgezondheid al ingebakken.

Tot gisteravond ontkende Kok het probleem glashard. Niettemin rekende men er in Den Haag gisteravond mee dat hij op de valreep niet alleen het probleem zal erkennen, maar ook met een oplossing zal komen. “Kok knippert pas met zijn ogen, als het vijf over twaalf is”, aldus een ingewijde. Deze ging ervan uit dat er vanochtend ook over de volksgezondheid een akkoord ligt.

Wel blijft staan dat er tussen VVD en PvdA grote meningsverschillen bestaan over de financiering van de zorg. De VVD wil zoveel mogelijk nominale, niet-inkomensafhankelijke premies, terwijl de PvdA bij de premieheffing juist wèl rekening wil houden met de inkomens. Koks voorstel om voor ziekenfondsverzekerden een verplicht eigen risico in te voeren van 200 gulden per hoofdverzekerde beschouwt de PvdA-fractie als een vorm van 'nominalisering' (ofwel het inkomens-onafhankelijk maken) van de premies. Als Kok het verplichte eigen risico al wil invoeren, dan zullen de eigen bijdragen voor allerlei verstrekkingen moeten verdwijnen, vindt de fractie. Bezwaar is ook dat Kok het verplichte eigen risico alleen wil voor ziekenfonds-, niet voor particulier verzekerden, terwijl Kok in zijn 'proeve' schrijft dat het onderscheid tussen particulier en ziekenfondsverzekerden moet verdwijnen. Voor de PvdA (en ook voor D66) is deze zaak van meer dan theoretisch belang, omdat juist door het geleidelijk laten verdwijnen van het onderscheid tussen ziekenfonds- en particuliere verzekeraar die ene basisverzekering die door staatssecretaris Simons zo is nagestreefd, toch nog een stap dichterbij kan komen.

Ondanks die meningsverschillen over de financiering van de zorg ziet Oudkerk geen onoverkomelijke problemen voor overeenstemming met de VVD. Zoals hij gisteren in Trouw schreef, zal de komende kabinetsperiode serieus moeten worden gekeken wat in de verplichte basisverzekering (ziekenfonds of particulier) moet en wat in aanmerking komt voor aanvullende verzekering. Het basispakket zal zo sober mogelijk moeten, alleen dan blijft daarvoor een inkomensafhankelijke premie mogelijk. Voor de rest - de 'luxe' in de aanvullende verzekering - zal een nominale 'vaste' premie moeten worden betaald. Oudkerk verwacht dat een dergelijke oplossing heel wel aanvaardbaar is voor de liberalen.

Zo beschouwd, wordt de hoofdtaak voor de nieuwe bewindspersoon op volksgezondheid om eindelijk een begin te maken met het politiek pijnlijke proces van het 'opschonen' van het ziekenfondspakket.

mailIcon print |