*

 
dossier

Archief

Met Marcel Laros heeft atletiekunie er een olympisch bespreekgeval bij

ROB VELTHUIS − 28/05/96, 00:00

HENGELO - “Op de baan is elke man te verslaan, maar tegen de kracht van hierboven ben ik machteloos.” Haile Gebrselassie sprak over God als een regisseur, die in het blijspel dat zijn leven is ditmaal geen wereldrecord in gedachten had. Waardoor het zelfs met de beoogde uitsmijter van de Adriaan Paulen Memorial niets werd.

De Ethiopiër is op de lange afstanden dè atleet van dit decennium en Hengelo beschouwt hij als zijn thuishaven. De afgelopen twee jaar liep hij er de wereldrecords op de vijf en tien kilometer aan flarden en gisteren had de mondiale topper van de Algerijn Noureddine Morceli op de 3000 meter eraan moeten gaan. Maar de èchte regisseur van Gebrselassie's loopcarrière is Jos Hermens en zelfs die heeft de weergoden niet in de hand. Op het eind van de avond was de wind haast tot stormkracht aangewakkerd en sloeg de ijzig koude regen hard tegen de onbeschermde, vetarme spieren. Niemand die het de wereldkampioen kwalijk nam, dat hij met 7.34.66 bijna tien seconden van een mondiale grensverlegging verwijderd bleef. En dat was van deze blijmoedige atleet goedbeschouwd een prestatie van formaat.

Atletiek is geen wintersport, zeker niet als de moeder der sporten buiten wordt beoefend. Beste wereldseizoenprestaties rolden er gisteren dan ook niet uit. En van de traditie dat de Grand Prix van de tweede categorie atleten van eigen bodem een prachtig handvat biedt om kwalificatie voor Olympische Spelen af te dwingen, trok niemand zich iets aan. Hoewel, bijna niemand. Uitgerekend op het zwaarste onderdeel van de avond, de 3000 meter steeple, waagde Marcel Laros een manmoedige poging. “Dit is niet te vatten”, reageerde de 24-jarige atleet lang nadat die op een fractie was gestrand. Althans formeel, slechts een onbenul houdt hem nu nog thuis.

Laros had na de slopende race lang nodig om weer bij zinnen te komen. Ofschoon hij binnen het sterke veld voortreffelijk derde was geworden, haalde hij de ereceremonie niet. Ook vorig jaar was hij op dezelfde plaats gesloopt, nadat hij wèl slaagde voor de test voor de wereldkampioenschappen. Toen was hij evenwel snel weer ter been om toegesnelde media-vertegenwoordigers te woord te staan. Dat ging destijds slechts gepaard met één hevige oprisping van de maag. “Een winnaar voelt geen pijn. Toen had ik de limiet gehaald en voelde me heerlijk. Nu was er die domper, al snel kreeg ik van een jury-lid te horen dat ik het op achthonderdste niet had gehaald.”

Wat scheelt dat, zulke slechte weersomstandigheden? Laros (“Ik ben een mooi-weer-loper”) hield het op een seconde of drie, vier. Hij voelde zich goed genoeg in vorm om het elf jaar oude Nederlandse record van Hans Koeleman (8.18.02) op de korrel te nemen. Gisteren kwam de steepelaar uit op 8.22.08, op korte afstand van de internationaal gerespecteerde krachten Khattabi en Sang.

Die minimale marge boven de limiet stelt de atletiekunie voor een probleem dat eigenlijk niet bestaat. Althans als limieten niet als boekhoudkundige gegevens worden beschouwd. Niets als doel, maar als middel. KNAU's Technisch directeur Bert Paauw gaf aan dat hij voor afvaardiging van Laros voelt, gezien de slechte weersomstandigheden. Maar de atleet zelf is de domste niet en gaf meteen aan hoe onzeker hij zich voelt. In april had hij vernomen van de wederwaardigheden van Kamiel Maasse, die in Amerika op de tien kilometer iets meer dan een seconde van de vereiste 28 minuten afbleef. Procentueel is dat óók absoluut verwaarloosbaar, maar Laros heeft de KNAU voor die collega nog geen groen sein zien geven. “En vorig jaar was er eenzelfde probleem met Anne van Schuppen, die zich nogmaals moest bewijzen. Het is dus de vraag wat ze met mij willen.”

De mogelijkheden om zich te bewijzen zijn beperkt. De Nederlandse kampioenschappen zijn geen optie, dus heeft Laros zijn hoop gezet op een wedstrijd in Duisburg. Als daar althans op 12 juni een sterk veld aan de start staat. Want dat is het probleem. De jonge Laros is nog te klein voor de echte Grand Prix-gala's, waar hij in de slipstream van anderen meekan. Maar gisteren dwong de atleet in ontwikkeling respect af voor de wijze waarop hij na een inhaalmanoeuvre de twee koplopers Khattabi en Sang in de slotfase in het vizier kreeg en zelfs streed om de tweede plaats. Dat laatste was misschien niet zo handig, want voor de laatste hindernis was de energie er wel uit bij Laros. “Maar dan is het nog maar zestig meter en pers je alles eruit.”

Hij zal nog wel even in onzekerheid worden gehouden, dat schijnt atleten te harden. Discuswerper Ben Vet kan er over meepraten. Hij wierp zijn schijf al eens ruim over de limiet van 62 meter, maar deed dat in de 'verkeerde' wedstrijd. Gisteren kwam hij onder zeker voor werpnummers abominabele omstandigheden tot 60.70 meter. Weer te weinig dus en hij blijft voorlopig een bespreekgeval.

Dat is Stella Jongmans niet eens, de Europees indoorkampioene moet op de 800 meter nog aan de limiet voldoen. Ze had er vast op gerekend gisteren te beantwoorden aan haar eigen verwachtingen in het misschien wel sterkst bezette onderdeel van de APM. Een geplande tweede mogelijkheid in Rome is afgevallen, zo vernam ze vorige week. Haar aloude onrust blijkt ze nog niet van zich af te hebben geschud. Geconfronteerd met de weersomstandigheden, raakte ze totaal in verwarring. “Ik moest van die limietpoging afzien, maar ik had grote moeite met die omschakeling. Tijdens de race liep ik nog te denken dat het misschien tòch kon. Terwijl ik het natuurlijk moest hebben van een snelle race.” Die kwam er niet omdat de omstandigheden er in dubbel opzicht niet naar waren: geen der concurrenten had belang bij te veel spanning op de spieren omdat ze toch al zeker zijn van Atlanta. Jongmans werd slechts zevende in 2.03.46. Een halve seconde trager dan een week eerder in Kerkrade, waar ze derde werd.

Ook voor Ellen van Langen was het gisteren een kwestie van op plaats lopen en het eindschot testen. Van haar wordt dan meteen de eerste positie verwacht, ofschoon ze duidelijk nog moeite heeft om in haar ritme te komen. In Kerkrade won ze met hangen en wurgen voor het eerst in anderhalf jaar; gisteren moest ze ten koste van alles Letitia Vriesde van het lijf houden. Het was een prachtig lijf aan lijf-gevecht van de Olympische kampioene tegen de Surinaamse nummer twee van de afgelopen WK. In tijd (beiden 2.01.45) werd het niet in een verschil uitgedrukt; na bestudering van de finishfoto kreeg Van Langen het voordeel toegewezen.

Nee, fantastisch was het allemaal niet, gaf de atlete volmondig toe. Wel vond ze het aangaan van de strijd mooi. “Oké, ik heb geen supergevoel. Als ik een tijd van 2.01 loop, moet dat een stuk makkelijker gaan. Ik mis nog de scherpte, maar die moet er komen door veel wedstrijden te lopen.”

Voor velen eindigde de APM in een deceptie, en dat lag niet eens in alle gevallen aan het weer. Grete Koens bleef op de vijf kilometer dertien seconden boven de Atlanta-eis; het estafettekwartet Asante, Poelman, Kramer, Bogaards kwam na een warmte-stage in de VS gisteren van een koude kermis thuis en met de polsstot komt Laurens Looije maar niet hoger dan het talent dat hij drie jaar geleden ook al was.

Bont maakte Nelli Cooman het tijdens en na haar rentree op de 100 meter. Ze liep alsof ze de hernia-operatie van januari vorige week had ondergaan en bleef met de genante 12,30 (met harde wind in de rug) passenver verwijderd van Merlene Ottey (11,02). “Het ging wel lekker”, aldus Cooman die vorig jaar te kennen gaf liefst op een wildcard naar de Spelen te gaan. Gisteren liet ze zien waarom.

mailIcon print |