Van onze kerkredactie LEIDSCHENDAM, AMSTERDAM - De ontwerp-kerkorde voor de toekomstige Verenigde protestantse kerk van Nederland is 'ondeugdelijk' en 'onaanvaardbaar', zei de secretaris van de Gereformeerde bond in de Nederlandse hervormde kerk, dr. ir. Jan van der Graaf gisteren. Is het weer gedaan met de nog maar net weergekeerde rust in de 'vaderlandse kerk'? Dreigen de 300 000 tot 500 000 'bonders' alsnog met van alles en nog wat?
Van der Graaf sprak het dagelijks bestuur van de hervormde kerk toe bij de aanbieding van het uitvoerige geschrift 'Voor de goede orde'. In dat boekje van ruim vijftig pagina's zet de Bond alle bezwaren tegen de ontwerp-kerkorde nog eens op een rijtje, voorzien van een grondige bijbels-theologische argumentatie.
Maar wat de Bond zal doen, mocht het 'onaanvaardbare' toch door de verzamelde hervormd-gereformeerd-lutherse synode worden aanvaard, dat liet Van der Graaf in het midden: “De kerk is geen parlement. Wanneer binnen de Kerk het 'onaanvaardbaar' wordt uitgesproken, dan is dat als het goed is vergelijkbaar met het onaanvaardbaar in de Schrift, bijvoorbeeld in het spreken der profeten, die met hun profetie nochtans midden onder het volk stonden.”
Van der Graaf 'morrelde' in zijn rede wel aan de ontwerp-kerkorde maar - naar het scheen - niet aan de belofte van de Amersfoortse Kerkenradendag op 21 september, toen de 'bonders' afspraken niet uit te treden en binnen hun eigen hervormde kerk te blijven strijden voor een zo gereformeerd mogelijke kerk met een gereformeerde belijdenis.
Op die belijdenis concentreert zich het hoofdbezwaar tegen de ontwerp-kerkorde: De 'bonders' willen de lutherse Augsburgse Confessie en Luthers Katechismus niet op één lijn gesteld zien met de gereformeerde belijdenisgeschriften. Maar het zwaarst weegt hun afkeer van de luthers-calvinistische 'leerovereenkomst' van Leuenberg (1973), die wordt vermeld in een - overigens tot weinig verplichtend - sub-artikel. Deze Leuenberger Konkordie 'morrelt' namelijk ook, en wel aan het gewicht van de gereformeerde belijdenissen. In de Leuenberger Konkordie worden netelige theologische vraagstukken die calvinisten en lutheranen al eeuwen gescheiden houden, niet besproken of zo besproken dat wie wil, er vraagtekens kan lezen bij de Dordtsche Leerregels en de twee andere gereformeerde Formulieren van Eenigheid.
Een voorbeeld: In de Leuenberger Konkordie wordt de zwarte kant van de uitverkiezings-medaille niet genoemd waar de Dordtsche Leerregels zo op hameren. De wetenschap dat God uitverkiest, hoort te worden aangevuld met het besef dat hij ook 'verwerpt'. Ander voorbeeld: Op de naar het Roomsche neigende visie van Luther op het Avondmaal wordt in de Konkordie niet ingegaan. En daarom maakt de Konkordie 'de basis voor een fusie ondeugdelijk' en 'roept ze weerstanden op'.
De Bond wil die Konkordie uit de kerkorde zien verdwijnen. En voegt daar in zijn algemeenheid aan toe: “Wat het grondslagartikel betreft spreken wij uit, dat de hervormd gereformeerde beweging en daarin hervormd gereformeerde gemeenten zich slechts op de gereformeerde belijdenis aangesproken zullen weten en ook slechts op die belijdenis de kerk als geheel zullen aanspreken.” Met andere woorden, de Augsburgse Confessie en die andere Lutherse stukken, daar hebben wíj geen boodschap aan.
Zeer uitvoerig wordt er in 'Voor de goede orde' ingegaan op de theologie van het 'verbond'. Dat loopt uit op een aantal opmerkelijke conclusies: in de dialoog met Israël hoort volgens de Bond 'betuigd' te worden 'dat Jezus de Christus is'. Dat is een iets meer naar de zending neigend woordgebruik dan in de ontwerp-kerkorde wordt gebruikt op deze gevoelige plek. Het woord 'jodenzending' wordt door de Bond overigens verworpen.
Uit het 'verbondsdenken' vloeit voort dat de Bond wil dat het instituut van (niet of nog niet-gedoopt) geboortelid blijft bestaan, een hervormde eigenaardigheid waar de gereformeerde kerken niets van moeten hebben. Het grote belang dat orthodoxe calvinisten hechten aan de kinderdoop moet van de Bond in de kerkorde tot uiting komen.
Voorts stelt de Bond toevoeging voor van een groot aantal klassieke sub-artikelen over catechese, belijdenis, en over de verantwoordelijkheid van de ouders voor het gelovig-zijn van hun kinderen.
Opmerkelijk is de voorgestelde toevoeging van een 'milieuartikel': “De kerk belijdt haar geloof dat God de Schepper is van hemel en aarde en roept vanuit dit geloof op tot een verantwoorde omgang met de natuur als Zijn schepping.”
Dat het sacrament van het huwelijk in de kerkorde niet genoemd wordt, steekt de Bond zeer. Het huwelijk is door de Samen-op-Wegsynode weggestopt in een ordinantie over de eredienst. Dat was nodig om de diepe verdeeldheid in de hervormde en de gereformeerde kerken over de status van homoseksuele en andere niet-huwelijkse relaties buiten de discussie te houden.
Voor de goede orde: de Gereformeerde Bond is ook nog van mening dat de toekomstige kerk Hervormde Kerk in Nederland zou moeten heten en niet Verenigde protestantse kerk van Nederland.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.