AMSTERDAM - Wat een vriendelijk avondje Nederlandse Muziek stond er vrijdag- en zaterdagavond bij elkaar in de Amsterdamse Beurs van Berlage. 'Krakende Noten' mag de serie dan wel heten waarvan het Nederlands Kamerorkest het derde programma in klanken omzette, maar kraken deed het niet.
Zoemend, huppelend, zuchtend, mediterend, duetterend, solerend zelfs (eerst een piano en daarna een harp), maar allemaal uiterst beschaafd. Wat had programma-maker Theo Muller ze mooi bij elkaar gebracht, de leidende en komende mannen (want vrouwen waren er niet bij) van de Nederlandse Muziek zo rond 1950-1955. Eén ding hadden vijf van de zes geselecteerden gemeen: hun voorliefde voor Italiaanse titels: 'Primavera' (Henkemans), 'Concerto per pianoforte ed orchestra' (Bruins), 'Sette Aforismi' (Wisse), 'Fantasia per arpa e piccola orchestra' (Flothuis) en 'Sinfonia' (Van Baaren). Echt traditioneel. En voor de kleuring der noten winkelden enkelen ook uren zuidwaarts: vooral Frankrijk.
Maar eerst: hoe modern waren de jaren vijftig? Moeten we echt geloven dat het publiek van destijds verbaasd en ontheemd luisterde naar het concert voor piano en orkest dat Theo Bruins (geboren 1929) in 1952 maakte? Gemodelleerd op de leest van de twaalftoonstechniek. Was dit de nieuwe lente, het nieuwe geluid? Muller vergoeilijkt het werk in zijn toelichting: “Vergeleken met de partituren die Boulez en Stockhausen in de jaren vijftig het licht lieten zien, is het Pianoconcert nog niet eens zó vooruitstrevend.”
Als Mozart
Inderdaad, een keurig concert, drie delen allegro-lento-allegro (met uitbreidende bepalingen), speels als een Mozart-concert in het eerste deel, zangerig en zeer meditatief in het tweede, en met een aantrekkelijk snel thema smaakte het derde deel als een dessert. Met lichtheid en kleur gespeeld door Sepp Grotenhuis en met passend elan voor ritmisch binnenwerk begeleid door het Kamerorkest onder leiding van Jac van Steen.
Kees van Baaren, de vernieuwer, en leermeester van onder anderen Theo Bruins en van de Notenkrakers-generatie (Jan van Vlijmen, Peter Schat c.s.), mocht de avond afsluiten met een Sinfonia uit 1956/57 die zo traditioneel oorde als maar kon. Openingsdeel een pastorale! Zoek zo'n aanduiding maar eens bij de Notenkrakers van de jaren zestig en zeventig. Mooi stuk, spannend van opzet, kan zo mee op tournee naar het buitenland van elk Nederlands orkest.
Bruins en Van Baaren, dat waren dus voortrekkers uit die jaren vijftig, de jaren van de familie Doorsnee, de Bontedinsdagavondtrein, Negen-heit-de-klok. Ook de Nederlandse Muziek kon zo braaf uitpakken: in de Kamersymphonie (1952) van Guillaume Landré bijvoorbeeld, bedacht en ernstig, geheel overeenstemmend met het portret waarop een peinzend gelaat getooid met een pijp. Hij had Franse muziek gehoord, maar kon er door de mistige nevelen van Holland geen glans in brengen. In plaats van krakende noten, droge noten.
Geef mij dan maar dat welluidende harpconcert van Marius Flothuis (geboren in 1914, de enige die er zelf bij kon zijn) uit 1953, pittig voorgedragen door Alexandre Bonnet, de eigen harpenier van het Nederlands Philharmonisch/Kamerorkest. Uit het interessante en omvangrijke oeuvre van Flothuis zou eens een heel programma moeten worden samengesteld.
De 'Sette Aforismi' van Jan Wisse (geboren in 1912) verrasten in hun kortheid, en bleken het moeilijkste onderdeel van de avond: de zeven stukjes, samen minder dan vijf minuten, vereisten het maximale inlevingsvermogen van zowel uitvoerenden als toehorenden. Ik vatte ze nauwelijks. Aan het andere uiterste de 'Primavera' van Hans Henkemans: een breed gesmeerde melodie voor de fluit (met dank aan Debussy). Een nieuwe lente, een oud geluid. Ik miste er een: Lex van Delden. Hij schreef zelfs voor het Nederlands Kamerorkest. En als iemand noten kraakte, dan hij wel: in zijn recensies als muziekredacteur van Het Parool.
De nieuwe lente, het nieuwe geluid komt in het volgende Krakende-Notenconcert aan de orde: op 22 en 25 maart met Andriessen, Maderna (peetvader van de Notenkrakers), Van Vlijmen en Schat. Met de actualiteit besluit de serie op 30 en 31 mei. Volgend seizoen wordt de serie voortgezet. Heel verstandig, want het wordt steeds leuker om deze avonden te volgen, en het wordt ook steeds drukker. Nederlandse Muziek: gewoon spelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.