*

 
dossier

Archief

Vrijwel niemand in Frankrijk stond onverschillig tegenover Mitterrand

HANS MASSELINK − 09/01/96, 00:00

AMSTERDAM - “Zou u een ander leven hebben kunnen leiden”, vroeg Nobelprijswinnaar Elie Wiesel aan de zieke François Mitterrand. “Ik geloof van wel”, zei de president die op dat moment zijn laatste maanden in het Elysée versleet. “Ik zou mijn leven aan nadenken hebben kunnen wijden, wonen op het platteland, in gezelschap van bomen, dieren en enkele geliefden. Het is misschien een bucolische droom, maar ik voelde me daartoe in staat. Het avontuur van de geest, weet u, is even spannend als dat van het handelen. En ik heb niet altijd verandering nodig om goed te leven.”

Het was een Mitterrand die door zijn slopende ziekte de dood zag naderen en met Wiesel zijn vele levens doornam. Zijn leven als geslepen politicus, als verzetsheld en tegelijkertijd sympatisant van het Vichy-regime, als historicus, als dromende wandelaar, als monarch, als charmeur en minnaar van verscheidene vrouwen, als morbide liefhebber van grafschriften, als voorvechter van mensenrechten, als verstokt Europeaan. De gesprekken leidden tot het boek 'Mémoire à deux voix' en werden de belangrijkste memoires van Mitterrand tot nu toe. Het eindigde met de uitspraak van Mitterrand, ontleend aan het grafschrift van de Duitse sociaal-democraat Willy Brandt: “Ik heb gedaan wat ik kon doen.”

Mitterrand zag zichzelf graag als een groot denker, als filosoof, een man met bovenmenselijke eigenschappen en een president die veel heeft betekend voor Europa. Zo hoopte hij uiteindelijk in de schoolboekjes beschreven te worden. Aan het eind van zijn politieke carrière was hij eigenlijk al de politiek ontstegen. Het leek alsof iedere toespraak die hij hield de mooiste moest zijn, mooier en historischer dan de vorige.

Hij herinnerde graag aan die momenten in zijn leven die voor hem grote betekenis hadden, zoals de bevrijding, zijn geslaagde ontsnapping uit Duitse gevangenschap, maar ook aan 'des minutes radieuses', momenten zonder geschiedenis, op een terras in Florence, kijkend naar de ondergaande zon, of wandelend in de straatjes van Venetië of Vézelay in zijn eigen geliefde Morvan. Of hij sprak over het buitengewone gevoel van bevrijding bij het zien van een vlucht wilde ganzen, hun kreten en de schoonheid van hun vliegen. Of over een heldere hemel in de maand augustus, het kijken naar een regen vallende sterren.

Mitterrand hield van het toespreken van enorme mensenmassa's, kon - zo zei hij zelf - diepe emoties krijgen bij een moment van stilte van een grote menigte voordat deze in gejuich uitbarstte, zoals bij zijn verkiezingsoverwinning in 1981, toen hij voor de eerste keer voor zeven jaar tot president werd gekozen. Hij herinnerde graag aan het moment na die overwinning, toen hij met zijn chauffeur in de auto naar huis reed. Het regende pijpestelen en hij kon nauwelijks vooruit komen met zijn wagen. Mitterrand zag er het symbool van zijn taak in: “Ik voelde de vreugde het volbracht te hebben en tegelijkertijd de volle verantwoordelijkheid die ik op me zou nemen, maar in dezelfde tijd leek dit slechte weer me een symbool van de moeilijkheid van mijn taak.”

Mitterrand - geboren op 26 oktober 1916 - was een levensgenieter, hield van een goede dis in een toprestaurant (bij voorkeur oesters), snuffelde graag in boeken in de winkeltjes aan de Parijse Rive Gauche, kon niet buiten zijn dagelijkse wandeling. Belangrijke besprekingen hield hij het liefst tijdens het lopen. En voor een spelletje ganzenborden konden zijn familieleden hem altijd warm krijgen.

Mitterrand was eigenlijk niet helemaal een man van de wereld. Hij weigerde een horloge te dragen of geld op zak te hebben. De zakken van zijn kostuum dienden leeg te zijn. Hij ging ervan uit dat anderen wel voor hem betaalden. Daarnaast had hij de onhebbelijkheid om andere mensen vaak met opzet wat te laten wachten. Als hij zelf moest wachten kon hij in woede ontsteken. Hij voelde zich de meerdere van anderen en wilde dat laten voelen. Hij wilde ook liever niet met 'jij' aangesproken worden. Een partijgenoot die hem vroeg: “Mag ik je tutoyeren”, kreeg als venijnig antwoord: “Zoals U wilt.”

Maar Frankrijk hield van deze ijdele man, had een soort haat-liefde verhouding met hem. Bijna niemand stond onverschillig tegenover hem. De Fransen noemden hem tonton, oompje, of Dieu, zelfs in de tijden dat de populariteitspeilingen zeer ongunstig waren voor de president. Tijdens zijn twee ambtstermijnen van zeven jaar werd hij èn tot populairste èn meest verguisde president van het naoorlogse Frankrijk gebombardeerd. Ook in zijn eigen Parti Socialiste werd hij eerst verafgood en later vergeleken met een Habib Bourguiba, de Tunesische president die net als Heintje Davids van geen wijken wist.

De Fransen probeerden hem te begrijpen, maar kwamen niet verder dan dat Mitterrand een sfinx was, een raadselachtig type met vele levens. Mitterrand is “een ontzaglijke en complexe persoonlijkheid”, zei de gaullistische parlementsvoorzitter Philippe Séguin, een politieke tegenstander, in de week van zijn vertrek vorig jaar mei.

Mitterrands eigen Parti Socialiste ging bijna aan hem ten onder. Het Mitterrandisme werd de belangrijkste stroming, de oude socialistische ideeen werden verlaten. Frans links had moeite met die jaren mitterrandolâtrie en keerde voor een groot deel de partij de rug toe. De nieuwe leider, Lionel Jospin, probeert nu met moeite de PS weer een eigen gezicht te geven en op koers te krijgen.

De onthullingen over Mitterrands oorlogsverleden zorgden voor grote verwarring in de Parti Socialiste. “Waarom toonde de president geen enkel berouw”, vroegen partijleden zich af. Mitterrand wuifde zijn fouten voor en tijdens de oorlog weg. Over de jeugd van Mitterrand was tot voor 1994 weinig bekend. Hij had het altijd beter gevonden daarover te zwijgen. Maar met de biografie 'Une Jeunesse Française' van Pierre Péan kwam zijn leven voor en tijdens de oorlog plotseling in de volle schijnwerpers. In 1934 kwam de toen achttienjarige Mitterrand als student naar Parijs en schreef in extreem-rechtse bladen. De jonge François demonstreerde voor Benito Mussolini en had nauwe banden met de ultra-nationalistische beweging Croix-de-Feu, die verantwoordelijk was voor aanslagen.

Na zijn ontsnapping uit Duitsland werd Mitterrand ambtenaar in de regering van de met de Duitsers samenwerkende maarschalk Pétain in Vichy. Mitterrand, die was belast met de terugkeer en opvang van Franse krijgsgevangenen, zei in 1994 nog dat hij toen niets afwist van de beruchte jodenwetten. “Ik dacht dat het alleen om deportatie van buitenlandse joden uit het Vichy-gebied naar Duitsland ging”, liet hij zich ontvallen. En hij verontschuldigde zich: “Ik was het produkt van mijn milieu: de ouderwetse kleine bourgeoisie, katholiek en traditioneel ingesteld. Dus rechts en patriottisch.”

Mitterrand probeerde als president in mei vorig, jaar kort voor zijn aftreden, de Fransen met de 'goede Duitsers' tijdens de tweede wereldoorlog te verzoenen. Op 8 mei vroeg hij in Berlijn ter gelegenheid van de herdenking van het einde van de tweede wereldoorlog de Wehrmachtsoldaten die Hitlers oorlog voerden te absolveren. Ondanks de “slechte zaak” waarvoor zij vochten waren de Duitse militairen “moedig” geweest en “hielden van hun land”, zei Mitterrand.

De rede leverde kritiek en lof tegelijkertijd op. Mitterrand hoopte zelf dat de toespraak een kentering zou betekenen in de naoorlogse geschiedenis en later als historisch gekenschetst zal worden. “Ik ben zelden zo bewogen geweest door een politieke redevoering”, zei Jean d'Ormesson, lid van de prestigieuze Académie Française en bekend criticus van Mitterrand, naderhand in Le Figaro. “Hij was Frankrijk, hij was Europa, hij was de verzoening. . . tussen Frankrijk en Duitsland. Hij was de stem van vrede, gerechtigheid en waarheid.”

Mitterrand heeft nooit berouw willen tonen over zijn eigen oorlogstijd, hoopte dat de geschiedenisboekjes vooral over zijn grootsheid als président de la République, politicus en denker willen schrijven. Als een farao liet hij tijdens zijn presidentschap bouwwerken verrijzen. Sinds Napoleon de Arc de Triomphe en Boulevard Haussmann liet aanleggen, had niemand het beeld van Parijs zo veranderd als François Mitterrand. Opvallende gebouwen, de een geslaagder dan de ander, zijn er verrezen. Het Grand Louvre met zijn glazen piramide, l'Arche de la Défense, de gigantische boog in het verlengde van de Champs-ülysées, het Institut du monde Arabe, la Villette, de veel bekritiseerde Opéra Bastille, het ministerie van financiën in Bercy en de schuin daartegenover gelegen Très Grande Bibliothèque, die zijn voltooiing dit jaar nadert.

Veel kritiek kwam er op de verspilling van miljarden francs aan deze prestigeobjecten. Maar Mitterrand hoopte dat de gebouwen zijn eigen grandeur zullen benadrukken, wellicht dat hij zijn voorganger en antipode generaal Charles de Gaulle nog eens in bekendheid zal evenaren.

Mitterrand had een zwak voor kerkhoven, was daar wat morbide in, wist bijvoorbeeld waar alle Franse letterkundige beroemdheden begraven lagen.

Rouwplechtigheden hadden een onweerstaanbare aantrekkingkracht op hem. Bij dergelijke gelegenheden kon hij zijn mooiste toespraken houden, waarmee hij vriend en vijand wist te roeren.

mailIcon print |