*

 
dossier

Archief

Tweedeling in zorg: noodzaak of creatie

ERNST ROELOFS − 20/01/98, 00:00

Is het moreel verantwoord dat werknemers voorrang krijgen boven de niet-werkenden - uitkeringsgerechtigden, kinderen, bejaarden en huisvrouwen - omdat het bedrijfsleven bereid is de extra kosten voor de voorrang op tafel te leggen zodat hun werkne(e)m(st)er sneller het werk kan hervatten?

Het klinkt niet onlogisch, gezien de verandering van de ziektewet waardoor werkgevers zelf verantwoordelijk zijn voor de doorbetaling van loon bij verzuim door ziekte. Maar een van de gevolgen kan zijn dat de overlevingskansen voor niet-werkenden zullen afnemen. Zij zullen immers langer op hun medische ingreep moeten wachten omdat zij naar achteren zullen schuiven op de wachtlijst. Bij lang genoeg wachten worden ook niet acute kwalen acuut. Selectie op medische gronden, zoals urgentie, blijft dan ook de meest rechtvaardige verdeling van zorg, tenzij men van mening is dat werkenden een grotere betekenis hebben voor de samenleving en daardoor met voorrang geholpen moeten worden. Door een meer efficiënte benadering zouden de wachtlijsten niet hoeven groeien, integendeel, zo beweren voorstanders van de tweedeling van zorg: door de operatiekamer 24 uur te bezetten en extra verpleegkundig personeel in te zetten.

Maar dat is nog maar de vraag. De laatste jaren zijn de ziekenhuizen, ten gevolge van door de overheid opgelegde bezuinigingen, al gedwongen geweest om steeds efficiënter te gaan werken. Een continu bezette operatiekamer is trouwens niet mogelijk omdat er altijd een ruimte vrij moet worden gehouden voor noodgevallen zoals een verkeersongeluk. Dit neemt niet weg dat bijvoorbeeld een oogarts met zijn personeel ook 's avonds en 's nachts zou kunnen werken.

Nog afgezien van de kosten (zoals de onregelmatigheidstoeslag) is de vraag wie dan die extra ingrepen gaat doen. De medische specialisten kunnen het werk eigenlijk nu al niet meer aan. Een chirurg die 70 tot 80 uur per week werkt is eerder regel dan uitzondering. Moet die dat? Natuurlijk niet. Veel specialismen houden de opleidingen bewust klein om zo het hoge inkomen van de eigen beroepsgroep veilig te stellen; door een kunstmatige schaarste te creëren behouden zij hun machtsbasis. Een ander probleem is dat veel specialisten zich afvragen wat al die vrouwen in godsnaam in hun vak te zoeken hebben; arts zijn is immers een mannenvak. Helaas voor hen studeren er tegenwoordig meer vrouwen dan mannen af als basisarts en moeten deze specialisten, knarsetandend, vrouwen toelaten tot disciplines waar ze niet geschikt voor zouden zijn (mede, zo vinden zij, wegens de lange werktijden). Tegenwoordig lukt het af en toe een vrouw om toegelaten te worden tot een opleiding als chirurg; tot op heden een mannenbolwerk bij uitstek.

Overigens mochten die vrouwelijke artsen wel, ironisch genoeg ook bij chirurgie, tot voor kort minimaal 60 tot 70 uur per week werken als agnio, assistent-geneeskundige-niet-in-opleiding, in de hoop zo na enige jaren toch een opleidingsplaats te verkrijgen. De sociale geneeskunde, zoals bedrijfsgeneeskunde, is dan ook het vangnet bij uitstek voor al die artsen die elders niet aan de bak kunnen komen simpel omdat ze parttime willen werken of van de 'verkeerde' sekse zijn.

Mijn pleidooi is om, teneinde een tweedeling in de zorg tegen te gaan, de vervolgopleidingen onder overheidstoezicht te plaatsen. Niet meer de specialisten, maar de overheid of een speciale commissie moet bepalen wie op grond van de werkelijke vraag en middels strenge toelatingseisen toegelaten gaan worden tot een opleiding. De functie van agnio zou als gevolg daarvan op korte termijn kunnen komen te vervallen. Een andere, net zo'n moeilijke stap, is het opheffen van de maatschappen. Het opnemen van de medische specialisten in loondienst van het ziekenhuis heeft dan onder andere als consequentie dat ook voor hen de algemene maatregel van bestuur (AMvB) gaat gelden waardoor werkweken van meer dan 50 uur ook voor specialisten tot het verleden gaan behoren. Een specialist die minder uren draait zal minder stress ondervinden, fitter zijn en daardoor minder fouten maken (en zijn gezin wat meer zien). Verder is er door het in loondienst nemen van de specialisten een betere controle mogelijk op de kosten van de specialistische zorg.

Natuurlijk kost deze verandering geld. Daar kan echter het geld voor gebruikt worden dat het bedrijfsleven wil uitgeven om hun werknemers met voorrang te laten behandelen. Deze oplossingen pakken het probleem structureel aan in plaats van het korte-termijndenken van het wegwerken van wachtlijsten voor werkende mensen.

mailIcon print |