Tom van Mol was als junior één der grootste Belgische voetbalbeloften. Als jongen van zeventien jaar verruilde hij Anderlecht voor PSV. De technicus was een jaar basisspeler bij PSV en een jaar uitblinker bij Sparta. Na twee jaar te hebben doorgebracht bij SK Lommel, keert de in Dendermonde geboren 'linkspoot' binnenkort terug naar Nederland. Jan Wouters is een liefhebber van Tom van Mol. Hij maakte hem warm voor een driejarig contract bij FC Utrecht. In de eredivisie zoekt de 24-jarige Belg wat hij in eigen land maar zelden vindt: het aanvalsvoetbal.
Lommel - vanuit Valkenswaard via Dommelen (met de prachtige bierbrouwerij van 1744 in het centrum van het dorp), Bergeyk en Luyksgestel, bereikt men Lommel. Eerst is er een laan met kapitale bungalows. Louter dure automobielen, veelal met Nederlandse kentekens, staan in de oprijlanen. Ook hier zijn de fiscale vluchtelingen neergestreken. Na de laatste stulp doemt het stadionnetje van de Sport Kring Lommel op. De reclameborden zijn er groter dan de tribunes. Stadion voorbij en daar is het centrum al. Is dit een dorp? De uitbater van het café 'aan de statie' werpt tegen dat Lommel niet niks is. “Er wonen hier niet veel mensen, met alles er omheen nog geen dertigduizend, maar Lommel is wel één der grootste gemeenten van België. “Ge komt er vanuit Nederland in en ge verlaat Lommel in zuidelijke richting pas na twintig kilometer.”
De kastelein tapt niet alleen een pintje, hij zorgt tevens voor verder vervoer van de gearriveerde reiziger. En zo merken we dat Lommel inderdaad niet niks is. Het is nog een stevig stuk rijden naar Tom van Mol, de vedette van de plaatselijke voetbaltrots, die net als de uitbater/taxichauffeur in Lommel woont.
Lommel is dus klein en groot tegelijk. Als woensdagavond Anderlecht op bezoek is voor een competitiewedstrijd, verdwaalt zowaar de bus. De SK Lommel houdt paars-wit uit Brussel in een volgens alle kranten onooglijke wedstrijd op 1-1. Tom van Mol zweert bij het aanvalsvoetbal in Nederland, maar hij moet zich wel neerleggen bij de Belgische praktijk. “De wedstrijden worden vaak op het middenveld gespeeld. Hier denkt en speelt men nu eenmaal vanuit de verdediging. Zo is het ook nu weer tegen Anderlecht gegaan. Nauwelijks kansen in die wedstrijd, maar ach, bij 1-1 gaat het publiek weer tevreden naar huis. Ook al is Anderlecht al lang het grote Anderlecht niet meer.”
“We missen hier in België de slag. Tot dusverre heb ik als professional meer wedstrijden in Nederland gespeeld dan in België. Ik kan dus een beetje vergelijken. In Nederland pakt men de zaken voortvarend aan, hier in België wachten we altijd maar weer af. Dat is werkelijk met alles zo. Nederland reageerde meteen op het Bosman-arrest, Nederland sluit kapitale mediacontracten voor het voetbal af, in Nederland hebben bijna alle clubs prachtige accommodaties. Hier in België laat men zo veel verkrotten. Dat zie je ook aan de steden. Kom ik in Eindhoven dan is alles nieuw en netjes. Kijk naar Antwerpen en Brussel, daar wemelt het van de vervallen huizen.”
Tom van Mol (24) overdrijft wel enigszins in zijn bewondering van Nederland. Vier jaar geleden was hij één seizoen lang de smaakmaker van Sparta. Die club speelt te Rotterdam-Spangen, zoals bekend ook niet de welvarendste wijk van de stad. “Ach, toen zat ik in Turnhout in militaire dienst. Ik reed heen en weer van Turnhout naar Sparta. Ik heb nooit in Rotterdam gewoond.”
Tom, de herkenbare voetballer met dat prachtige, enigszins slepende linkerbeen, maakt zijn tweede seizoen bij Lommel zonder problemen vol. Volgend seizoen begint hij na PSV, Sparta en weer PSV aan zijn vierde traject in Nederland. “Ik kon, maar wilde niet eerder terug naar Nederland. Mijn vriendin wil dit jaar haar studie fysiotherapie afmaken en dat is de reden om hier nog even te blijven.” Zoals gezegd: hij blijft met plezier, want na een moeizame start onder de Nederlandse trainer Vic Hermans - vooral bekend als zaalvoetbal-international - heeft hij vervolgens onder Jos Daerden en nu onder voormalig Ajacied en ex-bondscoach Walter Meeuws, lekker gespeeld bij Lommel. Nooit heeft hij zijn droom van een status als A-international opgegeven, maar Tom weet zeker dat hij dat doel als speler van SK Lommel nimmer zal bereiken. “Al speel ik hier tien jaar de pannen van het dak, dan nog zal ik de nationale ploeg niet halen. Ach, je moet ook een beetje geluk hebben en de aandacht van de bondscoach vangen. Eén seizoen ben ik bij PSV basisspeler geweest, maar toenmalig bondscoach Pol van Himst kwam niet eens naar mij kijken. En PSV, tsja, daar zijn de mogelijkheden toch echt groter dan bij een Belgische club. PSV heeft nu pas weer drie jeugdspelers van Anderlecht aangetrokken. En niet de minste talenten. Dat zegt genoeg.”
Bekijk de actuele stand in België en men weet hoe moeilijk de tijden momenteel voor Anderlecht zijn. Ooit was Anderlecht een grote Europese club. Nu staan de Brusselaars vijfde en clubs uit kleine plaatsen eerste (Moeskroen), derde (Liers SK), vierde (Harelbeke) en achtste (Lommel). Die vier kleintjes zijn stuk voor stuk nog in de markt voor Europees voetbal, nu het verschil tussen nummer één en nummer acht maar tien punten bedraagt. Lommel Europa in? Met een ploeg die niet alleen drijft op Tom van Mol, maar tevens op afdankertjes van PSV als Erik van Kessel en René Klomp? De kleine club kan het amper geloven. Ook Tom vooralsnog niet. “De echte betrachting blijft een plaatsje in de Intertoto-competitie.” Als dat doel is bereikt, zal hij die Intertoto-duels niet meer mee doen, want dan staat hij aan het begin van zijn lucratieve contract-periode (drie jaar) bij FC Utrecht. Hij kan er nu al naar uitzien. Van afwachtingsvoetbal naar aanvalsvoetbal. “Het verschil tussen Belgische en Nederlandse voetballers zie je altijd en overal. Nederlanders zijn in alle opzichten brutaler. Dat zie je al bij de jeugd. In België wordt al bij de jeugd de nadruk gelegd op fysieke kracht en verdedigen, in Nederland op techniek. Onze trainer Walter Meeuws kent dat verschil uit eigen ervaring. Hij wil ons hier echt wel laten aanvallen. Op de helft van de tegenstander mogen en moeten wij zelfs de acties van hem maken. Maar ja, het blijft wel Begisch voetbal. Er wordt vanuit een defensieve gedachte gewerkt. Dat hebben we nog eens heel duidelijk gezien bij België-Nederland. Nu geloof ik dat er op dit moment niet veel landenploegen zijn die Nederland kunnen verslaan, maar in Brussel heeft België natuurlijk ook om de problemen gevraagd. De coach koos van meet af aan voor vijf verdedigers. Dan geef je in feite het middenveld weg. Dan kom je tegen Nederland automatisch een mannetje te kort. Individueel zijn de Nederlandse topspelers zo sterk, dat van tevoren vast staat dat zij veel kansen zullen scheppen.”
In die Hollandse spelopvatting heeft Tom van Mol zich van meet af aan kunnen vinden. Als jongen van zeventien jaar verliet hij het opleidingsinstituut van Anderlecht voor de jeugd van PSV. Bij beide clubs moest hij vechten tegen gereputeerde namen. In Brussel zag hij voor zichzelf geen toekomst, te Eindhoven was hij als opvolger van Jan Heintze een jaar linksback, hoewel zijn voetbalhart op het middenveld lag en ligt. “Maar ik was al lang blij dat ik op zeker moment bij PSV één van de elf was.” Blessures wierpen de fragiele technicus echter terug. Toen hij weer fit was, bleek de merkwaardigste PSV-trainer van de laatste decennia, Aad de Mos, geen vertrouwen in de jonge Belg te hebben. In korte tijd stalde hij maar liefst acht verschillende spelers op de linksbackpositie. De gekste beslissing nam De Mos in Leverkusen, waar de verguisde spitsspeler Erik Meijer plotseling tot linksback werd gebombardeerd. Tom van Mol herinnert zich die met 5-4 verloren Europa Cup-wedstrijd (met drie goals van de toen zo indrukwekkende tiener Ronaldo) nog als de dag van gisteren. “De Mos had nogal wat schrik voor Lehnhoff, de rechterspits van Leverkusen. Hij koos voor hem Erik Meijer als tegenstander. Nou, dat ging dus niet, na twintig minuten kwam ik al linksback te staan.”
Voor Van Mol was aanvankelijk Arthur Numan bij PSV de belangrijkste concurrent als linkermiddenvelder. De positie van linksback was een aardig alternatief, maar zie, thans is Numan linksback en op die positie ook international. Tom mocht het dan uiteindelijk niet redden bij PSV, zijn grote talent is nooit betwijfeld. Dat maakte PSV al duidelijk, door hem na een stageperiode bij Sparta terug te halen en hem ook een seizoen lang als basisspeler te gebruiken. Toen hij het goed deed, wilde Aad de Mos hem zelfs vragen Nederlander te worden; dat was toen nog van belang in verband met de mogelijkheid meer buitenlanders op te stellen. “Maar dat wilde ik niet. Ik had al in de Belgische jeugdploeg gespeeld en hoopte nog steeds op de nationale A-ploeg. Zuiver om sportieve redenen wilde ik geen Nederlander worden. Voor de rest zegt een staatsburgerschap mij niet zo veel. Fransman, Belg, Nederlander - het is mij om het even. Ik voel mij bovenal Europeaan.”
Jan Wouters was bij PSV altijd enthousiast over de mogelijkheden van de op meerdere plaatsen inzetbare Tom van Mol. Via bemiddeling van de gewezen PSV-manager Kees Ploegsma, was de assistent-trainer van FC Utrecht er dan ook als de kippen bij toen hij onlangs vernam dat Van Mol na dit seizoen vrij is om te gaan en staan waar hij wil. “Ik heb met Wouters en Spelbos gesproken. Zij weten dat ik het liefst op het middenveld speel. Rob Witschge is ook een linkermiddenvelder, maar we kunnen goed samen spelen op een viermansmiddenveld. De één aan de zijkant, de ander wat meer naar binnen. Na die drie jaar maar eens zien of ik toch weer bij een topclub terechtkom.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.