*

 
dossier

Archief

'Ik heb de schurft aan ruzie'

Anniek van den Brand − 20/03/99, 00:00

Dik twee jaar geleden kwam hij met een miljoenencontract op zak naar Amsterdam om van het hoofdstedelijke vervoerbedrijf (GVB) weer een fatsoenlijke onderneming te maken. De destijds omstreden jonkheer André Testa, kwam niet voor het geld of de strijd, zegt hij. ,,Ik kon gewoon niet uitstaan dat het zo'n klotezooi was. Ik wist zeker dat het anders kon.''

Zijn kantoor in het monumentale Scheepvaarthuis doet denken aan een jongenskamer. In een nis staan twee flipperkasten met daarop schaars geklede, voluptueuze dames in militaire pakken met een machinegeweer. ,,Ze maken zo'n herrie dat iedereen vlucht. Soms moet dat.'' Op de grond staat onder het oude, een nieuw dartbord in een doos. ,,Gekregen van onze trambestuurder en Europees dartkampioen Co Stompé. Volgens hem is dat bord van mij niks. Mijn pijltjes zijn ook niet goed.''

Aan de muur stripfiguren, met als blikvanger Olie B. Bommel die met gefronst gelaat een brief schrijft: 'Geachte leden van de gemeenteraad . . .' Een toepasselijke tekst voor een onderneming die vooral is gestruikeld over de onduidelijke beslissingsstructuur. Politieke bemoeienis van de Amsterdamse gemeenteraad en het ministerie van verkeer en waterstaat en ellenlange inspraakprocedures van de machtige vakbonden, maakten het GVB tot een niet te besturen bedrijf.

Aan die warboel is tot nu toe nog weinig veranderd, maar het college heeft besloten het GVB om te bouwen van een gemeentelijke dienst tot een NV. Testa is daar blij mee, zegt hij. ,,Vorig jaar hadden we in mei pas de zomerdienstregeling rond, terwijl die bij iedere normale vervoerder al rond kerst klaar ligt. Alleen maar omdat iedereen, maar dan ook werkelijk íedereen, over dit bedrijf zijn zegje mag doen. De gemeente moet terug naar de rol van aandeelhouder en opdrachtgever. Dan krijgt de directie meer armslag. Zo simpel is het. Ook om heel praktische redenen. Als het ministerie mij een brief stuurt, slingert dat ding eerst twee weken rond op het stadhuis. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik een collega tegenkom die vraagt: 'André, wat vind jij nou daar en daar van' en dat ik niet weet waar de goede man het over heeft, omdat ik mijn post niet heb ontvangen.''

Jarenlang was Testa directeur van de Noord-Hollandse NZH, het succesvolste streekvervoerbedrijf van Nederland. 'Zijn' bussen reden net als die van het GVB door Amsterdam en als 'buurman' ergerde hij zich groen en geel aan de gang van zaken bij dat bedrijf. De jonkheer, niet bepaald bekend om zijn fijngevoeligheid, liet zich met regelmaat in weinig vleiende bewoordingen uit over zijn Amsterdamse collega's. Onbetrouwbaar, werkschuw tuig, daar kwam het op neer.

Dat uitgerekend híj het GVB wilde komen redden, wekte naast verwondering dan ook weerzin. Personeel, bonden en enkele politici gaven te kennen zich met hand en tand tegen zijn komst te zullen verzetten. In zijn sollicitatiegesprek pookte Testa de boel nog verder op. De poging om verplicht meer vrouwelijke personeelsleden aan te trekken, deed hij af als 'stadhuisgelul'. Hij heeft geen nacht wakker gelegen van die tegenstand, zegt hij. ,,Natuurlijk is het niet leuk voor rotte vis te worden uitgemaakt. Ik ben gewoon geen doetje, geen geitenwollensokkentype dat een beetje vredelievend gaat zitten zingen bij het kampvuur.''

In die tijd ooit overwogen uw kandidatuur in te trekken?

,,Nooit. Als iemand mij dwarsboomt, word ik kwaad hoewel ik de schurft heb aan ruzie. Ik vind 'samen spelen' leuk. En spullen: bij de padvinderij vond ik het zakmes mooi, in het leger de tanks, en nu speel ik met bussen. Het gaat me niet om de strijd. Aan strijd gaat iets vooraf, noem het voorspel. Daarin doe ik niet snel een stap opzij. Dan volgt de strijd, dat vind ik niet leuk maar soms is het onafwendbaar, en daarna krijg ik meestal gelijk. Nee, echt waar. Vaak zeggen mensen achteraf: 'je hebt me wat geleerd'. Ja, ook al die secretaresses die me achter het behang wilden plakken. Die sturen me nu brieven, met sommigen eet ik af en toe een hapje.''

Testa was werkloos vlak voor zijn aantreden bij het GVB. Met een gouden handdruk van drie miljoen was hij op straat gezet door Verenigd Streekvervoer Nederland, destijds de moedermaatschappij van alle streekvervoerbedrijven. Testa weigerde het concernbelang te laten prevaleren boven de belangen van 'zijn' NZH.

Toen hij ,,op straat moest spelen'', fantaseerde hij samen met zijn rechterhand Luuk Jacobs over het GVB. Jacobs, die aan Testa vastzit zoals Tom Poes aan Olie B. Bommel, had na het ontslag van zijn baas als vanzelfsprekend zijn baan opgezegd. ,,Wij bespraken samen hoe wij die tent zouden runnen, wat er moest gebeuren en, natuurlijk, hoe wij bij het GVB binnen zouden kunnen komen.''

Het plan werd ,,met militaire precisie'' voorbereid, zegt Testa. Hij zou de eerste poging wagen door met de toenmalige directeur Ben Smit te gaan praten. ,,Ik heb gezegd: luister Ben, ik sta op straat, jij hebt niet zoveel jaar meer te gaan en het lijkt mij fantastisch jou te komen helpen als tweede man.'' Volgens Testa vond Smit het een mooi idee, maar voelde de politiek er niets voor. Ook poging twee mislukte: ,,Toen er een vacature als voorlichter vrij kwam, dachten we: dan moet Luuk maar als eerste gaan. Maar hij werd niet goed genoeg bevonden.''

Uiteindelijk bleek het een helse klus voor politiek Amsterdam om iemand bereid te vinden in de slangenkuil van het GVB te stappen. Twintig jaren mismanagement hadden hun sporen achtergelaten en niemand had zin in een onmogelijke opgave. Testa bleek de enige die het avontuur aandurfde. ,,Ha, je had die gezichten moeten zien, toen Luuk twee dagen na mijn aantreden hier binnenstapte.''

,,Toen ik hier kwam, was er helemaal geen management, op dertig interimmanagers na die elkaar vliegen zaten af te vangen en elkaar de tent uitvochten. Ik werd er af en toe knettergek van. Stelde ik tien keer dezelfde vraag, kreeg ik tien keer een ander antwoord. Dat kan niet, dacht ik, dat moet anders.''

Allereerst moesten de financiën op orde komen. Bij zijn aantreden fourneerde de gemeente 100 miljoen gulden om het GVB in ieder geval uit de rode cijfers te krijgen. Nadat de raad het businessplan van Testa had gelezen, volgende nog eens 100 miljoen. Daarvan kon onder meer een nieuwe busvloot worden aangeschaft.

Een gespreid bedje?

,,Kom nou! Ik wil me niet op de borst kloppen, maar we hebben potverdomme wel veel gedaan de afgelopen jaren. Toen ik hier kwam, stonden er vierhonderd mensen op de nominatie ontslagen te worden. Nu werven we als gekken. Toen ik hier kwam, waren er alleen maar schulden. Nu hebben we het grootste investeringsprogramma van alle vervoersbedrijven in West-Europa. En echt niet omdat God wat zakken geld naar beneden heeft laten komen boven het Scheepvaarthuis.''

Waarom wilde u zo nodig aan het roer staan van het GVB?

,,Ik heb verstand van openbaar vervoer. En ik heb nooit begrepen waarom het met het GVB niet goed zou kunnen komen. Mijn vingers jeukten bij het idee dat bedrijf te repareren. Laat ik het anders zeggen: ik hou van oude auto's. Die kun je blinkend en rijklaar kopen. Maar dan heb je maar een deel van het genot. Het leukste is tegen een wrak aanlopen in een oude boomgaard, overwoekerd door braamstruiken vol doornen. Dan vind je een schat, daar is iets moois van te maken. Een schat moet je niet zien als een joekel van een diamant uit de mijnen van Salomon. Schatten, die vind je om je heen. Je moet er alleen oog voor hebben en je moet het leuk vinden ze te laten glinsteren. Ik had een enorme behoefte te bewijzen dat het met het GVB anders kan, dat het niet alleen een miljoenenverslindende tent is.''

De NZH, dat was uw kindje. Dat gevoel straalt u over het GVB niet uit.

,,De NZH heb ik op dermate persoonlijke wijze gerund, dat het een deel van mij was. De NZH, dat was een kind dat ik zelf had gemaakt. Het GVB is niet van mij, het is van de politiek. Ik heb het erbij gekregen, maar ik omarm het niet met minder liefde. Ik heb alleen een deel van de groei gemist, er was een fase dat ik er niet bij was. Wel als buurman, maar niet als vader.''

Ingewikkeld, ineens zo'n onwillige puber op je dak.

,,De NZH kon ik modelleren naar mijn eigen goeddunken. Er was weinig aan de hand, het ging gewoon goed. Bij het GVB is het acute nood. Ik sta drie branden tegelijk te blussen: die uit het verleden, die van vandaag - want die oude rottrams moeten wel rijden - en ik moet de toekomst veiligstellen.''

De afgelopen twee jaar bouwde Testa krediet op, zowel op het stadhuis als binnen het eigen bedrijf. ,,De mat ligt er spectaculair anders bij dan twee jaar geleden. Onze aanpak begint te werken.''

Erg veel meer dan een aardige financiële exercitie lijkt het nog niet te zijn.

,,Kom, kom. Vorig jaar werd voor het eerst in tientallen jaren winst gemeld. Doe ons dat maar eens na. Het is lastig aan de buitenwereld te laten zien dat het GVB geneest. Bussen en trams kun je nu kopen, maar de grote ellende is dat het vijf jaar duurt voor die dingen worden geleverd. En breng maar eens een topteam bij elkaar bij een bedrijf met een naam als het GVB, laten we wel wezen. Een hoofd personeel en organisatie vinden voor deze tent, tjonge, jonge, ik heb me de blaren op de tong gepraat, daar komen echt niet spontaan goede mensen op af.''

,,Het personeel heeft veel meegemaakt. Zes reorganisaties die zijn ingezet en nooit zijn afgemaakt, dan word je ook raar. Ik durf bijna het woord trauma in de mond te nemen, veel GVB'ers zijn getraumatiseerd. Voor ons als buitenstaanders is dat nauwelijks te doorgronden, omdat wij dat niet hebben doorleefd. Tegelijkertijd krijgen wij als nieuwe directie al die emoties wel voor onze kiezen. Het als met een vrouw die iets akeligs heeft meegemaakt met een enge man: het kost tijd om daar overheen te komen. Alle lolligheid die je samen kunt beleven, lijkt vergeten.''

Rustig afwachten dan maar, de tijd de wonden laten helen?

,,Welnee. Aanpakken. We gaan vierhonderd leidinggevenden naar school sturen. Daarvoor gaan we geen externe opleiders inhuren die vandaag aan IBM vertellen hoe dat moet en morgen aan Amev, dat gaan we zelf doen. Ze gaan leren leiding geven zoals de directie dat wil. Hoe dat er uitziet? Het komt erop neer dat iemand die iets goed doet een pluim krijgt en iemand die iets fout doet wordt gecorrigeerd. Ja, dat klinkt heel simpel maar ik kan je verzekeren dat dat bij het GVB tot nu toe niet normaal was. En ik heb gezegd: vanaf nu gaan we bij het GVB potverdomme ook normaal doen.''

Dus het komt nog goed met het GVB?

,,Doris Day zong: whatever will be, will be. Napoleon veranderde zelf de wereld. De waarheid ligt in het midden. Wij kunnen iets meer dan de helft sturen. Daarvoor hoeven we als directie niet therapeutisch te gaan zitten leuteren in de bergen, daarvoor lees je gewoon veel, ga je eens kijken bij een buitenlandse collega en zie je dat dingen die in de luchtvaart gebeuren ook opgaan voor het openbaar vervoer.''

Ze moeten u wel uw gang laten gaan.

,,Dat moeten ze zeker. Het GVB is op weg van min honderd naar nul. Wij willen naar plus honderd. De toekomst gloort. Op de eerste plaats omdat Amsterdam een begrip is over de hele wereld. Op de tweede plaats omdat het met 750 000 inwoners een redelijk kleine stad is, maar groot genoeg om een metronet te exploiteren. Op de derde plaats hebben we een ideale marktsetting: alle automobielen rijden zich lekker vast op de ring, daar komt het rekeningrijden nog bij, dus dat gaat mooi.''

mailIcon print |