BERLIJN - Als een raket lanceerde Catriona Ann LeMay het afgelopen najaar zichzelf, en als een raket blijft de sprintster dit olympische seizoen in duizelingwekkende vaart om de aarde cirkelen. Met grote overmacht bezorgde ze Canada de eerste mondiale titel bij de vrouwen sinds 1977. Toen ging op de winderige ijsbaan van Alkmaar Sylvia Burka haar voor.
LeMay was door de jaren heen een modale schaatsster, tot ze mee kon deinen op de woelige zee van de grote veranderingen. Het keerpunt in haar sportieve carrière was vier jaar geleden de olympische 500 meter in Hamar. Ze viel op die afstand en slaagde er vervolgens niet in die deceptie te verwerken. “,Waarom overkomt me dit, ik ben toch geen slecht mens?” spookte het voortdurend door haar hoofd. Voor LeMay werd het brute pechgeval - elke sprinter valt wel eens - echter een steeds grotere obsessie. Tot ze in contact kwam met een groepje Canadese sporters, dat zich Athletes in action noemt en het geloof als therapeutisch proces propageert. Dat hielp haar er geestelijk weer bovenop.
Maar voor prestaties waren aardse zaken als een andere trainer, andere werkschema's en uiteindelijk de klapschaats nodig. Ze brak met Ingrid Paul, die gewend is met allrounders te werken en op een verloren achternamiddag programmaatjes voor de sprinters uit de selectie schreef. Toch had LeMay grote aarzelingen om over te stappen op het enige alternatief, Derrick Auch. Hij is immers de broer van haar landgenote én concurrente Susan. Auch stuurde haar in 1996 ook voor de zomertraining de ijsbaan op. Daarvoor hield de oud-atlete van Schotse afkomst zich buiten het ijsseizoen onledig met aerobics, golf en atletiek. Ze wilde altijd alleen maar aan schaatsen denken als het vroor. Het bleek een prettige gewaarwording te zijn, in hartje zomer op de Olympic Oval van Calgary aan haar techniek te werken. Net toen ze intens van dat nieuwe leven genoot, kwam de klapschaats. “Ik zat daar niet op te wachten. Het liep net lekker. Nu moest ik wéér omschakelen.”
Inmiddels heeft ze op de 'klappers' de perfecte 500 meter leren rijden. Voorheen schoot ze zo snel uit de startblokken, dat ze, naarmate de meters vorderden, steeds meer tijd ging inleveren. Ze sprong bovendien nogal slordig met haar krachten om. De brokken spatten soms van het ijs. De LeMay van vandaag heeft een meer efficiënte afzet, een lange, krachtige slag en een uitmuntende bochtentechniek, gepaard met hoge snelheid, tot dodelijke wapens gemaakt; vooral op de 500 meter. In vijf slagen vliegt ze van bocht naar bocht. In Berlijn boekte ze haar winst vooral op de beide 500 meters. De laatste kilometer was daarentegen geen maatstaf. Haar voorsprong op de Duitse Sabine Völker was al dermate groot, dat ze het zich kon veroorloven niet alles meer te geven. Dat bood de onttroonde wereldkampioene Franziska Schenk, die zaterdag zwaar tobbend door het leven stapte, de kans op de duizend meter te gloriëren.
LeMay is vanzelfsprekend de torenhoge favoriet voor olympisch goud op de kortste afstand en één van de meest serieuze kanshebbers op de 1000 en 1500 meter. Op de 500 meter verbeterde ze in november en december al twee keer officieus en drie maal officieel het wereldrecord, op de kilometer zwiepte ze hinkstapsgewijs van 1.17,29 naar 1.16,07 (de mondiale toptijd is overigens in handen van Witty) en op de mijl schreef de Canadese historie door Karin Kania als recordhoudster te onttronen. Ondanks deze briljante cijferlijst heeft LeMay geleerd met de dag en vooral met het evenement te leven. “Iedereen focust zich op de Spelen, maar ik weet uit ervaring dat daar rangen en standen niet altijd tellen. Daarom is dat voor mij een wedstrijd als vele andere.”
Gewaagd
Met name in een olympisch jaar is het gewaagd een wereldkampioene een ambtsperiode van vele jaren toe te dichten. Des te gemakkelijker is het te voorspellen dat de Nederlandse sprintsters nog geruime tijd nodig zullen hebben om het gat met LeMay cs te dichten. Annamarie Thomas, Sandra Zwolle en debutante Andrea Nuyt reden een onopvallend toernooi, waarbij vooral voor de eerste het evenement ondergeschikt was aan de voorbereiding op 'Nagano'. Twee keurige duizend meters gaven Thomas het idee dat ze op het goede spoor zit. Het was een ideale snelheidstraining voor haar favoriete afstand, de 1500 meter. Marianne Timmer, één van de weinigen die het sprinten bij de vrouwen meer aanzien kan geven (al ziet bondscoach Peter Müller in Nuyt een pure specialist), stelde teleur. Een redelijke tweede dag kon een zwakke eerste niet meer goed maken.
“Ik heb er geen verklaring, en ook geen excuus voor”, zegt de Groningse. “Zaterdag heb ik voornamelijk achter mezelf aan geschaatst. Het leek net alsof ik niet gewend was aan snel ijs. Zondag kon ik mijn kracht beter kwijt. Ik wist weer hoe het moet voelen.” Na de eerste dag had Timmer met Müller en vrouwencoach Sijtje van der Lende rond de tafel gezeten om het zelfvertrouwen weer een beetje te herwinnen. De Amerikaan maakte haar duidelijk dat de overgang van het startmoment naar de eerste echte slagen te traag was. “Ik moest meer boosheid in mijn schaatsen leggen.” Timmer denkt dat de crisis voorbij is. November en december waren al met al erg hectisch met lange reizen, urenlang wachten op vliegvelden, slopende jetlegs en cruciale wedstrijden. Een koudje was daarom snel gevat. Gisteren draaide ze de zwarte bladzijde om. “De laatste ronde op de 1000 meter kan nog beter, maar ik was blij met de snelle opening. Daar zat ik het hele seizoen al mee.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.