Enige tijd geleden opperde minister van defensie Joris Voorhoeve in een toespraak voor het Instituut defensie leergangen, de suggestie dat Nederlandse militairen meer zouden kunnen doen voor onze binnenlandse veiligheid.
De minister doelde in die toespraak niet alleen op hulp bij natuurrampen of in noodsituaties. Voorhoeve zei te verwachten dat de huidige bijdrage van de krijgsmacht hieraan, hoofdzakelijk door Marechaussee en Kustwacht, de komende jaren zal toenemen. Een prima idee waarvoor ik op deze pagina vorig jaar al pleitte.
Misschien komt het door het dreigende vooruitzicht van nieuwe bezuinigingen op Defensie, zoals deze zich aftekenen in de verkiezingsprogramma's, dat Voorhoeve ineens dit idee omarmt. Het maakt mij eigenlijk niet uit waarom hij het doet, als hij het maar doet.
Hoe groot is de capaciteit, in mankracht en middelen, die Defensie kan leveren zonder haar taken te verzaken? Uiteraard is een antwoord op deze vraag afhankelijk van de wijze waarop de taak van onze krijgsmacht wordt gedefinieerd. Gewild of ongewild is in het gangbare denken over die taak een fout geslopen. Hierdoor wordt de blik op het werkelijke nut van onze krijgsmacht vertroebeld.
Nu wordt het zo efficiënt mogelijk leveren van zoveel mogelijk gevechtskracht nagestreefd. Goed bezien is optimale gevechtskracht echter slechts een middel. Zolang er niet gevochten wordt of er geen tegenstander is om met onze gevechtskracht af te schrikken, is alle gevechtskracht een verspilling van mankracht, materiaal en geld. In dit opzicht is een krijgsmacht te vergelijken met een bedrijf. De productie kan nog zo groot zijn, maar als er niets van wordt verkocht gaat een bedrijf failliet.
De Nederlandse krijgsmacht heeft als primaire taak de bescherming van het Nederlands en Navo-(grond)-gebied. De kans dat dit nodig is is nu echter heel klein. De secundaire taak van onze krijgsmacht is deelnemen in vredesoperaties, maximaal vier grote operaties tegelijk. Sinds dit als taak is gesteld heeft Nederland echter nooit aan vier grote operaties tegelijk meegedaan. De kans dat dit wel nodig is blijkt ook klein te zijn.
Voorhoeve lijkt te beseffen dat hij met deze wapenfeiten de huidige omvang van onze krijgsmacht moeilijk kan verdedigen. Vandaar dat hij een opening zoekt naar een tertiaire taak voor de krijgsmacht. Net als een bedrijf dat haar verkopen ziet teruglopen gaat Defensie ook op zoek naar nieuwe markten om haar producten af te zetten. Dit is logisch en volgens mij ook helemaal niet erg. Net als de consument baat heeft bij de mogelijkheid nieuwe producten te kopen, heeft immers de burger baat bij nieuwe manieren om zijn of haar veiligheid te vergroten.
Overigens is de Amerikaanse krijgsmacht al een jaar of tien met deze taak bezig en verlichte denkers geloven zelfs dat deze confrontaties met de werkelijkheid een betere voorbereiding op een oorlog zijn dan gewone militaire oefeningen. Door veiligheidsvergroting als doel voor de krijgsmacht te stellen wordt snel duidelijk hoe groot de capaciteit van Defensie is om een bijdrage te leveren aan de binnenlandse veiligheid.
Nederland heeft een krijgsmacht van ruwweg 60 000 mannen en vrouwen. Sinds het einde van de Koude Oorlog waren deze niet nodig voor het bevechten of afschrikken van een vijand. Voor vredesoperaties zijn nooit meer dan 3 000 militairen tegelijk uitgezonden geweest. Defensie beschouwt deze inspanning als ruwweg anderhalve operatie. Voor alle uitgezonden militairen zijn aflossers, voorgangers, ondersteuning en overhead nodig. Voor de maximale inspanning van vier grote vredesoperaties zijn 60 000 mensen beschikbaar, dat is dus 15 000 per operatie. Berekening hiervan leert dat achteraf gezien meer dan 35 000 van de personen op de loonlijst van Defensie ergens anders hadden kunnen worden ingezet. Weliswaar is dit een simplificatie, maar het laat wel zien dat de overcapaciteit van Defensie eerder in duizenden dan in honderden moet worden geschat.
Ook is het makkelijker achteraf een overcapaciteit te constateren dan vooraf op verantwoorde wijze te schatten welke militair wanneer buiten Defensie nuttiger kan zijn. Dit is echter geen argument om niet een derde taak aan de krijgsmacht te geven: oplossing van dit probleem vereist organisatorische flexibiliteit.
Voorhoeve zou opdracht moeten geven uit te zoeken hoeveel militairen aan andere ministeries of staatsinstellingen kunnen worden uitgeleend. Zolang dit gedekt wordt door onze Grondwet, waarin staat dat de krijgsmacht dient ter bescherming van de belangen van de staat, is hiertegen geen principieel bezwaar.
Natuurlijk dienen deze mensen steeds onder bevoegd gezag te staan, goed voorbereid te worden en altijd te kunnen worden teruggeroepen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Militair tenue is niet noodzakelijk. Ook is het beter niet steeds dezelfde militairen uit te lenen en kan voor detachering een gezonde maximale termijn worden gesteld.
Bovenal zouden andere ministers moeten nagaan waar zij hulp van Defensie kunnen gebruiken. Extra arrestatie-teams voor Binnenlandse Zaken, mankracht en materieel voor opvang van asielzoekers of gevangenen, administratieve ondersteuning op politiebureaus om meer 'blauw op straat' sneller mogelijk te maken, mankracht voor extra prikacties van milieu- of arbeidsinspecties? Veel hiervan wordt door Nederlandse militairen al wel tijdens vredesoperaties gedaan. Bijdragen aan de handhaving van wetten en regels lijkt mij ook in Nederland te schikken onder de bescherming van de belangen van de staat.
De mogelijkheid voor andere ministeries om hulp te vragen heeft overigens altijd bestaan. Wat anders is, is het gemak waarmee Defensie, verwijzend naar de noodzak militairen paraat te houden voor operaties, een dergelijke aanvraag kon afwijzen. Zowel oorlog als maximale inspanning voor vredesoperaties is nu onwaarschijnlijk, hoewel ook niet uit te sluiten. Door een tertiaire taak aan de krijgsmacht te geven maakt deze zich veel nuttiger voor onze veiligheid. Een serieuze poging om de verborgen werkloosheid bij Defensie op een verantwoorde manier terug te brengen mag wat mij betreft worden beloond met een uitblijven van nieuwe bezuinigingen op Defensie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.