Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De inspectie voor volksgezondheid gaat onderzoeken hoe ziekenhuizen omgaan met de stoffelijke resten van doodgeboren foetussen.
Minister Borst heeft hiertoe besloten naar aanleiding van de klacht van een echtpaar uit Bergen op Zoom over het Oosterscheldeziekenhuis in Goes. Volgens de man en vrouw heeft het ziekenhuis tegen hun wil de resten van hun 19 weken oude, doodgeboren baby bij het ziekenhuisafval gedeponeerd. Volgens de wet op de lijkbezorging moet een vrucht van 24 weken of ouder worden begraven of gecremeerd. Voor jongere foetussen geldt die verplichting niet, maar is er anderzijds ook geen enkele belemmering dat wel te doen, aldus een woordvoerder van de minister. “De ouders kunnen in overleg met het ziekenhuis bepalen wat er moet gebeuren.”
Het GPV-Kamerlid Schutte heeft inmiddels vragen over de kwestie gesteld aan minister Borst. Hij vraagt de minister of zij met hem van mening is dat handelen conform de wens van de ouders, de 'piëteitsvolle wijze van behandeling van binnen de 24 weken doodgeboren menselijke vruchten' bevordert. Ook wil hij van de minister weten of ze wil stimuleren dat ziekenhuizen uitgaan van de wens van de ouders.
In het Goesse ziekenhuis is het beleid sinds 1993 niet 'wezenlijk' veranderd, laat het lid van de raad van bestuur Breederveld weten. Er wordt met de ouders besproken wat er met het lijkje moet gebeuren. Het Oosterscheldeziekenhuis laat momenteel intern onderzoeken hoe de zaken in het geval van het echtpaar uit Bergen op Zoom precies zijn verlopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.