HEERENVEEN - Pas toen Atje Keulen-Deelstra haar feliciteerde en een bos bloemen overhandigde, werd het Tonny de Jong te machtig en schoten de tranen haar in de ogen. Ze viel haar voorgangster in de armen, drukte haar gezicht tegen de beroemde schouder en snikte het uit.
Voor De Jong was het de eerste huilbui van die dag. Zonder een traan te laten had ze de afsluitende vijf kilometerrit gewonnen en zich gerealiseerd dat ze Europees kampioene was. Ze was gefeliciteerd door trainers, teamgenotes, concurrentes, familieleden, vrienden en wie al niet meer. Ze had, met een Nederlandse vlag in de hand en een Friese muts op het hoofd, ererondjes gereden om het publiek te bedanken. Ze vond het allemaal even prachtig, ze genoot er zichtbaar van, maar het leidde niet tot een ontlading van emoties. Dat gebeurde pas toen Atje Keulen haar de hand drukte en het bosje bloemen gaf, dat ze speciaal voor haar opvolgster naar Thialf had meegenomen. “Het was een raar moment”, stamelde De Jong, die alles wat ze niet benoemen kan per definitie 'raar' noemt. “Het was een soort overdracht. Pas toen Atje me feliciteerde, besefte ik dat ik zojuist Europees kampioene was geworden.”
Dat was een Nederlandse schaatsster niet meer gelukt sinds Atje Keulen in 1974 voor de derde keer de beste allroundschaatsster van Europa werd. 'Toen jij nog maar een eicelletje was', zoals een radioverslaggever De Jong niet al te kies, maar wel terecht in herinnerig bracht. Drieëntwintig jaar lang vormden met name de Oost-Duitsen een muur, die geen Nederlandse schaatsster wist te slechten. Totdat er uit een Fries dorpje een wereldvreemd meisje opdook, dat iedereen van de sokken reed. En vlak ook de prestatie van Barbara de Loor niet uit: de al bijna afgeschreven schaatsster, die zich ten koste van Annamarie Thomas voor het EK plaatste, werd gisteren verrassend derde. Carla Zijlstra, tweede op de vijf kilometer, eindigde in het eindklassement als zevende.
Alleen op de 500 meter moest De Jong genoegen nemen met zilver, alle andere afstanden sloot ze winnend af. Emese Hunyady, die haar na de beide kortste afstanden het dichtst op de hielen zat, vormde na de 3000 meter al geen bedreiging meer. Laat staan de rest van het veld. Zelfs zevenvoudig Europees kampioene Gunda Niemann hikte tegen een achterstand van bijna zestien seconden aan. Desondanks hield De Jong zaterdag een flinke slag om de arm: je weet maar nooit wat er gebeurt. Eén val en je kansen kunnen verkeken zijn. Bovendien is er geen Nederlandse schaatsster die de angst voor Niemann van zich af kan zetten. Het krachtmens uit Erfurt is jarenlang zo nadrukkelijk afgeschilderd als onoverwinnelijk, dat ze zelfs op haar sterfbed nog een schrikbeeld zou zijn.
In een rechtstreeks duel met Niemann legde De Jong de laatste afstand af zoals ze dat altijd doet. Ze begon rustig, bleef vlak achter de Duitse aanrijden, versnelde pas in de laatste drie ronden en kwam bijna twee seconden eerder dan Niemann over de finishlijn. Bij de laatste binnenbocht, in het zicht van de haven, kreeg ze het nog even heel benauwd. “Stel dat je valt, dacht ik. O god, blijf alsjeblieft staan.”
Natuurlijk bleef ze staan, ze is nog nooit gevallen. Bovendien stuwden 15 000 toeschouwers haar, net als op de drie voorgaande afstanden, voort. “Als ik door een bocht kwam, was het ongelofelijk zoveel lawaai als er was. Ik werd bijna doof aan één oor. Ik gebruikte het, het was net alsof ik naar voren werd geduwd. Echt raar was dat. En mooi. Want hoe vaak maak je dat nou mee?”
De Jong en De Loor maakten het spektakel in de Thialfhal voor de tweede keer mee. Op het EK van vorig jaar werd De Jong derde, op dat van vier jaar geleden werd De Loor vijftiende. In de tussenliggende jaren werd er van De Loor weinig vernomen. Zo weinig zelfs, dat haar plaats in de kernploeg dit seizoen ter discussie kwam te staan. Uiteindelijk kreeg ze nog één kans om te laten zien wat ze kon.
De 22-jarige schaatsster uit Hoogwoud verhuisde naar Heerenveen om met de Friese selectie van Sijtje van der Lende te kunnen trainen. Daar heeft ze leren vechten. “Ik ga heel stiekem voor de derde plek”, grinnikte ze zaterdagavond. Zoiets zou ze vroeger nooit hebben gezegd. Dat ze dat nu wel kan, komt omdat ze niet bang meer is. De angst om risico's te nemen en diep te gaan is verdwenen. “Ik kan in mijn hoofd iets uitschakelen. Vroeger dacht ik altijd: o jee, als het nou maar goed gaat. Voel ik mijn benen al? O nee, gelukkig niet. Dat soort gedachten werkten enorm belemmerend. Ik heb nu zoiets van: gáán! Zodra ik ergens pijn voel, geef ik me er niet meer aan over.” Bij Van der Lende heeft ze deze zomer 'onwijs lekker' getraind. “We hebben veel looptrainingen gedaan. Ik liep vaak achteraan, maar ging toch door. Daar ben ik keihard en ijzersterk van geworden.”
Op de 500 meter reed ze een persoonlijk record, na de 1500 en 3000 meter vond ze zichzelf terug op een vierde plaats. En omdat het verschil tussen haar en de nummer drie Hunyady slechts 0,05 seconde bedroeg, besloot ze voor het brons te gaan. Tijdens de race was ze zo geconcentreerd bezig, dat ze niet eens merkte dat Hunyady er na iets meer dan een kilometer bij ging liggen. Aan het eind van de rit merkte ze met verbazing dat ze bijna tegen Hunyady opbotste. Desondanks versnelde ze, haalde haar tegenstandster in en reed een tweede persoonlijk record.
Haar progressie verbaasde iedereen, haarzelf inbegrepen. “Ik ging uit van een zesde of zevende plaats, het dringt nog niet tot me door”, zei De Loor, die zich na gisteren geplaatst wist voor het WK in Nagano.
Zenuwachtig
Na zeven keer bovenop het podium gestaan te hebben, beklom Gunda Niemann gisteren zonder blikken of blozen het op een na hoogste treetje: “Ik ben al blij dat ik op het podium sta.” Ze gaf toe dat ze zich in het voorseizoen zenuwachtig had gemaakt over de snelle vorderingen die de Nederlandse schaatssters met de klapschaats maakten. De klap kwam des te harder aan, omdat zij zelf de coördinatie kwijt bleek te zijn. “Door de jaren heen heb ik aan de wereldtop gestaan en dan heb ik plotseling geen controle meer over mijn benen. Daar komt die klapschaats dan nog overheen. Dan denk je: hopla, wat gebeurt hier? Dit weekeinde hebben we kunnen zien dat er heel veel is gebeurd.” Of ze zich bekeert tot de klapschaats, weet ze nog niet. “Eerst moeten er andere problemen uit de weg worden geruimd. Om te beginnen moet ik aan mijn techniek gaan werken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.