*

 
dossier

Archief

WAT ZOEK JE? JONG? DERTIEN? OF VEERTIEN?

FRITS VAN EXTER − 07/10/95, 00:00

Hoeveel kinderen in Thailand in de prostitutie zitten, is niet bekend. En de meningen zijn verdeeld over de vraag of hun aantal toeneemt of juist afneemt. Maar dat kinderprostitutie er op grote schaal voorkomt, is duidelijk te merken op straat, waar je naar believen een jongetje of meisje bestelt. Het gezwel van de Thaise samenleving, die uiteenvalt door de onstuimige en onevenwichtige groei. ECPAT (End Children Prostitution in Asian Tourism) is inmiddels een wereldwijde lobby tegen het misbruik van kinderen geworden. Het fenomeen is berucht in Azië, maar doet zich ook voor in Brazilië, Afrika en Oost-Europa. Sinds 1 oktober is er ook een Nederlandse ECPAT-afdeling, opgericht door Kinderen in de Knel, het kinderprogramma van Kerken in Actie, Stichting Kinderpostzegels, Defence for Children, de Raad van Kerken en de Stichting Retour. ECPAT-Nederland spant zich in voor een wetsvoorstel dat seks door Nederlanders met kinderen in het buitenland strafbaar stelt.

De meisjes blijven achter in het huis. Ze zitten op matten op de grond bij de radio. Ze hebben het huis net van onder tot boven schoongemaakt. Het ruikt naar zeep. Ze zijn dertien tot vijftien jaar en komen van het platteland. De abt van een nabij gelegen boeddhistisch klooster had zijn in het wit gehulde nonnen met een smoesje op ze afgestuurd. In het klooster heeft hij ze verkracht. Een meisje en haar ouders beklaagden zich, waardoor het een schandaal werd. Negen meisjes dienden een aanklacht in. De abt en de nonnen werden opgepakt. Zeven meisjes zijn nu hier om op verhaal te komen en te getuigen.

Een jonger meisje van acht of negen jaar houdt zich schuil op de achtergrond. Niemand kent haar verhaal. De staf van het huis vermoedt dat zij Laotiaanse is, maar zij zegt niets. Ze is gevonden op straat in de hoerenbuurt. Ze was er flauwgevallen.

De Birmese jongen en zijn zusje (twaalf en negen jaar) maken juist veel lawaai. Vooral de jongen is hyperactief; niemand kan hem stopzetten. Ze hebben de kinderen uit de gevangenis gehaald. De politie wist er geen raad mee: twee verschillende vrouwen eisen ze op. Een bloedtest moet uitwijzen wie de moeder is. Het meisje heeft littekens op de hals: iemand heeft er sigaretten op uitgedrukt.

Dinsdagochtend is er een bijeenkomst op het ministerie van justitie in Bangkok. Iedereen die in Thailand iets met kinderen te maken heeft - en zo veel mensen zijn dat niet - is aanwezig. De kinderrechter, de officier van justitie, de regeringsadviseur en vooral het handvol vermoeide particuliere voorvechters van kinderrechten blijken somber gestemd. Een greep: de overheid zelf gaat er, net als veel ouders, vaak vanuit dat een kind slechts willoos en rechteloos bezit van ouderen is; de politie behandelt kinderen in de prostitutie niet als slachtoffers maar als criminelen; leraren zien de gevolgen van misbruik zonder benul van hun taak; er zijn wetten, ook al schieten die nog tekort, maar de politie kent ze niet; er is een nijpend tekort aan goede opvang - maatschappelijk werkers, psychologen, therapeuten; kinderen verdwijnen vaak voordat een zaak voor de rechter komt. De kinderrechter: “Ik ben somber, het misbruik van kinderen verspreidt zich naar elke hoek van de samenleving.” De hulpverlener: “Mensen kennen het probleem, maar ze voelen het niet als een probleem.”

“Waar zijn de kinderen eigenlijk?”, had Sanpasit Koompraphant gevraagd. “Elk jaar verdwijnen er honderdduizenden voortijdig van school, maar we weten niet waar ze blijven. We hebben geen cijfers. We zien alleen maar het topje van de ijsberg.” Sanpasit is directeur van het Centrum voor de bescherming van kinderrechten (CPCR). Het is bekend geworden door vele reddingsacties in bordelen maar ook in illegale fabrieken waar kinderen als lijfeigenen tewerk zijn gesteld. “Hoeveel kinderen we ook redden, we weten niet of dat enig verschil maakt.” Elke dag worden er een of twee gevallen van kindermisbruik gemeld.

Kinderen redden is spectaculair. Het beantwoordt aan de roep om onmiddellijke actie. Maar Sanpasit weet niet hoeveel kinderen geketend blijven, of gedwongen worden de plaats in te nemen van de bevrijde kinderen. Hij weet ook niet hoezeer ze gered zijn. De schade is vaak te groot. Veel kinderen zullen nooit meer in staat zijn een normaal leven te leiden, een relatie aan te gaan, een gezin te stichten. Anderen sterven nog voor ze hebben kunnen proberen te leven: ruwweg de helft van de kinderen die uit bordelen worden gered, blijkt HIV-positief of al aids te hebben.

Het gaat vooral om misbruik in het gezin. Het gaat ook om kinderarbeid onder weerzinwekkende omstandigheden. Maar kinderprostitutie is het opvallendste topje van de ijsberg, omdat het ook rechtstreeks ons, bezoekers, betreft.

Het gaat vrij argeloos: een man spreekt je aan op Patpong, de Wallen van Bangkok. Hij wil weten wat jij wilt, wat jij zoekt. Jong? Hij wijst met de hand op de hoogte van zijn middel. Dertien, veertien? Hij wijst op een klein, zwaar opgemaakt meisje dat op een terras een cola drinkt met een oudere toerist. Hij streelt haar arm en probeert grapjes met haar te maken en zij probeert er wereldwijs uit te zien. Dat is trouwens een jongen in meisjeskleren, zegt de man. Ook van mij. Maar pas op: dus geen meisje, maar een jongen met een jeweetwel. Wil je die? Nee? Kom mee. Hij trekt aan de arm. Ik heb een andere jongen, dertien jaar. Mooi en heel jong en schoon, dus geen aids of veedee, geen geslachtsziekten. Uit Birma, heel mooi.

We lopen een paar straten weg van de drukte en de lichten van Patpong. Naast het politiebureau vraagt hij me te wachten bij een stalletje. Hij verdwijnt om de hoek in een flatgebouw. Vijf minuten later komt hij beneden met een jongen: geel hemd, zwarte korte broek, slippers, langs je heen kijkend met een soort glimlach. Niet ouder dan tien, denk je, maar de mens is hier kleiner. OK?, vraagt de man. Is hij goed? Maar niet in hotel. Dat is te gevaarlijk. Hier in mijn flat. Dat is veilig. Je mag alles doen. Maar niet de hele nacht. Drie uur. Alles doen, maar niet langer.

De plotselinge weigering maakt hem boos. De jongen is onmiddellijk in het duister opgelost. Hij raast en tiert. Terug langs het neon van de travestietenstraat, de homostraat, de Japannersstraat, de massagestraat, de snuisterijenstraat en de blankenstraat, schieten mannen je met nieuwe voorstellen aan: jong, jonger? Zeg wat je zoekt. Ze houden de kleurenbrochures onder je neus: het beste bordeel van de stad, honderd vrouwen achter glas. Maar twee minuten met de tuk-tuk, de taxi. Je kiest maar. Een ander toont schetsen met mogelijke posities. Wat wil je? Kies. Ze houden niet van getreuzel. De deuren van bars zwaaien voor je open: meisjes dansen uitdrukkingsloos in bikini, zich overeind houdend aan palen.

Sanpasit heeft erover nagedacht. Het is ingewikkelder dan je denkt. Het heeft met Thailand te maken en ook weer niet. De toeristen zijn niet toevallig hier. Om te beginnen is de positie van een vrouw en een kind tegenover de man en de vader dezelfde als die van een onderworpen volk tegenover een heerser. Hij beschouwt ze als zijn bezit, nog steeds. Dat mes snijdt aan twee kanten: de vrouw, het kind kan tot prostitutie worden gedwongen en de Aziatische, Arabische en Westerse bezoeker die in eigen land 'voorrechten' heeft verloren, vindt hier voor een grijpstuiver de slavin waardoor hij zich weer even koning, jong en begeerd voelt.

Prostitutie is er altijd geweest, bordelen ook. Maar door de Amerikanen werd het een internationale attractie. De soldaten mochten zich in de jaren zestig in Thailand 'opladen' tijdens hun verlof van de Vietnam-oorlog. Zij wilden meer dan recht-op-en-neer in een besloten huis in een achteraf straatje. Zij wilden gezelligheid, een beetje liefde of tenminste de illusie daarvan. Geen Thai zou het in zijn hoofd halen, maar zij wilden hand-in-hand over straat met hun meisje, net als thuis. En zo kwamen de barretjes met muziek en rood licht, de go-go danseressen, de massages, de disco's, de terrassen. Het werd een beetje Hollywood. En ergens in die tijd moet ook het verhaal zijn ontstaan dat gemakkelijke seks met vreemden bij de Thaise cultuur hoort zoals wierook en rijst.

Maar voor Sanpasit, voorheen studenten- en mensenrechten-activist, is er ook een politiek en economisch verhaal. De werkelijke ijsberg is in zijn ogen het uiteenvallen van de Thaise samenleving door de onstuimige en onevenwichtige groei. Je hoeft maar naar buiten te kijken: de glazen kantoortorens struikelen over elkaar heen, de oren van zakenlui zijn vergroeid met hun zaktelefoons, terwijl kinderen, die kunnen lezen noch schrijven, uit plastic zakken lijmdampen inhaleren en semi-sexy naar je knipogen. Hoe hou je trouwens een familie bij elkaar in Bangkok waar je aan elke werkdag 's ochtends twee uur en 's avonds twee uur moet toevoegen voor de onverbiddelijke files?

Defensie en industrie hebben de hoogste prioriteit, van sociale ontwikkeling is amper sprake en zeker niet op het platteland waar de armoede alleen maar is gegroeid. Stromen mensen trekken naar Bangkok en enkele andere industriecentra voor lage lonenbaantjes: de visfabrieken aan de kust, de mijnen en houtvesterijen in het zuiden. Arbeiders verdienen te weinig om hun gezinnen mee te nemen en daarom staat er bij elke fabriek een bordeel.

Jonge meisjes zijn goedkoop en gewild omdat zij nog geen aids met zich mee zouden dragen. In werkelijkheid lopen zij meer risico een besmettingshaard te worden, omdat weefsel van onvolgroeide kinderen bij penetratie vaak scheurt en het virus via het bloed wordt overgedragen. De meisjes worden geronseld op het platteland, vooral onder de etnische groepen in de noordelijke heuvels en in buurlanden. Veel kinderen worden misleid en hebben geen idee wat hen te wachten staat, soms weten de ouders dat ook niet. Maar vaak weten ze het wel, zeggen Sunpasit en anderen.

Er is zoveel vraag naar deze meisjes dat je in sommige dorpen geen meisjes meer ziet en dat nog kleine kinderen door agenten al 'besproken' blijken te zijn. De ouders hebben het voorschot dat het meisje in de bordelen moet zien terug te verdienen, vaak al ontvangen. Thaise onderzoekers denken dat veel kinderen zich gedwongen voelen te gehoorzamen uit respect en uit dankbaarheid voor hun ouders. Een goede zoon kan monnik worden omwille van het geestelijk welzijn, een goede dochter moet zich bekommeren om het materiële geluk van de ouders.

Een Brit aan de bar wacht de donderbui af. De meisjes hangen giechelend een zeil op tegen de ergste spatten. We drinken rijstwhiskey met water en grote klonten ijs. Op de tv is een video van Jurassic Park: dinosaurussen vertrappen auto's met gillende mensen erin. De Brit noemt zich een veredeld handelsreiziger. Hij komt vaak in Thailand en neemt, voor de duur van het verblijf, altijd een vriendin, niet per se dezelfde. Ze hoeven voor hem niet erg jong of mooi te zijn, dat is hij zelf tenslotte ook al lang niet meer. Hij is een redelijk mens. Hij hoeft niet met haar te showen. Het gaat hem ook niet zozeer om nachtelijke acrobatiek. Hij ziet de vriendin meer als een verfijnde gezelschapsdame. Het is vreselijk om alleen te eten of een avond op je hotelkamer te zitten met een boek. Niemand beseft hoe saai dat kan zijn en wat een remedie Thailand daarvoor heeft. Onverdeelde aandacht, niet opdringerig maar altijd gereed om aan je wensen te voldoen. Soms hoeft ze alleen maar even zijn hoofd te masseren en hij weet weer dat er toch een paradijs op aarde is. Thuis zullen ze dat nooit begrijpen. Thuis is trouwens niemand; hij is gescheiden. De regen stopt. Hij gaat weer verder met zijn vriendin, die een regenbui lang niets heeft gezegd.

Cijfers. Iedereen wil altijd cijfers. Hoeveel prostituées, hoeveel kinderen, hoeveel jongens, hoeveel meisjes, hoe oud precies? Sanpasit kan ze niet geven. Er zijn geen cijfers in dit land. Schattingen lopen uiteen van enkele tienduizenden tot honderdduizenden kinderen in de seksindustrie. Hij denkt dat het erger wordt. Maar kolonel Surasak Sutharom gelooft dat het aantal kinderen in de prostitutie langzaam terugloopt. Hij leidt een speciale politie-eenheid van zo'n vijftig agenten, die enkele jaren geleden werd opgericht onder druk van hulpverleners die vonden dat de plaatselijke politie vaak te nauwe banden had met bordeelhouders om er met enige kans van slagen tegen op te kunnen treden.

De kolonel leunt zwaar op particuliere organisaties. Zij horen vaak waar kinderen worden vastgehouden en hun medewerkers doen zich voor als klant om de informatie bevestigd te krijgen. Zij wijzen dorpen aan waar ronselaars actief zijn en ouders hun laatste aarzelingen dreigen op te geven. Hoeveel kost zo'n kind eigenlijk? Surasak: “Het hangt ervan af. Zo'n duizend gulden.” Bij het afscheid laat hij een foto zien van zijn drie dochters en een van een bezoek aan een familie in het noorden die met enig ceremonieel haar dochter had teruggekregen. Wat gebeurt er als de ronselaar komt om haar weer op te eisen? “We beloven bescherming.”

Pattaya in de regen is een troosteloze badplaats als vele anderen. Het leven komt laat op gang, voor velen pas 's avonds. De taxi's, brommers en huurauto's trekken hun rondjes over de strandboulevard en achterlangs weer terug. In het winkelcentrum zitten kinderen als zombies achter de televisieschermen met spelletjes. Op de bovenste verdieping, bij de speelautomaten en de hamburgertent, vinden zij hun klanten. Maar ook buiten, aan het einde van de pier wachten zwervertjes, meisjes en jongens, die in geen bar naar binnen worden gelaten. Een paar woorden is genoeg om ze achter je aan te laten lopen naar een hotel waar ze niet moeilijk doen.

Naast de pier zijn de cafés. In de voorste bars gillen en wuiven vrouwen naar je. Achter de ring voor het kickboksen is het stiller. Hier hangen de jongens rond. Elf, twaalf, dertien, veertien jaar met een geoefende blik van verveling. Kleine groepjes klitten om Europese mannen, die ze terloops aanhalen, even op schoot trekken of plagen door ze aan het zwarte sluike haar te trekken. Voor zijn bier en whisky de drank, hier is het cola. Het is stil vanavond. Op de wat al te expliciete vraag aan de oudere bardame ontkent ze dat de jongens te koop zijn. Maar ze zijn het natuurlijk wel.

Pedofielen vormen een fractie van het sekstoerisme naar Thailand, maar zij zijn een makkelijk en dankbaar doelwit. Het is daarom verbazingwekkend dat het gewoon doorgaat in Pattaya, dat al zoveel jaren die reputatie heeft. Menig buitenlandse cameraploeg heeft al met of zonder politie in het kielzog een landgenoot betrapt. Een aantal is in Thailand achter de tralies verdwenen en in Zweden is een man veroordeeld omdat hij in Thailand met een jongetje in bed was aangetroffen. Volgens hulpverleners van Christian Care is er weinig veranderd. Het is nu alleen wat rustiger in afwachting van het nieuwe seizoen. Maar vanaf november stromen de hotels weer vol en zullen er elke dag met de bus nieuwe ladingen jongetjes uit Bangkok of elders aankomen.

“Kinderen zijn veel slimmer dan volwassenen. Ze laten zich niet zo snel pakken. Dat moet wel, willen ze overleven”, zegt de non die in Pattaya een druk bezocht opvanghuis voor kinderen heeft en anoniem wil blijven. “De mannen die hier komen, zijn ongelukkig. De pedofiel heeft een leeg leven. Hij denkt dat hij hier even veilig en gelukkig kan zijn. Vaak zijn ze in hun jeugd zelf misbruikt.” Onderwijs is de sleutel zegt ze, voor de kinderen, voor de leraren, voor de toeristen, voor de bareigenaren, voor de agenten. “Ze moeten beseffen dat kinderen rechten hebben. En dat seks met kinderen even ongewoon is als iemand een oog uitsteken.” En de ouders die hun kinderen verkopen voor een televisietoestel? “Daar wil ik geen oordeel over uitspreken. Ik wil alleen maar zeggen dat als je arm bent, je niet zoveel mogelijkheden meer hebt om keuzes te maken en beslissingen te nemen.” Ze wil de kinderen vooral beschutten. “Ze schamen zich, voelen zich waardeloos.”

De Wereldgezondheidsorganisatie verwacht dat er voor het einde van deze eeuw twee tot vier miljoen mensen HIV-positief zijn in Thailand. Dan zouden er naar schatting 160 000 mensen per jaar aan aids overlijden. Het toerisme zal in diezelfde tijd naar verwachting verdubbelen van vijf naar tien miljoen mensen per jaar.

Deze reportage is tot stand gekomen in samenwerking met Kerken in Aktie, Utrecht, die onder meer programma's voor kinderen in Thailand ondersteunt en komende week de jaarlijkse collecte houdt voor het Werelddiaconaat (giro 456).

mailIcon print |