*

 
dossier

Archief

Kritiek en roem krijgen geen vat op Duitser

JOHAN WOLDENDORP − 27/01/98, 00:00

BONN - Bjarne Riis is weer een gelukkig mens. Als onttroonde Tourwinnaar voelt hij zich zeer op zijn gemak bij de presentatie van het 'Team Deutsche Telekom'. Alle aandacht is niet langer, zoals bij de vorige gelegenheid, op zijn persoon gericht. Zijn opvolger Jan Ullrich mag de klappen opvangen. Gezegd moet worden dat het hem goed afgaat, beter dan iedereen vorig zomer vermoedde.

Het talenwonder Riis - hij spreekt vloeiend Deens, Engels, Duits, Frans en Italiaans - beperkte de contractueel opgelegde conversaties in januari 1997 tot allerlei variaties op de veelzeggende thema's 'ja' en 'nee'. Ullrich is, zij het uitsluitend in zijn moedertaal, aanzienlijk beter van de tongriem gesneden dan de Deen. Ontspannen praat hij voor tv-camera's, recorders en schrijfblokken over het nieuwe seizoen (dat vanzelfsprekend wederom in het teken van de Ronde van Frankrijk zal staan), zijn verdere toekomst als wielrenner (hij wil op termijn ook Parijs-Roubaix leren rijden) en alle kritiek op zijn overgewicht, die niet in de laatste plaats door zijn ploeggenoot Erik Zabel over hem werd uitgestort. In de Süddeutsche Zeitung oordeelt de winnaar van de groene trui dat Ullrichs Tourzege de wielersport in Duitsland eerder schade heeft berokkend dan voordeel gebracht. Er werden wel meer fietsen verkocht, maar de kleine (semi-)profploegjes raakten sponsors kwijt omdat die bedrijven zich liever committeren met het succes van Telekom. Die kritiek kon hij op de presentatie gemakkelijk weerleggen. Er schuilt ook een grote kern van waarheid in die stelling. “Wij zijn geen messias”, legde hij uit. “We hebben met onze successen geen boom teweeg gebracht, we hebben slechts het begin van een boom gecreëerd.”

In hetzelfde interview noemt Zabel, in de afgelopen drie Rondes van Frankrijk goed voor zeven sprintoverwinningen, het belachelijk Ullrich uit te roepen tot de renner van het jaar 1997. “Hij verdient hooguit de kwalificatie 'wielrenner van de maand juli'. De eretitel komt Jalabert toe. Die staat er tenminste van februari tot en met oktober.” Zabel schrok toen hij het interview las en schoof, zoals te verwachten viel, de zwarte piet door naar de journalist. Tegen Ullrich vertelde hij dat van de publicatie alleen de datum en de naam van de krant klopten. Verder was alles gelogen. Maar tijdens de Zesdaagse van Berlijn gaf hij toe de gedrukte tekst wel degelijk te hebben uitgesproken. “Het is hooguit wat provocerend opgeschreven. En misschien ben ik niet duidelijk genoeg geweest, heeft de journalist mij niet goed begrepen.”

Op de perspresentatie is het alleen bij navraag een 'item'. Ploegleider Walter Godefroot zegt er niet over te kunnen oordelen, omdat de fax met het bewuste verhaal onleesbaar was. Dat kan gebeuren wanneer een bedrijf in telecommunicatie je belangrijkste sponsor is. “Erik is geweldig explosief. Dat is hij als sporter, dat is hij ook in zijn uitspraken. Wanneer er veel media over de vloer komen, ontstaat er wel eens rumoer. Ik weet nog dat er een paar jaar geleden een verhaal over Telekom werd geschreven, waarin de ploeg als Teledom werd aangeduid. Dat sloeg op mij. Het is verder geen kwestie.” Zijn assistent Frans van Looy herkent er een karaktertrek van Zabel in. “Erik treedt graag op de voorgrond. Omdat Jan met zijn Tourzege alle aandacht opeiste, verdween hij naar de achtergrond. Met dat interview wilde Erik zich revancheren.”

De rol van de media is wel een onderwerp op de bijeenkomst. Het is een van de vele 'plagen' die de succesvolste wielerploeg van de afgelopen twee seizoenen kan bedreigen. Het merendeel van de (Duitse) pers is in de Tourwinnaar geïnteresseerd omdat hij door dat wapenfeit als een fenomeen wordt beschouwd. Riis kon daar, in de ogen van Godefroot, uitgerekend door zijn talenkennis niet mee omgaan. “Bjarne werd op alle mogelijke manieren aangesproken en raakte daardoor gedecontracteerd. Riis heeft bovendien een heel ander verleden. Hij moest een lange weg afleggen om daar te geraken waar hij nu staat. Hij was bijna renner af geweest. Hij verkeerde al in het stadium allerlei zaken rondom de sport te relativeren en werd ineens geconfronteerd met een massale aandacht voor zijn persoon. Voor Jan is het anders. Hij komt uit het oosten van Duitsland. In het DDR-systeem was een sportman op jonge leeftijd al heel zelfstandig, in die zin dat hij vroeg uit huis werd geplaatst. Wat we moeten doen, is de mediazaken goed te reguleren. Jan weet nog niet het verschil tussen een kleine Spaanse krant en de Gazzetta dello Sport. Iedereen moet zijn werk kunnen doen. Zonder media is er geen topsport, zo eenvoudig is dat.”

Dat Ullrich uitsluitend Duits spreekt - en niet in de wielertaal Frans - vindt Godefroot vooralsnog een voordeel. “Je kunt van mening zijn dat Jan vreemde talen moet leren, maar ik heb liever dat hij zich nog beter als wielrenner ontwikkelt. Daarna zien we wel verder.” Een groter probleem vindt Godefroot, die alle renners en personeel in dienst van zijn Belgische BV neemt, de bemoeienis van privé-trainers en doktoren. Hij slaagde er de afgelopen vijf jaar in hun invloed tot praktisch nul te reduceren. Alleen Riis gaat te rade bij een eigen arts, de rest doet een beroep op de medische faculteit van de universtiteit van Freiburg. Knarsetandend aanschouwde Godefroot gisteren evenwel de presentatie van de naar Ullrich vernoemde amateurploeg van Telekom. Nog onaangenamer werd de Belg getroffen door de aanstelling van de trainer van dat gezelschap: Peter Becker, de 'wielervader' van Ullrich. “Die amateurploeg was niet mijn idee. Verre van zelfs. Daarvoor ken ik de Duitse cultuur niet goed genoeg. Met Becker (die vorig jaar opdook in de Tour, en slechts als gast in de hotels van Telekom werd gedoogd - red) ben ik helemaal niet blij. Hij is omstreden, omdat hij een aanhanger is van het oude DDR-systeem, waarin geen inspraak van sporters werd geduld. Dat is niet meer van deze tijd.”

Formeel heeft Becker niets met Ullrich en de zijnen van doen. Niet geheel toevallig bivakkeerde de amateurploeg van Telekom deze maand in hetzelfde hotel op Mallorca als de profs. Niet geheel toevallig gingen de meester en de beste leerling van de klas elke dag samen koffie drinken.

mailIcon print |