De auteur is betrokken bij de Samen-op-Weg-gemeente Amsterdam Bijlmer en werkt bij een financieel onderzoeksbureau
1) 'Vanaf het midden van de jaren tachtig wordt het stelsel van de sociale zekerheid in toenemende mate ingezet om het financieringstekort te saneren.' Hier worden oorzaak en gevolg enigszins door elkaar gehaald.
Het toenemende beroep op de sociale zekerheid trok een zware wissel op de overheidsfinanciën. Ik herinner mij als de dag van gisteren dat eind jaren zeventig het aantal werklozen de 'magische' grens van 200 000 overschreed. Inmiddels worden 800 000 werkloosheidsuitkeringen verstrekt en telt Nederland daarnaast 900 000 WAO-uitkeringen. De wal keerde het schip; Nederland was wel gedwongen om iets te doen aan de hoogte van de uitkeringen, teneinde een financieel fiasco te voorkomen. Een andere oplossing om het stelsel van sociale zekerheid te waarborgen - een verhoging van belastingen en premies - was en is min of meer uitgesloten, aangezien de collectieve sector reeds beslag legde op zestig procent van alle in Nederland geproduceerde goederen en diensten. De lastendruk is nog steeds een van de hoogste van de industrielanden.
2) 'Mogelijk is structurele verbetering van de inkomenspositie van minima een betere strategie om meer werkgelegenheid te scheppen.' Waar baseert Hennekam dit op? Wellicht had zij een onderzoek in de Amerikaanse staten Californië en New Jersey in gedachten, waaruit bleek dat verhoging van het minimumloon tot een lagere werkloosheid zou leiden. Deze resultaten veroorzaakten eerst heel wat opschudding in de VS, waar de maatschappij nog marktgerichter en nog meer tegen overheidsingrijpen is dan in Nederland. Latere onderzoeksresultaten spraken deze conclusie echter weer tegen. Bovendien zijn de uitkeringen en het minimumloon in Nederland, ondanks alle bezuinigingen, in internationaal verband nog steeds relatief hoog. Het is derhalve de vraag of wat voor de VS opgaat, ook in Nederland van toepassing is.
3) Hennekam legt halverwege het artikel een verband tussen verhoging van de arbeidsproduktiviteit en werkloosheid. Dit klinkt heel plausibel, maar valt niet te rijmen met de internationale werkelijkheid. Immers, de industrielanden met de hoogste arbeidsproduktiviteit - de VS, Zwitserland, het vroegere West-Duitsland en Japan - kennen over het algemeen de laagste werkloosheid. Hennekam redeneert als iemand die moe thuiskomt van zijn werk en vervolgens, geconfronteerd met de stelling 'Je hebt een slechte conditie; je zou eens wat aan sport moeten doen', reageert met 'Sporten? Daar word ik nog vermoeider van'. Op korte termijn zal een lage arbeidsproduktiviteit inderdaad inhouden dat meer mensen nodig zijn voor de produktie; op langere termijn echter verliezen bedrijven die de produktiviteit niet verhogen, de concurrentieslag met andere ondernemingen. Deze bedrijven zullen dan werknemers moeten ontslaan, omdat er minder vraag is naar hun produkten en zodoende simpelweg minder door hen wordt geproduceerd.
Vervreemding
Wat mij echter het meest verontrust, is datgene wat niet wordt uitgesproken: hoe denkt Hennekam de mensen weer aan het werk te krijgen? Uit een studie van het Centraal planbureau blijkt dat een Nederlander die zijn baan kwijtraakt, gemiddeld twee jaar werkloos is. Ter vergelijking: in de VS duurt het gemiddeld een paar maanden voordat een werkloze een nieuwe baan vindt.
Door de lange werkloosheidsduur vervreemden mensen van de arbeidsmarkt. Dat blijkt onder meer uit de grote moeite die gemeenten hebben met het vinden èn vasthouden van kandidaten voor de 'Melkert-banen'. Het valt de beoogde werklozen niet kwalijk te nemen. De maatschappij heeft jarenlang ervoor gekozen om hun een uitkering te verstrekken in plaats van hen zo snel mogelijk aan een nieuwe baan te helpen. Dan mag je niet verwachten dat zij van de ene op de andere dag probleemloos van nul naar 38 uur werk per week springen.
Het isolement van werklozen zal slechts ten dele worden verlicht door de uitkeringen te verhogen. De koopkracht verbetert wel, maar werklozen hebben nog altijd geen perspectief op een structurele verbetering van hun financiële positie. Bovendien blijven ze een werkkring ontberen en daardoor de arbeidsvreugde en de mogelijke vriendschap van collega's. Zolang de eis van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt geldt, zijn de mogelijkheden voor vrijwilligerswerk eveneens beperkt.
De kop van het artikel van Hennekam had daarom mijns inziens moeten luiden: Geen baan, dat is pas sociale uitsluiting.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.