*

 
dossier

Archief

Oorlog over de sociale werkplaatsen voorkomen

LEX OOMKES − 23/01/97, 00:00

DEN HAAG - Minister Melkert van sociale zaken is een tevreden mens. Een dreigende oorlog tussen gemeenten en de vakbonden en de bewindsman over de sociale werkplaatsen is de afgelopen dagen in de kiem gesmoord. Of de minister nu zijn 'dictaten' van tafel heeft gehaald, zoals de bonden zeggen, of dat er een paar misverstanden uit de weg zijn geruimd, zoals de versie van Melkert luidt, het belangrijkste is dat partijen het uiteindelijk eens zijn over een aantal noodzakelijke veranderingen in de sociale werkplaatsen.

“Daar is nu een groot draagvlak voor”, aldus Melkert. “En dat is essentieel voor de plaats van de werkbedrijven, zoals ze officieel heten, op de arbeidsmarkt”.

“Die arbeidsmarkt kan niet fatsoenlijk zijn zonder sociale werkplaatsen, vindt Melkert. De werkplaatsen, waar gehandicapten een aangepaste arbeidsplaats vinden en begeleid worden, vormen in zijn visie zo een geïntegeerd onderdeel van het bonte aanbod aan arbeid.

“Het dreigde de afgelopen jaren echter mis te gaan. De werkplaatsen namen in de jacht op rendement en omzetverbetering steeds meer mensen aan voor wie de regeling niet in eerste instantie bedoeld was. De wachtlijst (zo'n 22 000 mensen) groeide vooral met mensen met de zwaarste handicap, voor wie de sociale werkplaatsen juist bedoeld waren. Daar wilde Melkert iets aan doen. Bijvoorbeeld door de keuring van potentiële werknemers door een (van de gemeenten) onafhankelijke instantie te laten uitvoeren en door voor te schrijven dat nieuwe banen bij de sociale werkplaatsen de eerste twee jaar maximaal 32 uur tegen maximaal het minimumloon mochten omvatten.

Het streven van de werkplaatsen naar meer omzet was toch door de kabinetten in de jaren tachtig gestimuleerd. Is uw wetsvoorstel zo bezien niet een afstraffing van een door de overheid in voorgaande jaren juist gestimuleerd gedrag?

“Nee. Dat beleid heeft juist enorme verbeteringen gebracht. De bedrijfseconomische aanpak is versterkt en de werving van opdrachtgevers is veel gevarieerder geworden. Je kan geen Gamma binnenlopen of er liggen producten uit de sociale werkplaats. De werkplaats is een zeer volwaardig onderdeel geworden van allerlei productieprocessen.”

“Bij de werving van personeel is het eerder fout gegaan door de enorme druk door het groeiend aanbod van werkzoekenden. De sociale werkplaatsen waren bedoeld voor de mensen die door hun lichamelijke, verstandelijke of andere psychische beperkingen alleen onder aangepaste omstandigheden normaal kunnen werken. Maar ze zijn voor een bredere groep een toevluchtsoord geworden. Ook voor mensen bijvoorbeeld met, wat wel wordt genoemd, een sociale handicap.”

Er is dus een parallel met de WAO: die kwam ook onder druk te staan doordat werkgevers daar hun werknemers op oneigenlijke gronden heensluisden.

“Ja, in zekere zin. En dus moet je net als bij de WAO dan kritischer kijken naar hoe er bijvoorbeeld wordt gekeurd voor iemand een indicatie krijgt dat hij het beste kan werken in een sociaal werkbedrijf. Al was het maar om ook al die mensen op de wachtlijsten nog enige hoop te geven. Bovendien zijn de omstandigheden om iets te veranderen lange tijd niet zo gunstig geweest als nu. Er is weer wat meer ruimte op de arbeidsmarkt en we hebben binnenkort de Wet inschakeling werklozen (WIW). Daarmee kunnen mensen met gebruik van uitkeringsgeld aan werk geholpen worden. Ook mensen die nu in een sociale werkplaats werken, maar daar eigenlijk niet thuishoren, kunnen daar gebruik van maken.”

Toch blijft het hinken op twee gedachten. Enerzijds toejuichen dat werkplaatsen hun productie verhogen en anderzijds het betreuren dat ze daarvoor de meest productieve werknemers zoeken.

“De meest primaire taak blijft de belangrijkste. De werkplaatsen moeten in eerste instantie bedoeld blijven voor die werknemers die echt elders niet aan de slag kunnen. Maar ook het huidige rendement moet gewaarborgd blijven. Dat kan in de toekomst door bijvoorbeeld in de sociale werkplaatsen mensen te lenen vanuit de WIW. Bovendien kan men 'gewone' werknemers inhuren, maar dan wel zonder subsidie.”

“De werkbedrijven hebben hun beleid tot nu toe verdedigd met de stelling dat de 'sterken' de 'zwakken' vanzelf zouden meetrekken. Maar dat gaat niet automatisch. Door betere productie zijn er ook wel plaatsen voor gehandicapten ontstaan, maar dat gaf onvoldoende soelaas om de wachtlijsten aan te pakken.”

Eigenlijk wordt het probleem vooral veroorzaakt doordat er net zoals bij de Melkert-banen te weinig doorstroming is van sociale werkplaats naar 'gewone' werkgever.

“Bij de sociale werkvoorziening is dat strikt genomen niet het doel. Als iemand door zijn handicap voor zijn werk voor altijd op de werkplaats is aangewezen, kunnen we niet zeggen dat het beleid mislukt is omdat hij niet doorstroomt. Maar u heeft gelijk, er zou meer aan doorstroming gedaan kunnen worden. Daarom hebben we in de wet een aantal elementen ingebouwd die dat moeten stimuleren. Zoals subsidies voor begeleid werken bij een werkgever en de tijdelijke verlaging van werkgeverspremies als een gehandicapte aangenomen wordt.”

“En er komt voor nieuwe werknemers na twee jaar werk een keuring om te kijken of iemand inmiddels geschikt is voor ander werk. Bovendien, werkgevers moeten zich onderhand eens afvragen of zij wel realistisch zijn door altijd te zoeken naar de gezondste werknemer.”

Er is nog altijd de mogelijkheid het artikel in de Wet arbeid gehandicapte werknemers (WAGW), dat werkgevers voorschrijft een bepaald aantal werknemers met een handicap in dienst te nemen, nu in werking te stellen. Ik herinner me dat de PvdA bij de behandeling van die wet meteen een quotum wilde opleggen aan werkgevers. Als minister heeft u nu de kans die oude wens van uw partij te vervullen.

“Ik denk dat we per saldo nu concreter bezig zijn dan vanaf de kansel 'Gij zult...' tegen de werkgevers te roepen. Dat zou in hoge mate symboolpolitiek zijn. We leven niet in een sociaal-economische ordening waarin je met gebodsbepalingen kan werken. Overigens blijft dat artikel in de WAGW op de achtergrond meespelen. Je mag je niet neerleggen bij het onvermogen van de samenleving om ruimte te bieden aan gehandicapten. De quotumverplichting in de WAGW is een paardenmiddel. Dat artikel verdwijnt ook niet, vanuit het kabinet gezien is druk op de ketel houden belangrijk.”

Uw doel, de sociale werkplaatsen weer voor degenen voor wie ze zijn opgericht, en zoveel mogelijk banen door te werken met banen van maximaal 32 uur tegen maximaal het minimumloon, verhoudt zich slecht met het uitgangspunt dat het om normale werknemers gaat met een normale CAO. Een CAO die moet worden uitonderhandeld.

“Daar is altijd spanning, zeker. Maar de bonden reageerden wel erg prematuur. Ik heb ze ook gezegd dat ze moeten leren eerst eens tot tien te tellen voor er wordt gereageerd. Ik heb nooit de bedoeling gehad de arbeidsvoorwaarden te dicteren. We zijn er nu uitgekomen door de afspraak dat het om gemiddelden moet gaan. Gemiddeld 32 uur werken en het minimumloon voor de eerste twee jaar als iemand in opleiding is. Zo houden bonden en werkgevers beleidsvrijheid en kan er zinvol onderhandeld worden. Gelukkig heb ik hierover een akkoord kunnen sluiten.”

Maar toch. U sluit een compromis, waarmee u niet het onderste uit de kan haalt wat betreft het aantal arbeidsplaatsen. Je kan toch ook zeggen dat het belang van zoveel mogelijk banen voor gehandicapten bij de sociale werkplaatsen zo groot is dat het mooie principe van vrije onderhandelingen daaraan opgeofferd moet worden?

“Met die redenering kan je beter slechts de helft van het minimumloon betalen, want dan kun je nog meer arbeidsplaatsen scheppen. Nee, een WSW'er is een normale werknemer en heeft dus ook recht op normale arbeidsvoorwaarden. We maken, en daar krijgen we nu de steun van de vakbonden voor, een uitzondering voor de eerste twee jaar. Als iemand dan al een verhoudingsgewijs hoog loon heeft kan dat een belemmering zijn om door te stromen naar regulier werk.”

Ook de Kamer leek te twijfelen of u voorstellen wel goed zouden zijn voor de sociale werkplaatsen. Uw doel, meer echte gehandicapten aan het werk, wordt onderschreven, maar de middelen zouden wel eens contraproductief kunnen zijn. Kunt u met de overeenstemming met de bonden en de gemeenten de Kamer nu overtuigen?

“De Kamer zal zwaar wegen dat er nu consensus is. Mijn wijzigingsvoorstellen van gisteren zullen veel twijfels wegnemen. De zorg die blijft is de vraag of we wel genoeg doen voor gehandicapten. Nu hebben wij 87 000 werknemers in de sociale werkvoorziening, meer dan welk Europees land dan ook. Dus we doen niet niks.”

“Ik kan me voorstellen dat we bij de volgende kabinetsformatie moeten bekijken of we niet meer geld moeten uittrekken voor begeleid werken in een reguliere baan. Dat kost evenveel als een plek in een werkplaats. In de twee jaar dat dat experiment loopt hebben we 300 mensen zo aan werk geholpen en de vraag overtreft het aanbod. Hoeveel geld daarvoor vrijgemaakt moet worden, weet ik niet. Maar het dient een serieus punt te zijn.”

mailIcon print |