*

 
dossier

Archief

Politici zitten met deflatie in hun maag

Esther Bijlo − 04/03/99, 00:00

De Europese muntunie heeft een nieuw probleem: deflatie, ofwel prijsdalingen. De laatste cijfers, dinsdag bekendgemaakt, laten zien dat de landen van de Unie buitengewoon succesvol zijn in het bestrijden van inflatie. Het gaat zo goed dat in de drie 'beste landen' de prijzen gemiddeld niet langer stijgen, maar dalen. Daar is in het Verdrag van Maastricht, opgesteld in tijden van hogere inflatie, eigenlijk geen rekening mee gehouden. In het verdrag staat dat een land alleen mag toetreden tot de Emu, als de inflatie niet meer dan 1,5 procent hoger is dan in de drie landen met de laagste inflatie. Griekenland slaagt met een inflatie van 3,5 procent bij lange na niet voor dat toelatingsexamen. Maar ook Nederland had het op dit moment met 2,1 procent inflatie niet gered.

Die recente cijfers werpen de vraag op wat de muntunie aanmoet met het verschijnsel deflatie. Onder economen bestaat brede consensus dat langdurige deflatie slecht is. Het werkt als zand in de raderen. Consumenten stellen bestedingen uit omdat producten goedkoper worden in plaats van duurder. Het zou daarom onlogisch zijn als toetreders tot de muntunie zich moeten spiegelen aan deflatie in andere landen.

Maar het Verdrag van Maastricht doet er geen uitspraak over. Het gaat om de drie best presterende landen, ofwel: hoe lager, hoe beter. Bij het opstellen van het verdrag is wel binnenskamers gesproken over de mogelijkheid van deflatie. Tot tekst hebben die discussies niet geleid.

Het verdrag biedt hoogstens een uitweg als een land lange tijd een flinke deflatie vertoont. Het gaat erom, staat in de tekst, 'de drie landen die het best presteren op het gebied van de prijsstabiliteit' als maatstaf te nemen.

Stel dat Luxemburg lange tijd met prijsdalingen blijft kampen, dan is aan te voeren dat niet langer te spreken is van 'prijsstabiliteit'. Maar als meer landen wat langer deflatie vertonen, wordt het moeilijker deze vluchtweg te nemen. Eén land is nog wel als uitzonderingsgeval te bestempelen, bij meerdere landen is dat lastiger.

Luxemburg zou een geval apart kunnen zijn. De eurostatistici laten weten dat de jongste gegevens wat vertekend zijn omdat voor het eerst de januari-uitverkoop in Luxemburg in de cijfers is meegenomen. Dat neemt niet weg dat de discussie over inflatie in de Europese Unie zal worden aangewakkerd. De inflatie blijft laag of zal verder dalen, is de verwachting. Het is dan ook de vraag hoe lang de inflatie-eis uit het verdrag nog houdbaar blijft.

Daarnaast is de druk op de Europese centrale bank om de rente te verlagen nog altijd aanwezig. Vanwege die lage inflatie kan de rente gemakkelijk omlaag, menen voorstanders, om de economische groei in met name Duitsland omhoog te krijgen.

mailIcon print |