Geweld Een reactie op het artikel in Trouw van 21 december, waarin onze minister van justitie de aanval opent op het (nodeloze) geweld op de televisie en de invloed daarvan op 'de jeugd'. In navolging van Amerika, Engeland, Frankrijk en Duitsland heeft ook Nederland zich aangesloten bij de kruisvaart tegen (nodeloos) televisiegeweld. Dat onze maatschappij zoveel gewelddadiger is geworden en zovele verwrongen, verziekte en verpeste geesten oplevert, is geen wonder.
Op onze school ervaar ik dagelijks dat kinderen het gewoon vinden dat bloed rondspat, ledematen afgerukt worden, magazijnen vol met kogels in lichamen gepompt worden etc. Dergelijk geweld wordt ervaren als 'tof' en 'gaaf'. Mijn stellige overtuiging is dat dit een gevolg is van geweld op televisie en in videospelletjes. Ik vind de woordvoerder van RTL behoorlijk naief door te stellen dat een verband tussen geweld in de media en de maatschappij nog nooit overduidelijk is aangetoond. In dat kader is het des te opvallender dat kinderen die weinig of begeleid door ouders televisie kijken, minder gewelddadig zijn en een rijkere fantasie hebben in sport en spel.
Dat deze discussie niet van vandaag is, mag ook duidelijk zijn. Toen de boeken van Pipi Langkous gepubliceerd werden en daarna ook nog verfilmd, viel heel pedagogisch Europa over Astrid Lindgren heen. Maar in alle redelijkheid zal het toch duidelijk zijn dat dat van een heel andere orde is dan het huidige, tomeloze geweld, naar aanleiding waarvan kinderen hun norm stellen. Het is jammer dat onze minister van justitie zich nu pas aansluit bij wat in brede lagen van de samenleving al jaren leeft.
Meliskerke R. van den Broeke
Geweld (2)
Het artikel 'Geweld op tv en in het echt' in Trouw van 28 december heeft bij mij enkele vragen opgeroepen. Door de vette kop krijgt dit artikel alle aandacht, maar daarna lees je in de ondertitel de geruststellende uitspraak van een professor: “Dat verband is nooit aangetoond”.
De uitspraak “uit onderzoek blijkt dat invloed van gewelddadige beelden kleiner is in gezinnen waar een kritische houding bestaat ten aanzien van geweld” bevestigt dat gewelddadige beelden wel invloed hebben. Welke invloed en hoe, is dan mijn vraag.
Vervolgens lees ik: “Het zou me niets verbazen als in dat tijdvak (de afgelopen tien jaar) de hoeveelheid geweld op tv eerder is afgenomen”. De verbazing van de professor suggereert hier een afname van televisiegeweld. Wellicht ten onrechte. Daarna merkt Van der Voort op: “We moeten uitkijken dat we het uitzenden van geweld als zodanig per definitie als 'fout' gaan bestempelen”.
Ik zou hem willen vragen om op basis van meer gedegen onderzoek een bijdrage te leveren aan het indammen van het geweld in onze samenleving. Dat is aanzienlijk moeilijker dan het uiten van kritische opmerkingen in de richting van een verantwoordelijke minister.
Eemnes Giel de Groot
Brinkman (4)
In een ingezonden brief van 28 december vermeldt een trouwe CDAstemmer dat zolang de heer Brinkman op de lijst van het CDA voorkomt, hij met deze traditie moet breken. In alle nuchterheid lijkt mij dit een weinig vermeldenswaardige mededeling. Niemand, ook al is men lid van het CDA, is verplicht de politieke wensen en dromen van de heer Brinkman te delen. Gehouden CDA-discussies spreken wat dit betreft een duidelijke taal. Een ieder is op dit punt vrij in zijn of haar doen en laten. Bovendien vormt dit privilege de grondslag van onze democratie.
Rotterdam W.P. van Spronsen
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.