Een kledingstof van schuimend rubber met glassplinters erin. Het klinkt zo chemisch dat je er een ingenieus laboratorium achter vermoedt. Maar het tegendeel is waar. Stofontwerper Eugène van Veldhoven ontwikkelde tot voor kort de meeste stofjes gewoon in de eigen keuken. Hij verfde en kookte zijn lapjes in pannetjes en bakte zo af en toe wat af in de magnetron. Pas toen een vriendin een lunch klaarmaakte en de broodjes wel heel vreemd smaakten omdat Van Veldhoven de bordjes net ervoor nog voor een chloorbad had gebruikt, vond hij het tijd voor een echt atelier.
Voor de experimenten of voor de ruimte heeft hij het allemaal niet nodig. “Stofontwerpen is gewoon een beetje aanprutsen met een klein lapje. Dat kan overal”, zegt Van Veldhoven. “Veel moeilijker is de fase die daarop volgt: het vinden van een stoffabrikant die van zo'n stofstaal wel honderden meters wil maken.”
Daar begon dan ook lange tijd Van Veldhovens probleem. Het prognoseblad Textile View nam al jaren enthousiast stofstaaltjes van hem op en ook de mode-ontwerpers die hij langs ging vonden zijn staaltjes prachtig. Maar zelfs zij gaven vaak als cynisch commentaar dat hij maar eens terug moest komen als de stof ook echt gemaakt kon worden. En inderdaad, de stoffenfabrikanten zagen weinig in die vreemde stofjes of ze misten de machines om ze te maken. Zo verdwenen veel van zijn lapjes weer ongebruikt in de kast.
Dit jaar keerde onverwacht het tij. Afgelopen maart vertrok hij argeloos naar de Première Vision, de belangrijkste stoffenbeurs in Parijs. Daar kwam hij in contact met ITS-artea, een belangrijke Milanese fabrikant van coatings voor stoffen. Zij waren zo enthousiast over zijn rubberen stalen dat ze hem uitnodigden direct langs te komen op hun kosten om een hele dag met hem in hun laboratorium uit te zoeken hoe zij de stof echt in produktie konden nemen.
Nu er in de mode een enorme vraag is naar futuristische high-tech stoffen - verpakkingsmateriaal, tentdoek, niets is mode-ontwerpers op dit moment te dol - zijn stoffabrikanten gaan inzien dat stofinnovaties belangrijk zijn.
Van Veldhoven kon die uitnodiging eerst nauwelijks geloven. “Daarna was ik reuzebenauwd om af te gaan”, vertelt hij. “Dus heb ik me tot in de puntjes voorbereid. Ik ging langs bij TNO en verzamelde waar ik maar kon de allernieuwste informatie over rubber en verhittingstechnieken.
En daarmee pakte ik ze inderdaad in”, geniet hij nu achteraf. “Bij elke proef die verkeerd ging kon ik een flesje omhoog steken en triomfantelijk zeggen 'als je dit gebruikt kan het wel. En het is daar te koop'.” Het werkte volgens plan. ITS-artea schafte nieuwe machines aan en vier van zijn stoffen werden in produktie genomen. Precies een half jaar later lagen deze stoffen - rubber met ingedrukte visgraat en nopjes - op rollen op de allernieuwste Première Vision-beurs, vorige week in Parijs. Het betekent dat zijn stoffen binnenkort echt op straat te zien zullen zijn.
“Converter noemen ze me nu”, vertelt de stofontwerper trots. “En aanpassen is ook precies wat Van Veldhoven doet. Hij bedenkt nooit een compleet nieuwe stof, maar start met een bestaande stof of bestaande weeftechniek die hij met een simpele ingreep een ander aanzien geeft. De rubberstoffen voor ITS-artea bijvoorbeeld kwamen voort uit het idee dat een zeiljack of een regenjas een stuk leuker kan worden als je een visgraat- of nopjespatroon in de rubberlaag meedrukt. Een doodsimpel idee. Bij het aanbrengen van de rubberlaag druk je gewoon vloeipapier met een visgraatpatroon op de nog vloeibare rubber en dat is het. Het is dan alleen de kunst om dàt papier te vinden dat de hitte van vloeibare rubber verdraagt of díé rubber die bij lage temperatuur smelt. Eerder al, tijdens zijn opleiding modevormgeving in Rotterdam, naaide Van Veldhoven een bestaande streepjesstof zo in dat er een onregelmatig golfpatroon ontstond. Het aardigste overblijfsel uit die serie (intussen ook in de winkel te koop) is het streepjesoverhemd waarvan de streepjes afknoopbaar zijn. De stofontwerper knipte van een bestaand overhemd geduldig alle strepen los en naaide die vervolgens op een transparante ondergrond die weer over een wit overhemd gedragen kan worden. Zo kun je 's morgens voor de spiegel bedenken of je het overhemd die dag met of zonder streepje zult dragen.
Inmiddels is Van Veldhoven aan het werk voor de Nederlandse stoffenfabriek Viscom en ook daar is al geconstateerd dat ze met een paar simpele ingrepen veel leukere stoffen kunnen maken. Maar wat hier bekokstoofd is, dat blijft nog even het geheim van de chef.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.