Ondernemers laten hun oren hangen naar aandeelhouders. Van die jonge jongens die totaal geen gevoel hebben voor de producten. Ze denken slechts aan winstcijfers. Aan geld, geld, geld. Dan is er geen plaats meer voor onderzoek, voor denken op de lange termijn. 'Die jongens zijn gevaarlijk, bloedlink', zegt E. van Andel ex-hoofd onderzoek van Akzo Nobel.
'Leg je aandeelhouders niet te veel in de watten'. De ondernemer die zoiets zegt, is als een dominee die vloekt in zijn kerk. Want in ondernemersland is de aandeelhouder (lees: de beurskoers) heilig verklaard. Toch zijn er nog van die 'vloekende dominees': zoals H. de Vries, president-directeur van BASF Nederland en E. van Andel, voormalig hoofd van de centrale onderzoeksafdeling van Akzo Nobel. Hun boodschap: wees niet te bang voor de aandeelhouder.
In NCI, het blad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, zegt De Vries opvallend openhartig dat hij zich verbaast over het enorme tempo waarin grote bedrijven aan het fuseren, verkopen of herstructureren zijn. Dalende winsten zijn daarvoor vaak de motivatie.
De Vries, topman van de Nederlandse poot van de Duitse chemiegigant BASF is niet onder de indruk van dat argument: In het artikel in NCI, dat is gebaseerd op een interview in De Gelderlander, zegt hij: ,,Miljardenwinsten dalen, maar het blijven miljardenwinsten. Het is niet zo dat bij deze bedrijven het water aan de lippen staat.'' De Vries wijt de fusie- en verkoopgolf aan angst. ,,Angst voor ontevreden aandeelhouders, ontevredenheid over het feit dat de winst per aandeel niet hoog genoeg zou zijn.''
Geheel los van De Vries kwam E. van Andel tot een zelfde conclusie: ook hij constateert dat ondernemers hun oren te veel laten hangen naar aandeelhouders. Van Andel zwaaide jarenlang de scepter over de centrale onderzoeksafdeling van chemieconcern Akzo Nobel. Daar werd allerlei onderzoek gedaan en werd gekeken of er tussen al die verschillende onderzoeksprojecten kruisbestuiving mogelijk was.
Tot Van Andels leedwezen sloot Akzo zijn centrale onderzoeksafdeling op 1 februari. Hij zelf ging met vervroegd pensioen. Hij zegt: ,,Eén groot project, zonnecellen, gaat nog op dezelfde basis door. En terecht, want het is goed als grote ondernemingen zich bezighouden met het energievraagstuk: gas en olie raken immers ooit op. Maar een groot deel van de projecten waarmee wij bezig waren, wordt stopgezet of verkocht. Ongeveer een derde wordt wel voortgezet, maar dan op een lager niveau: een business unit van Akzo Nobel gaat er mee aan de slag.''
,,Maar zo'n unit'', vervolgt Van Andel, ,,is gericht op de korte termijn. De unit moet winst maken, de tantièmes van de medewerkers hangen ervan af. Als zo'n project na een jaar of twee of drie te weinig oplevert, stoppen ze ermee. Zonde: sommige projecten kunnen op langere termijn veel opleveren. En meerwaarde kan ontstaan als je de resultaten van verschillende onderzoeken combineert.''
Researcher Van Andel stoort zich vooral aan het feit dat Akzo Nobel geen werk wil maken van een nieuwe, supersterke vezel. ,,Akzo heeft er jaren geld in gestoken, maar plots wilden ze niet meer.'' Ruim een jaar geleden besloot Akzo zijn vezelpoot te verzelfstandigen: Acordis heet dat nieuwe bedrijf. Akzo nam die beslissing omdat zijn andere activiteiten (chemicaliën, verven en vooral farmacie) veel meer geld opleveren. Beleggers en analisten loofden het besluit. Maar Van Andel zegt: ,,Het idee bestaat dat je met vezels niets kunt verdienen. Met textiele vezels is dat ook zo; daarvoor zijn veel arbeidskrachten nodig, die moet je in India of Afghanistan laten maken. Maar met lichte, supersterke vezels ligt dat anders. Die kan je verwerken in zonnepanelen, in auto's. Vezels zijn veel meer dan een onderbroek. Akzo heeft, en dat is uniek, alle octrooien op die vezel. En toch willen ze er niet verder mee.''
In het weekblad FEM Deze Week zegt Jan de Wit, de huidige stafdirecteur technologie van Akzo Nobel, over de nieuwe supervezel: ,,Als je een doorbraaktechnologie wilt uitvinden, duurt het een jaar of vijftien voordat die een beetje in de markt staat. En de economische druk is zo groot dat we ons dat niet meer kunnen veroorloven.'' Van Andel denkt dat Akzo zich bij de beslissing om niet door te gaan met de supervezel heeft laten leiden door zijn aandeelhouders. Dat doet het concern vaker en volgens Van Andel is dat niet goed.
,,Die aandeelhouders, dat zijn vooral pensioenfondsen. Daar zitten van die jonge jongens die totaal geen voeling hebben met producten. Die zien alleen winstcijfers en denken dat je het best geld kan verdienen door niets te maken. Want dingen maken, daar heb je arbeidskrachten voor nodig. En bij vezels denken ze aan arbeidskrachten. Zodra een bedrijf te weinig winst maakt, bellen ze de concernleiding en dreigen ze hun aandelen te verkopen. De leiding is daar gevoelig voor. Helaas.''
,,Ik vind dat gewoon slecht. Ik ben niet tegen geld verdienen. Het is logisch dat Akzo vindt dat investeringen in hele nieuwe projecten een rendement van dertig procent moeten hebben. Ik ben er ook niet voor dat technici het voor het zeggen krijgen, want dan gaat het niet goed. Maar al 3000 jaar staat geschreven dat er meer is dan geld alleen. Die nadruk op geld. . . : het is niet ethisch, het is niet goed. Niet voor de maatschappij, niet voor het bedrijf zelf. Auto's waarin zo'n lichte vezel is verwerkt, verbruiken minder energie, daar heeft de maatschappij baat bij. En het bedrijf op de lange termijn ook. Hetzelfde geldt voor fundamenteel onderzoek: zeker, het kost geld en de risicofactor is hoog. Maar er kunnen prachtige dingen uitrollen waar een bedrijf veel aan heeft. Die jonge jongens die alleen kijken naar winst, ze zijn gevaarlijk, bloedlink.''
De heiligverklaring van de aandeelhouder en de beurskoers heeft nadelen, concludeert ook De Vries van BASF Nederland. De afgelopen jaren regende het fusies, overnames en verkopen in chemieland. Shell doet veertig procent van zijn chemietak in de uitverkoop, het Britse ICI leek meer op een handelshuis dan op een chemieconcern en de Zwiterse chemie- en farmaconcerns Ciba Geigy en Sandoz fuseerden tot Novartis om vervolgens de chemietak af te stoten. Het Duitse Hoechst spande de kroon: het veranderde in een paar jaar tijd van een chemiegigant in een farmaconcern en fuseerde vervolgens met de Franse farmaceut Rhone-Poulenc.
Zonder namen te noemen van bedrijven zegt De Vries in NCI dat veel fusies en overnames, bedoeld om de winst op te krikken, niet goed verlopen, een conclusie die onderzoekers van de adviesorganisatie KPMG vorig jaar ook trokken na een onderzoek naar 300 fusies. Volgens De Vries verliezen veel mensen hun baan bij een fusie en daarmee gaat veel kennis verloren. ,,Het echte kapitaal van de onderneming zit in de hoofden van de mensen. Bij een fusie gaan soms duizenden banen verloren. En dan kunnen economen en analisten nog zo'n voortreffelijke analyse van een bedrijf maken, als bepaalde werknemers niet meegaan bij een fusie koop je een kat in de zak.''
Net als Van Andel benadrukt De Vries dat bedrijven juist baat hebben bij lange-termijndenken. Kernbegrip bij De Vries is loyaliteit. In de Verenigde Staten loopt de helft van de klanten na vijf jaar weg, de helft van de werknemers binnen vier jaar en de helft van de aandeelhouders in één jaar. En dat allemaal voor korte-termijngewin, concludeert hij. Maar is er wel sprake van gewin? Volgens De Vries niet. ,,Wie de klant houdt, houdt de toekomst. Het is vijf keer duurder om een klant terug te winnen dan hem te houden.''
Van Andel denkt dat bedrijven op termijn spijt gaan krijgen van het sluiten van hun laboratoria. ,,In de VS is het begonnen maar daar zie je nu ook een ommekeer. Zoals bij het chemieconcern Dupont. Dat sloot zijn centrale laboratorium in 1991 maar gaat het nu weer openen. Ik hoop dat dat in Nederland ook gebeurt. Philips is zo ongeveer het laatste Nederlandse bedrijf dat nog een echt goed lab heeft. Er zijn momenteel maar twee sectoren waarin veel aan onderzoek wordt gedaan: computers en farmacie. Inderdaad, sectoren waarin veel geld te verdienen is.'' De Vries zegt De Gelderlander dat de omvang van een bedrijf niet het belangrijkst is. Het gaat niet om economy of scale (omvang), maar om economy of skill (kennis). De kennis rond een product bepaalt in zijn ogen het succes van een bedrijf.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.