*

 
dossier

Archief

Ephimenco

Sylvain Ephimenco − 06/11/99, 00:00

Over hart en hoofd gesproken. De tegenstellingen tussen deze twee pulserende kernen van onze menselijkheid kunnen soms zo groot zijn dat we er door verscheurd kunnen raken. Ze liggen vaak aan de basis van een pijnlijk dilemma of innerlijke strijd.

Het hart dat bonkt van intuïtief elan; het hoofd dat de informatie opneemt en analyseert. Het hart dat soms probeert het hoofd op hol te doen slaan; het hoofd dat alles in het werk stelt om het hart te temmen. Bestaat er een middenweg tussen rationaliteit en emotionaliteit? Dit hangt af van de materie waarlangs de scheidingslijn loopt. Hoe gevoelig deze, hoe hevig de strijd. Als het onderwerp niet meer het particuliere maar het algemene domein beslaat, dan kunnen de tegenstellingen overslaan van het individu naar de groep. De middenweg loopt dood en de scheuren verdelen de groep in twee vijandige kampen. Grof geschetst: de hoofden tegen de harten. Kosovo was zo'n breuklijn. Zij die hun emoties in het spel betrokken, en ik behoor tot die groep, vonden dat het schenden van mensenrechten op grote schaal, zoals door Milosevic en de zijnen gedaan, een krachtig antwoord verdiende. Zij die tegen de Navo-bombardementen ageerden waren niet gevoelloos en kenden ook primaire emoties, maar steunden vooral op rationele motieven. Ik noem er een paar: het gevaar van mondiale escalatie, het ontregelen van het leven van Servische burgers of de disproportionaliteit van de ingezette middelen ten aanzien van de oorzaken. Met de nederlaag van Milosevic leek het eerst dat de emotionaliteit van de zuivere rationaliteit had gewonnen. Maar plotseling herwinnen de 'rationelen' nu aan kracht door middel van - logischerwijs - enkele cijfers. Er zijn tot nu toe, zeggen ze, 'maar' 1400 Albanese doden in massagraven ontdekt en het definitieve aantal zou mogelijk niet boven de 2500 uitkomen. Hun conclusie: de bombardementen waren niet gerechtvaardigd en de publieke opinie is misleid. Alsof een vooraf afgesproken quotum slachtoffers de drempel moet vormen voor een militaire interventie. Alsof het aantal doden niet afhangt van de snelheid en doelmatigheid van die interventie. Sinds 1991 hebben we gezien hoe passiviteit in de Balkan, van Srebrenica tot Sarejevo, de cijfers ten goede kan komen. Als de hoofden die alsnog hun gelijk willen halen, het lage aantal Albanese slachtoffers willen toejuichen, is dit alleen maar hartverwarmend. Ongeacht hun achterliggende gedachten, juich ik met hen mee.

mailIcon print |