*

 
dossier

Archief

Middeninkomen van VVD is niet dat van de PvdA

LEX OOMKES − 04/02/98, 00:00

DEN HAAG - De inleidende beschietingen dezer dagen bevestigen het vermoeden dat menig volger van de politiek al had: de campagnes van de belangrijkste partijen zullen gericht zijn op de stem van de middeninkomens.

Zowel VVD-leider Bolkestein als minister Melkert van sociale zaken, die in de PvdA-campagne al een tijd de rol van keffertje is toebedeeld, spraken de afgelopen dagen warme woorden over deze, electoraal interessantste, groep.

Bolkestein hield zijn VVD zaterdag in Papendal voor, dat de middeninkomens meer ruimte dienen te krijgen. Over de hoofden van zijn partijgenoten herinnerde hij de PvdA eraan, dat zij immers voor een groot deel de sociale zekerheid financieren.

Melkert riposteerde maandag in Zoetermeer dat de definitie van Bolkestein van wat middeninkomens zijn, wel heel ruim is genomen. Afgaande op de VVD-voorstellen in hun programma, zei Melkert, wordt er vooral ruimte geschapen voor de inkomens vanaf zo'n 70 000 gulden. Melkert zei het niet met zoveel woorden, maar kennelijk ligt daar voor de PvdA de grens en moeten de inkomens daarboven worden gerekend tot de hogere.

Daarmee is de klassieke scheiding tussen PvdA en VVD weer hersteld. Weliswaar trachten beide zich te profileren als beschermer van de middeninkomens, maar kennelijk is dat spectrum zo breed, dat sociaal-democraten en liberaal-conservatieven daarbinnen elk weer haar eigen groep kan bedienen.

Dat PvdA en VVD elk willen zorgen voor een eigen groep binnen de brede groep middeninkomens, valt ook af te leiden uit de ideeën die ze in hun programma's hebben opgenomen voor belastinghervorming. Uit het lijstje wensen in het VVD-programma 'Investeren in de toekomst' kan worden afgeleid, dat de liberalen niet al te veel aandacht willen besteden aan die inkomens die onder de eerste schijf van de loon- en inkomstenbelasting vallen (grofweg de inkomens tot 50 000 gulden).

De VVD wil de progressie in de tarieven flink verkleinen, waarvan alleen de inkomens in de tweede en derde schijf profiteren. Ook van de gewenste afschaffing van de vermogensbelasting en de belasting op kapitaal zal bepaald niet het overgrote deel van de middeninkomens veel heil voor de eigen portemonnee verwachten. Laat staan van de VVD-wens om af te zien van de belasting op winst op vermogen, wat van vele kanten is gesuggereerd als alternatief voor de huidige vermogensbelasting.

Bij de VVD wordt dit beeld overigens te vuur en te zwaard bestreden. De indeling in hogere en lagere middeninkomens is volgens de liberalen volledig achterhaald. Niet ten onrechte wijst de partij er keer op keer op dat bij voorbeeld het aantal tweeverdieners snel toeneemt. Daardoor komen nu ook al veel mensen met twee kleinere inkomens boven de kennelijk cruciale grens van 70 000 gulden uit.

Het uitgangspunt van de PvdA staat recht tegenover dat van de VVD. Juist mensen met hogere inkomens zijn in staat te profiteren van aftrekposten en alle mogelijke constructies rond de inkomsten uit kapitaal. Voor zover mensen met een middeninkomen van dergelijke mogelijkheden gebruik maken, hebben ze dus wel degelijk iets te vrezen.

Voor het overige bevat het PvdA-program op fiscaal terrein voorstel op voorstel dat, als er niet alsnog een heel hoog bedrag beschikbaar komt voor belastingverlaging in de volgende kabinetsperiode, vooral tot verkleining van de inkomensverschillen zal leiden. Het omzetten van de belastingvrije som in een voor elke inkomenscategorie gelijk netto-bedrag heeft voor elk inkomen boven de eerste schijf negatieve koopkrachtgevolgen. Net als het omzetten van de vaste aftrek voor werkenden in eenzelfde tax credit. Daar bovenop bepleit Melkert al een tijdje een arbeidstoeslag om de afstand tussen een netto-uitkering en een netto-salaris te vergroten. Het netto-voordeel van zo'n toeslag moet ook nog eens afnemen naarmate het inkomen groeit.

Het gaat hier nog om verschillen in gewenste fiscale politiek. Melkert wees er maandag ook op dat het veel hogere bezuinigingsbedrag dat de VVD denkt binnen te kunnen halen, vooral voor de middeninkomens negatieve gevolgen zal hebben. Bezuinigingen op de huursubsidie en de veel lagere bedragen die de liberalen denken te investeren in het onderwijs zijn maar twee van vele voorbeelden, meende Melkert. Het voorbeeld van de huursubsidie geeft maar eens te meer aan dat hij het begrip middeninkomen wel erg oprekt.

Al deze verschillen in aanmerking genomen, zal er wel degelijk op 6 mei iets te kiezen zijn. Toch hebben twee bewindslieden uit de gelederen van de VVD en de PvdA hun handtekening gezet onder voorstellen voor een nieuw belastingstelsel. In de nota Belastingen in de 21e eeuw hakken minister Zalm (VVD) en staatssecretaris Vermeend (PvdA) een heleboel knopen, met name op inkomenspolitiek terrein, niet door. Daar staat tegenover dat de coalitie het inmiddels eens is over veel andere zaken, waar PvdA en VVD, gezien hun verkiezingsprogramma's, tot tegengestelde keuzes komen.

Het afschaffen van nagenoeg alle aftrekposten is, afgaande op die nota, geen punt van verschil meer binnen paars. Net als de wens om met het daarmee bespaarde geld de tarieven van tweede en derde schijf te verlagen.

Vooral het VVD-programma lijkt ietwat achterhaald met het voorstel van Zalm en Vermeend om de vermogensbelasting om te zetten in de belasting op het inkomen uit vermogen. Het fictieve rendement wordt voor die nieuwe belasting gesteld op vier procent per jaar, stellen zij zich voor. En daar wordt dan een belastingtarief over geheven van 25 procent.

Uit de reactie van de VVD in december, toen de nota van de bewindslieden van financiën uitkwam, viel niet op te maken dat de liberalen zich daar nu eens massief tegen zullen verzetten als deze ideeën in de onderhandelingen over paars II aan de orde zullen komen.

En dat leidt weer tot de conclusie dat de twee partijen ten behoeve van de campagne de aanwezige verschillen wel erg graag zwaar aanzetten.

mailIcon print |