Zes kilometer uit de kust wiegt de Volgo Balt in een plas zonlicht. Het 110 meter en twee centimeter lange Russische schip heeft de nacht doorgebracht op de parkeerplaats aan het begin van de vaargeul. Loods van de achtste categorie Jan Heldoorn (45) is net aan boord gegaan voor de laatste etappe van Kaliningrad naar Amsterdam.
Het noordgaande tij draait de kont van het schip naar de kust. Stilte. De radio somt files op. “Toen ik nog op de koopvaardij zat, stond op een radio in de stuurhut nog net niet de doodstraf”, mompelt Heldoorn boven zijn verzorgde ringbaardje.
Als een dunne gele penseelstreek strekt de kust zich uit van noord naar zuid. Links Egmond aan Zee, rechts Zandvoort, in het midden het inferno van de Hoogovens. Vanuit zee zie je de fabrieken beter dan vanaf het strand, de bruine loods van de tinnerij is zelfs alleen vanaf hier zichtbaar. “De havenmond is 's nachts een zee van licht, dan vind je de vuurtorens bijna niet terug”, zegt Heldoorn.
We passeren een grillige schuimlijn in het water, achter deze 'stroomnaad' staat het water bijna helemaal stil. Via de portofoon spreekt Heldoorn af hoe we de tegemoetkomende schepen zullen passeren. “Het lijkt rommelig omdat we elkaar met de voornamen aanspreken”, zegt hij verontschuldigend, “maar de afspraken zijn volkomen helder.”
Inderdaad glijden we keurig tussen een Turk en de veerboot naar New Castle door. Steeds nadrukkelijker komen de jaren-vijftigflats van IJmuiden in beeld. Daarvoor staan houten strandhuisjes, als rijen bolle pinnetjes van een spelletje Mastermind. De stuurman wil weten of je in die datsja's kunt wonen. De pieren openen zich als de scharen van een krab, windturbines brengen een modern Nederlands saluut. In de sluis loopt weer een gerimpelde streep door het water: zoet en zout water mengen niet meteen. Op de wal staan twee mannen klaar om de trossen aan te pakken. Vletterlieden, heten ze in IJmuiden. In Rotterdam worden ze roeiers genoemd, in Vlissingen bootlieden. De Russen hebben er geen naam voor, daar moeten ze het zelf doen.
Ten zuiden van de havenmond bouwt IJmuiden een badplaats. Een driehoekig strand is opgespoten en omzoomd met een nieuwe duinenrij. Het water van het uitgegraven duinmeer smaakt onbestemd zoet-zuur-zout. De jachthaven is nog goeddeels leeg, na vier jaar is minder dan de helft van de zeshonderd plaatsen verhuurd. Het verveelde personeel van de gokhal draagt goudbestikte gilettes en zwarte vlinderstrikken, de zalmroze tafellakens van Chinees restaurant Chi-Ling zijn strak gesteven. In het eetcafe grossiert de eigenaar in uitdrukkingen als 'water tot de lippen', 'nek in de strop' en 'geen millimeter spek op de ribben'.
De fundamenten van Seaport Boulevard Resort IJmuiden zijn al gelegd. 'Vanuit de slaapkamer ziet U de jachthaven, duinen en zeesluizen', prijst een folder de appartementen aan. Over de Hoogovens geen woord, terwijl de rokende schoorstenen, stoomwolken uitbrakende koeltorens en gitzwarte cokesbergen onmogelijk te missen zijn. Ook de vriesloodsen van de vissershaven krijgen geen recensie. De afgelopen acht maanden heeft de makelaar nog geen beachsuite verkocht. De zaken gaan dus slecht? “Dat moet u anders zien, het gaat fantastisch. Misschien wordt het wel een hotel, strategisch houden we bewust alle mogelijkheden open.”
Over het sluizencomplex resoneert de diepe brom van de Hoogovens, de lucht is zwanger van zwavel en roestend ijzer. “Zoiets heb je bij ons niet”, zegt een jongen met een Twents accent vol ontzag. Tegenover de hoofdingang van de Koninklijke Hoogovens herdenkt een monumentje de 69 werknemers die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen. Zuivelhandel Martens, aan de voet van de elektriciteitscentrale, heeft een grote sortering gevulde koeken. “In 2002 gaat de centrale dicht, dan houden wij er ook mee op”, vertelt de vrouw die komt aansloffen uit het woonhuis. 'Laat de kust met rust', is het motto van de actievoerders uit Wijk aan Zee.
Al 24 jaar vechten ze met succes tegen de uitbreiding van Hoogovens. Dat hun dorp aan drie kanten omsingeld is door staalindustrie, daaraan zijn ze gewend. Maar op hun strand willen ze niet ook nog een extra staalfabriek, een voorhaven, een depot voor vervuild slib, een kolengestookte elektriciteitscentrale of een depot voor baggerspecie.
Om van een schiereiland met een luchthaven nog maar te zwijgen. “In het begin kregen we de autochtone bewoners bijna niet mee”, herinnert de voormalige Amsterdamse leraar Freek Trautwein zich. Maar bij de actie tegen het vliegveld stonden begin 1996 tweeduizend dorpelingen boos naar het vogeltje te kijken bij de actiefoto op de dorpsweide. Trautwein en collega Kisjes hebben het nu rustig: alleen de baggerplannen en een windmolenpark bedreigen de kust nog. Kisjes: “Verandering is goed, in mijn hotel doe ik de hele dag niets anders. Maar ze moeten me niet te grote werktuigen geven. Dat 's werelds grootste sleephopperzuiger uit ons land komt en ook nog Queen of the Netherlands heet, daar ben ik niet trots op.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.