*

 
dossier

Archief

Kraanvogels in het lac du Der

CEES STRAUS − 20/03/99, 00:00

's Nachts slapen de kraanvogels op een paar eilandjes in het meer, ver van menselijke nieuwsgierigheid, maar overdag fourageren ze op de akkers rond het meer waar de boeren op speciaal verzoek de wintermais hebben laten liggen. Niet eens zo ver weg op het land ondergaan ze de aanwezigheid van het verkeer vrijwel ongestoord. Meestal scharrelen ze in groepen bijeen - twintig, dertig tegelijk te zien is geen uitzondering - maar altijd doen ze aan paarvorming. De paartjes hebben vaak hun jong bij zich, dat pas bij de komst van het volgende ei zelfstandig wordt. De kraanvogels, die twee keer per jaar rond het meer neerstrijken, maar steeds vaker in deze streek overwinteren, moeten trouwens concurreren met zo'n tweehonderd andere soorten vogels, die rond het Lac du Der-Chantecoq hun natuurlijke biotoop vinden.

De verschijning van de kraanvogels die in de Franse Champagne neerstrijken, onderweg vanuit Zuid-Spanje en Marokko terug naar Noord-Scandinavië, is deze maand de voornaamste attractie van de streek van de Der. Evengoed is hun komst eind september een belevenis, dan maken de vogels hun reis in omgekeerde richting, op de vlucht voor de arctische kou. Van de tienduizenden kraanvogels die er in Europa leven, komt driekwart op doortocht rond het meer terecht. Het Lac du Der is dus bijzonder in trek bij de vogels, wat ook bekend is bij de vele (vaak Nederlandse) vogelaars.

Overigens is deze attractie van jonge datum, het Lac du Der bestaat pas sinds 1974. In dat jaar werd een deel van het gebied van de Der (het woord is ontleend aan het Keltisch en betekent eikenbos of eik) afgedijkt en vervolgens onder water gezet. De vogels op zoek naar hun overwinteringsplaats vonden het meer letterlijk gaandeweg. Het is niet alleen een veilige rustplek, maar ook vinden ze er het voedsel dat elders moeilijk is te verkrijgen.

Het ontstaan van een vogel- en wildstand rond het Lac du Der is niet het gevolg van een bewuste planning. Eigenlijk is het een prettige bijkomstigheid van een plan dat in de eerste plaats voorzag in de veiligstelling van het drinkwater. Het meer is namelijk bedoeld als spaarbekken voor drinkwater dat de stad Parijs uit de Marne haalt. De rivier komt via sluizen uit op het meer, waardoor de waterstand in zomer- en wintertijd gereguleerd kan worden. Thierry Cherrière, directeur van de VVV 'Maison du Lac' in Giffaumont, heeft de aanleg van het meer vanaf het begin gevolgd: ,,Parijs zat tot aan de jaren zeventig elke zomer met het probleem dat het te weinig drinkwater had. Er is toen een plan opgesteld om ten oosten van de stad een aantal spaarbekkens, in de Marne en de Seine, aan te leggen. Het Lac du Der, op 200 kilometer van de hoofdstad, is er een van. Met zijn 48 vierkante kilometer is het ook het grootste aangelegde meer in Europa.''

Die aanleg ging wel ten koste van drie kleine dorpen. Enkele gebouwen uit de destijds al nagenoeg uitgestorven dorpjes, die tot de grond toe werden afgebroken, zijn in het plaatselijke openluchtmuseum herbouwd, maar verder is er met het meer toch het een en ander verdwenen; cultuur en landbouwgrond hebben plaats gemaakt voor natuur.

Het bekijken van de vogels, vanaf de dijk rond het meer, in het veld en ook vanuit een uitzichttoren in het ecomuseum 'Maison de l'Oiseau et du Poisson', is slechts een van de attracties die het meer te bieden heeft. Want behalve als natuurreservaat kan het ook gebruikt worden voor de watersport. Er mag ter hoogte van de jachthaven op de zuidoever worden gezeild en zelfs motorboten zijn op bepaalde plekken toegelaten. Met dat al trekt het meer jaarlijks enkele duizenden toeristen, die in de omgeving zowel in huisjes (gîtes), in eenvoudige en middenklasse-hotels als op campings onderdak vinden.

mailIcon print |