BEET SAHOER - De vier mannen, die zo graag in het Palestijnse parlement willen worden gekozen, hebben veel uit te leggen aan het vrouwencomité van Beet Djala.
Het zint hun Palestijnse zusters allerminst dat er zo weinig vrouwelijke kandidaten zijn. “Wij hebben evengoed als de mannen meegedaan aan de intifada”, zegt een breedlachende moeder die haar dochter van vijf heeft meegenomen. “En jullie mogen nog zulke mooie dingen zeggen over ons, we zullen jullie in de gaten houden als je in het parlement zit, om te kijken wat je er van terecht brengt.”
Vooral in het district Bethlehem waarvan ook de zustersteden Beet Sahoer en Beet Djala deel uitmaken, is het erg. Bij 25 kandidaten voor 4 zetels, zit geen enkele vrouw.
Het viertal heeft zich goed voorbereid, want de vrouwvriendelijkheden rollen zonder gehakkel uit hun monden. Het lijkt wel een beurtzang. “Een beschaving die vrouwen discrimineert raakt zelf achterop”, zegt nummer één bewogen. “Er moeten wetten komen om de internationale conventies ook hier te kunnen uitvoeren”. Applaus. Kandidaat nummer 2 bepleit zelfs positieve actie. “Bij een sollicitatie moet bij gelijke geschiktheid de vrouw de baan krijgen.”
De derde kandidaat wil dat het hier net als in Europa wordt. “Daar is de gelijkheid zo ver dat een vrouw het helemaal niet op prijs stelt als je in de bus je zitplaats aan haar afstaat.” De laatste kandidaat hekelt een islamitische geestelijke, die had bepleit om in een toekomstig Palestijns paspoort plaats in te ruimen voor vier foto's van de verschillende echtgenotes. Eén man in het publiek vindt het nu welletjes, staat op en zegt waardig, het hoofd in de nek: “De islam is de oplossing, broeder.” De voorzitster vindt dit een goed moment om de bijeenkomst af te sluiten. Er zijn al wat meer mannelijke nekspieren rood aangelopen, want dat van die positieve actie ging wel erg ver. In het moppercircuit na afloop valt hier en daar het woord mannendiscriminatie.
Zoals bij vele politieke discussies in het Palestijnse gebied viel ook hier weer vaak het stopwoord 'De bodem van de realiteit' waarmee geprobeerd wordt de neiging tot het bouwen van luchtkastelen te beteugelen.
De realiteit van Beet Djala zit zelfs onder de bodem. Tientallen meters onder de zaal van het vrouwencomité boren Israëliërs een tunnel. Als die klaar is kunnen Israëlische kolonisten straks veilig van hun nederzettingen naar hun werk rijden, onbevreesd voor stenengooiers of erger. Een aanslag zoals onlangs bij Bethlehem, is dan een stuk moeilijker. Maar het betekent ook dat het Palestijnse bestuur zelfs onder de grond beperkingen zijn opgelegd.
De beperkingen lopen toch al zo in het oog. Vanuit Beet Sahoer kijk je uit op een weg dwars door een dal, ook speciaal voor de kolonisten. Aan de overkant van het dal ligt een heuvel, in een van de schaarse bossen, waar binnenkort de bouw van een enorme nieuwe Joodse nederzetting begint.
Beet Sahoer, Bethlehem en Beet Djala vormen een eilandje, ingesloten door wegen en tunnel voor kolonisten, en omringd met Israëlische wegversperringen, die het in- en uitgaande verkeer controleren. Daarbinnen ontwikkelt zich het zelfbestuur en zoeken Palestijnen naar een politieke cultuur, eentje waarin de familieclan centraal staat. Onafhankelijke kandidaten, en dat zijn de meesten, kunnen het zonder zo'n clan amper redden. Soms hebben ze een andere machtsbasis, zoals advocaat Aboe Ita, voorzitter van zijn beroepssyndicaat. Zoals de meeste onafhankelijke kandidaten is Aboe Ita aanhanger van de Fatah-beweging van Arafat. Hij hoopt één van de twee moslimzetels in zijn district in de wacht te slepen, de overige twee zijn voor de christenen, die dat met succes hebben afgebedeld bij Arafat. Al kloppen die getalsverhoudingen niet, want de moslims vormen in dit traditioneel christelijke gebied een meerderheid. Aboe Ita geeft toe dat het zelfbestuur nog niet alles is, maar hij steekt zijn gehoor een hart onder de riem: “Vergeet niet, wij hebben de illusie van een groot Israël van de Eufraat tot de Nijl vernietigd.” En verder raadt hij bij elke moeilijke vraag aan te wachten op de definitieve vredesregeling in 1998. “Natuurlijk vind ik het ook erg, dat we verkiezingen moeten houden terwijl die afschuwelijke ringwegen er zijn en er nog zoveel Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten.”
De vragen zijn pittig. Is het waar dat Arafat in één klap president van het Palestijnse gezag en van het parlement kan worden? Ook Aboe Ita vindt dat onjuist. Hij wil een scheiding van de machten. “De Joodse nederzettingen zijn door Palestijnse handen gebouwd”, zegt iemand. “Zult u ijveren voor wetgeving die Palestijnen verbiedt nederzettingen te bouwen?” “Dan ben ik mijn werk kwijt”, mompelt iemand. Ook Aboe Ita vindt het niet realistisch met die werkloosheid.
De ringwegen komen ter sprake. Aboe Ita: “Wij wilden dat de Israëliërs hun soldaten op andere plaatsen zouden legeren. Zij eisten toen die wegen.” Tegenstanders van het vredesverdrag mogen zich even roeren, zonder veel bijval. Ze eisen een referendum over het verdrag en willen dat de politie niet langer wapens van mensen inzamelt, zodat ze Israël kunnen bevechten. Aboe Ita zegt bang te zijn dat ze die wapens gebruiken voor onderlinge strijd.
Wat vindt hij van de vele benoemingen op hoge posten voor trouw aan Arafat. Terwijl die mensen vaak te dom zijn om voor de duvel te dansen? Aboe Ita heeft zijn vage reactie nog niet af of hij krijgt een laatste vraag. “Als ik over straat loop, en de Palestijnse politie begint me zomaar te slaan en te schoppen, bij wie moet ik dan mijn beklag doen?” Aboe Ita denkt even na en zegt: “Loop maar naar de VN.” Het klinkt als: “Loop maar naar de pomp.”
- ons commentaar op pagina 9
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.