Taal van de tong en taal van het lijf. De mond spreekt en het lichaam toont. Soms bewegen de lippen weliswaar zus en geven de blik, de houding, het gebaar niettemin zo. Wanneer de taal van de mond samenvalt met de taal van het lichaam, blijkt meesttijds eerlijkheid. Zo niet, dan verraadt zich meesttijds oneerlijkheid.
Vaak geven uitingen van het lijf meer bloot van de persoon dan uitingen van de tong. De eerste laten zich minder beheersen dan de tweede. Lichaamstaal stuwt het hart naar buiten. Niet alleen wanneer het klopt van bloed, ook wanneer het dood is van kilte. Beide talen behoren evenwel bijeen, zijn uitingen van dezelfde persoon en geven de persoon prijs. En de bekwame luisteraar hoort niet alleen de boodschap of inhoud (de aard van de mededeling) maar beluistert ook de boodschapper of vorm (de hoedanigheid van de stem). Nochtans heeft de kijker, die ook hoort, het gemakkelijker om iemand te doorvorsen dan de luisteraar, die alleen hoort. Daarom wint de persoonlijke ontmoeting het altijd van het telefoongesprek en wint de televisie het altijd van de radio. Althans voor eenieder die uit is op verheldering van waarheid en verdoezeling van waarheid haat. Soms overheerst de taal van het lijf die van de tong. Dit gebeurt wanneer beide talen vergaand uiteengaan. En dit valt de toeschouwer te meer op wanneer het 'wat' wel bekend is en de aandacht zich daarom vooral richt op het 'hoe'. Zo dezer dagen bij de televisiebeelden van de soldaat die de priester bejegent, de beelden van de Cubaanse krijgsman die de Romeinse bisschop ontvangt.
Karol Wojtyla verschijnt boven aan de vliegtuigtrap en meteen steekt Fidel Castro beneden ter verwelkoming zijn hand op. Beiden begroeten elkaar. De paus legt de handen in die van de president. Deze wijze van omgang zal zich tijdens het bezoek telkens herhalen, alsof de wereldlijke leider zich telkens verzekert van zijn bescherming jegens de geestelijke leider en hem in enen zijn aanhankelijkheid betuigt. Terwijl Johannes Paulus voortstrompelt in de richting van het podium, past de krachtige Cubaan de tred aan bij die van zijn broze gast. Castro spreekt zoals het een leerling van jezuïeten betaamt - flink maar ook bevangen, gewend als hij van kindsbeen af is aan hard gezag. Nadat de revolutionair van de staat zijn begroetingswoord heeft uitgesproken, beent hij terstond naar zijn stoel, niet opmerkend dat de revolutionair van de liefde hem de hand wil drukken uit dankbaarheid alvorens zelf het woord te nemen. Maar meteen herziet de zoon zijn houding en neemt de handen van de vader in de zijne. Zorgzame tederheid blijft bij Fidel steeds in het geding, als brengt hij zich steeds zijn naam in herinnering die afgeleid is van 'fidelis' (trouw, vandaar eerlijk, vandaar hecht, vandaar gelovig). De houding van de president jegens de paus de volgende avond in het Paleis van de Revolutie geeft dezelfde indruk van zorgzaamheid en eerbied. Niet alleen omdat de gastheer ook zelf wenst dat de wereld zich opent naar Cuba en Cuba zich opent naar de wereld, zoals zijn gast als hoop had uitgesproken, maar ook omdat bewogenheid zich van hem heeft meester gemaakt. Telkens weer geleidt de president de paus, zelfs door hem bij de schouder te nemen. Telkens weer legt de ene de handen in die van de ander. Castro's houding contrasteert met die van de leden van zijn regering die hij aan de Heilige Vader voorstelt. Onverschilligheid leggen zij in lauwheid van begroeting, maar Fidel Castro blijft dezelfde. Ook wanneer hij, weer een dag later, met de anderen lang applaudisseert na de toespraak van Johannes Paulus in de aula van de universiteit. Dit valt niet af te doen met vorm en hoffelijkheid en gastheerschap alleen. De lichaamstaal van Fidel toont reeds de aanstaande omwenteling in zijn land. De puriteinse Amerikanen zouden hem nu tegemoet moeten treden en het handelsembargo opheffen, zoals Karol vraagt. Ook zondag, tijdens de eucharistieviering ten afscheid op het Plein van de Revolutie, betuigt Fidel instemming met Karol -- door klappen en blikken. Vrijheid die zich paart aan gerechtigheid, vraagt de paus, waarheid alleen. En de president op het vliegveld ten slotte - zijn ogen zijn holler geworden - knikt bevestigend, wanneer de paus de gevallen regen aanhaalt naar de woorden van Jesaja. Opdat wolken de Gerechte regenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.