*

 
dossier

Archief

Winnie in de tentakels van het monster

HANS GOSLINGA − 20/01/96, 00:00

Minister van justitie Winnie Sorgdrager (D66) redde zich deze week voor de tweede keer uit de vernietigende tentakels van het IRT-monster, maar de dreiging voor haar is nog niet geweken. Vooraf was duidelijk dat de fracties van PvdA en VVD er niet op uit waren het haar erg lastig te maken. Zo'n inzet zou grote problemen hebben gegeven in de coalitie, want de D66-Kamerleden stelden zich, na hun blindelingse dualisme in het eerste debat over de zaak-Van Randwijck, nu als waakzame monisten rond hun partijgenote op - de praktijk is altijd sterker dan de leer. Daar kwam bij dat de zaak zelf te dun was om de minister het vuur na aan te schenen te leggen en dat premier Kok, anders de vorige keer, Sorgdrager vooraf voluit in bescherming had genomen. Ze kon zich dus veilig voelen. Des te opvallender was dat haar optreden geen sterke indruk achterliet.

Het is natuurlijk mooi als een minister respect betoont aan het parlement, het hoogste orgaan in onze democratie, maar zo gedwee als Sorgdrager zich woensdag gedroeg hoeft het ook weer niet. Juist omdat de zaak zo dun was, had ze best wat feller van zich mogen afbijten en vooral de indruk moeten vestigen dat ze voor haar zaken staat. Het markeren van zo'n point d'honneur had haar gezag kunnen versterken. Daarvoor was het nu bij uitstek het moment. Over twee weken rapporteert de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa over de opsporingsmethoden van politie en justitie. Voor een goede afwikkeling daarvan zal de minister sterk in haar schoenen moeten staan. Dat geldt al evenzeer voor de grootscheepse reorganisatie van het openbaar ministerie.

Helaas liet de minister de kans voorbijgaan zich boven de miezerigheid van het Van Randwijck-debat te verheffen. Dat had gekund door deze kwestie in het wijdere perspectief te plaatsen van het herstel van het gedeukte vertrouwen in de rechtshandhaving, een proces waarbij flink moet worden gehakt en waarbij onvermijdelijk spaanders vallen. Daarentegen gedroeg Sorgdrager zich als de wat onzekere, maar ijverige leerling die voor de Tweede Kamer examen moest afleggen in het juist en volledig informeren. De aarzeling van de Kamer of zij wel in staat zal zijn de zware karweien die haar wachten krachtig aan te pakken, was daarom, hoewel niet door iedereen uitgesproken, voelbaar. Bij PvdA en VVD kan die aarzeling licht omslaan in het gevoel dat de coalitie de minister op sleeptouw heeft en dan is het snel bekeken. Het vertrouwen dat Sorgdrager geniet is volledig opgerekt. Ze zal in de tweede speelperiode uit een ander vaatje moeten tappen, wil zij niet in de tentakels van het IRT-monster dat al enkele politieke slachtoffers heeft gemaakt, verstrikt raken.

Er is koelbloedigheid, vastberadenheid en gepaste afstandelijkheid nodig om dit monster de baas te worden. Er staan immers veel gevestigde posities en gewoonten op het spel en daarom zal de tegenwerking hevig zijn, waarbij niet in alle gevallen op een open vizier moet worden gerekend. De kwestie-Van Randwijck is vermoedelijk nog maar een voorproefje en heeft al laten zien hoe makkelijk allerlei ranzige details ten onrechte tot een politieke hoofdzaak kunnen uitgroeien. Dat mogen vooral de oppositiepartijen CDA en GroenLinks zich aantrekken, die zich vooraf door hard sissen en blazen in de media als het ware in de huid van het gulzige monster hulden.

Bij D66 zouden ze zich meer bewust moeten zijn van wat er op het spel staat en wat er aan politieke koelbloedigheid wordt gevraagd. Dat is er nog niet, getuige het gejerimieer over acties ter beschadiging van D66-ministers. Dat de politieke leider, minister van buitenlandse zaken Van Mierlo, daarin voorging, valt van hem tegen. Hij had in de kwestie-Orient House argumenten genoeg om de politieke straatvechter van de VVD, het Kamerlid Weisglas, op zijn plaats te zetten. Nu liet hij zich, zonder twijfel door zijn overgevoeligheid voor aanvallen op zijn partij, toch uit de tent lokken. D66'ers hebben altijd het gevoel dat hun partij harder wordt aangepakt dan anderen en het is niet eenvoudig hen dat uit het hoofd te praten.

Dat Van Mierlo zich in toenemende mate ergert aan het opereren van de VVD (buiten de Kamer hoog van de toren blazen, in de Kamer kwispelend inbinden), is begrijpelijk. Maar politiek verstandiger dan in klaagzangen uit te barsten is het de kiezers duidelijk te maken dat de liberalen zich met dit optreden zelf niet erg geloofwaardig maken. De VVD zit wat dat aangaat al tegen de grens. Een vooraanstaand politicus merkte onlangs in de wandelgangen op, dat je maar één keer een maatregel van het kabinet (de ecotax) een 'onding' kunt noemen en toch vóórstemmen.

Een en ander bij elkaar optellend, kan worden vastgesteld dat het evenwicht in de coalitie uiterst wankel is. Zowel de kleinzerigheid van D66 als de brutaliteit van de VVD vormt een risicofactor. In dat krachtenveld, waarvan de grenzen nu wel zo ongeveer tot het uiterste zijn verkend, komt de PvdA als vanzelf naar voren als de spil, de stabiele factor, wat nog eens wordt onderstreept door de rustige en evenwichtige wijze waarop politiek leider Kok zijn premierschap uitoefent.

Het zal Kok het komende jaar niet weinig moeite kosten het boeltje bij elkaar te houden. Er komen enkele zeer lastige kwesties aan, waarvan de IRT-enquête en de discussie over de toekomst van de sociale zekerheid de voornaamste zijn. Daar komt nog iets bij dat van grote politieke betekenis kan worden, namelijk het snel naderende moment waarop het kabinet moet vaststellen dat het is uitgeregeerd. Anders gezegd, dat over zaken moet worden beslist waarover in het regeerakkoord niets is afgesproken. “Soms vraag ik me af of het geen probleem voor ons wordt dat we het regeerakkoord zo snel uitvoeren,” zei vice-premier Dijkstal vlak voor Kerst in een vraaggesprek met deze krant. Daar kon hij wel eens gelijk in krijgen.

De verleiding kan zelfs groot worden de kiezers op te zoeken, bijvoorbeeld als bij het schetsen van de toekomstige sociale zekerheid een van de coalitiepartijen het gevoel bekruipt dat zij te veel water in de wijn moet doen. Wat de kans op een voortijdige breuk verhoogt, is dat de VVD de grootste buit - negen miljard aan lastenverlichting - al binnen heeft. Natuurlijk zal Bolkestein wel uitkijken zelf crisis te maken. Een breuk ontstaat op de zwakste schakel en dat is toch D66. Deze partij heeft zich extra kwetsbaar gemaakt door zich in het vertrouwensdebat met Sorgdrager zo monistisch op te stellen. De vorige keer brak een teveel aan dualisme de fractie op, de vraag is of zij nu niet te veel naar de andere kant is doorgeslagen. Zo blijft het IRT-monster een verwoestend spoor door de politiek trekken.

mailIcon print |