Ondanks verscherpte wetgeving en terughoudend toelatingsbeleid is ons land de afgelopen maanden geconfronteerd met een stijging van asielverzoeken. De meeste zijn afkomstig van gevluchte Irakezen (zowel Koerdisch als Arabisch). Gezien de politieke situatie in beide landen van herkomst en de wijze waarop daar mensenrechten worden geschonden is de stijging niet verbazingwekkend. Het leidt wel tot problemen bij de opvang.
Daarnaast valt het op dat met name Duitsland en Nederland met deze verhoogde instroom te kampen hebben. De staatssecretaris lijkt naarstig op zoek naar een oplossing, nu de ons omringende landen weinig zin hebben om een deel van de opvang voor hun rekening te nemen; ook al is een groot deel van de asielzoekers via de (Schengen/Dublin)-weg naar Nederland gekomen.
Inmiddels lijkt er in de Europese Unie een vorm van consensus bereikt te zijn die er niet om liegt. Deze lijkt bij uitstek op de Irakezen te zijn gericht. Het is de bedoeling dat zij bij de buitengrenzen van Europa worden tegengehouden en teruggezonden naar dat deel van Iraks-Koerdistan, dat het 'bevrijde gebied' wordt genoemd en onder VN-bescherming staat. Dat dit gebied nu opeens veilig is, is natuurlijk een gotspe. Het tegendeel is waar. Er is al sedert jaren een bloedige strijd gaande tussen de twee voornaamste Koerdische partijen (PUK en KDP) die inmiddels zo hoog is opgelopen dat de KDP zelfs al de hulp van Saddam Hoessein heeft ingeroepen om de PUK te verdrijven. Voorts wemelt het er van de infiltranten, die niets nalaten om de ontstane chaos en onveiligheid via bomaanslagen en mijnenvelden voor de bevolking nog groter te maken. Van enige protectie van de zijde van de autonome Koerdische partijen is dan ook geen sprake meer.
Het onherbergzame Koerdistan is een prachtige schuilplaats voor de Turks-Koerdische PKK. Nu het Turkse leger, dat een niets ontziende oorlog voert, zijn kans schoon ziet om de eigen Koerden op Iraaks grondgebied aan te vallen, speelt ook deze factor een rol van betekenis bij beoordeling van de veiligheid.
In het overige gedeelte van Irak kan men ook niet van veilige gebieden meer spreken. De Sji'ten zijn in 1991 al neergesabeld en de moerassen, van oudsher schuilplaats voor dienstweigeraars, zijn drooggelegd en vergiftigd. Waar de mensen die vervolging en geweld ontvluchten nu dan naar toe moeten, blijft een levensgroot raadsel.
In september 1997 heeft Amnesty International een uitgebreid onderzoek gedaan naar de veiligheid van Iraakse en Iraanse asielzoekers in Turkije. Het advies van deze organisatie komt er op neer het land zoveel mogelijk te mijden, nu de Turkse overheid er niet voor terugdeinst asielzoekers over de grens van hun eigen land te zetten. Velen zijn al het slachtoffer geworden van deze inbreuk op de hoofdregel van het asielrecht (het verbod van refoulement).
Verbijsterend is het nu te moeten constateren, dat de Europese landen een soortgelijke rigoureuze aanpak gezamenlijk willen coördineren. Men kan beter het Vluchtelingenverdrag gelijk opzeggen. De nationale Nederlandse aanpak van de laatste maanden was al evenmin fraai. Niets werd van overheidswege nagelaten om de Iraaks-Koerdische asielzoekers in de media in discrediet te brengen.
Het begon met een mededeling van de Minister van Justitie zelf dat er zich onder de Iraakse asielzoekers veel criminelen bevonden (zonder hiervan overigens voorbeelden te geven). Enige weken later wordt er een foto in de krant afgedrukt die de lezer een indruk moet geven hoe toegelaten Iraaks-Koerdische vluchtelingen met enige regelmaat naar hun geboorteland terugreizen met behulp van Turkse visa. Het uiteindelijke doel van deze hetze blijkt het rijp maken van de Nederlandse bevolking voor de op handen zijnde wijziging van het - door velen als te soepel gezien - Nederlandse toelatingsbeleid. Hoewel het Nederlandse beleid er - en terecht - nog steeds van uitgaat, dat men gevluchte Iraakse Koerden het binnenlandsvluchtalternatief (vluchten naar 'veilige gebieden' in eigen land) niet mag tegenwerpen, wordt er medio november door de staatssecretaris een begin gemaakt met een onderzoek of het niet mogelijk is de vluchtelingenstatus van reeds toegelaten Koerden in te trekken. Dat onderzoek is wonderbaarlijk snel afgerond en de status van één Koerd wordt daadwerkelijk ingetrokken. Kennelijk is het de bedoeling om weer eens te polsen hoe de rechtelijke macht op deze actie zal reageren. In 1995 heeft de staatssecretaris voor het laatst een vergeefse poging daartoe gedaan. Overigens wordt er nog onderzocht of afgewezen Iraaks-Koerdische asielzoekers niet via een verdrag met Turkije naar hun 'veilige gebieden' kunnen worden teruggestuurd.
De Nederlandse overheid opereert met haar voornemen nu op de grens van het betamelijke. Nog afgezien daarvan dient de vraag beantwoord te worden of de staatssecretaris haar probleem niet op een andere manier moet proberen op te lossen. Niet alleen zorgt zij immers door haar wijze van optreden voor grote onrust onder de vele Iraakse asielzoekers, van wie verwacht kan worden dat zij uiteindelijk in Nederland zullen blijven, maar bovendien werkt zij door de negatieve wijze van presentatie animositeit onder de Nederlandse bevolking in de hand. Wil men toch nog enigszins getrouw gehoor geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Vluchtelingenverdrag, dan zal men zich moeten realiseren, dat opvang in de veilige gebieden en de direct omringende landen vooralsnog zo goed als uitgesloten is. Dat heeft niet alleen te maken met het Koerdisch streven naar autonomie, maar ook met de wijze waarop het regime in Bagdad nog steeds wordt getolereerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.