In 1950, de 43-jarige dirigent Willem van Otterloo was pas een jaar chef over het Residentie Orkest, werd de eerste Peer Gynt-suite vastgelegd door het Haagse orkest. Een prachtig strijkersensemble zat er toen, zo blijkt uit de cd WILLEM VAN OTTERLOO (Philips 462099). Van Otterloo zou de strijkersklank verder uitbouwen in de expressie gedurende de 23 jaar dat hij chef in Den Haag was. De suite van Grieg vult met de eerste l'Arlesienne-suite van Bizet deze uitgave in de serie Dutch Masters, deel 23.
Van Otterloo was een gedistingeerde heer; hij fotografeerde zichzelf graag (of liet zich fotograferen) met elegant een sigaret tussen de lippen. In zijn dirigeren zag ik juist niets van dat elegante terug: hij stond met een stijve rug iets voorovergebogen en maakte bijna elementaire een-twee bewegingen met zijn armen. Maar de afwerking van het klankverhaal, bleek altijd in alle onderdelen gedetailleerd verzorgd; op de repetities was het echte werk dus goed gedaan. Tijdens de uitvoering werkte hij met een vingerknip, een oogopslag, zonder groot gebaar.
Dat de stijve, schijnbaar primitief zwaaiende Jevgeni Svetlanov zo goed aardt bij het Residentie Orkest heeft mij nooit verbaasd. Ook de vorige chef Hans Vonk had aan een half gebaar voldoende om maximaal begrepen te worden.
Het meesterschap van Van Otterloo uitte zich zowel in het trainen en coachen van een orkestgemeenschap als in expressieve concertuitvoeringen. Hoor maar de suite van Bizet, vastgelegd in 1959.
De logische overstap van het Residentie Orkest naar het Concertgebouworkest in 1959 (toen Van Beinum overleed) was hem niet vergund. En omdat Philips zich na de vijftiger jaren terugtrok op het Concertgebouworkest, viel er discografisch een schaduw over het meesterschap van Van Otterloo. De heruitgave op cd van de deels mono, deels stereo opgenomen elpees, is dan ook erg interessant.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.