*

 
dossier

Archief

Beurs Johannesburg lokt buitenlanders

FRED DE VRIES − 27/05/95, 00:00

JOHANNESBURG - De saaie tijden voor de beurs van Johannesburg zijn voorbij. De beurs, opgericht in 1881, maakt zich op voor een van de opwindendste periodes uit zijn geschiedenis.

In de top vijftien komt de Johannesburg Stock Exchange (JSE) voor op een bescheiden veertiende plaats en moet net de Amsterdamse effectenbeurs voor laten gaan. Maar als de voortekenen niet bedriegen zal de JSE, nu nog alleen een gigant in Afrika, straks een paar plaatsjes kunnen klimmen.

Dit wordt het jaar van de structurele veranderingen van de JSE. Het is zelfs de vraag of de beurs over een jaar nog wel in het gebouw in de beroemde Diagonal Street zal zitten, als plannen om de handel geheel te automatiseren werkelijkheid zijn geworden. De offerte-aanvragen voor een gigantisch computersysteem gingen deze week al de deur uit. Mogelijk wordt het gebouw verkocht om die computers te financieren.

Na de jarenlange isolatie is Zuid-Afrika duidelijk bezig met een inhaalmanoeuvre. Het 17 man tellend JSE-comité (met slechts een zwart gezicht en geen enkele vrouw) heeft onlangs een omvangrijk herstructureringsprogramma goedgekeurd dat een vrijere handel in aandelen mogelijk moet maken en de regelgeving moet beperken, zodat de JSE zonder al te veel beperkingen de strijd om internationale investeerders aan kan gaan.

De boodschap achter de beoogde veranderingen luidt: de JSE moet vriendelijk voor buitenlanders worden, moet meer ruimte bieden aan zwarte investeerders, en moet lokale bedrijvigheid stimuleren.

Een van de belangrijkste wijzigingen is dat buitenlanders en Zuidafrikaanse banken zal worden toegestaan zich in te kopen in een beursbedrijf. In eerste instantie mag tot 30 procent worden ingekocht. Maar binnen een jaar wordt dat 100 procent. Vooruitlopend op die verandering hebben talloze Zuidafrikaanse makelaars al overeenkomsten met buitenlandse partners gesloten. Anderen zijn met Amerikaanse of Japanse bedrijven in zee gegaan.

Op de vraag waarom die buitenlandse investeerders zich op de Zuidafrikaanse beurs zouden begeven als een groot aantal JSE bedrijven ook al in Londen genoteerd staat, zegt de president van de JSE, Roy Andersen: “Om te beginnen staan er van de 635 bedrijven op de JSE slechts 87 genoteerd in Londen. Daarnaast is er hier een diepere markt, er zijn meer aandeelhouders. En bovendien kun je hier in de toekomst een betere prijs krijgen.”

Met dat laatste doelt Andersen op een aantal andere maatregelen die de concurrentiepositie van de JSE moeten verbeteren. Hij noemt de tweeledige handelscapaciteit voor makelaars (als agenten voor klanten en als zelfstandige handelaars), de introductie van de geautomatiseerde handel, nieuwe eisen voor noteringen, en geheel onderhandelbare commissie (nu ligt die tot 3 miljoen rand vast).

Ook zal er een einde komen aan de tweeledige markt. De officiële handel die zich afspeelt op de JSE moet worden samengevoegd met de officieuze handel (vooral in obligaties) die in handen is van de banken en verzekeraars. Dit moet leiden tot één officiële obligatiebeurs. Dreigementen van de banken om een alternatieve beurs op te richten zijn daarmee van de baan.

De veranderingen in de structuur van de effectenbeurs moeten nog door het Zuidafrikaanse parlement worden goedgekeurd.

Als alles volgens plan verloopt, gaan de veranderingen op 8 november van start. Andersen, die deze week in Kaapstad was om bij het parlementaire comité te lobbyen voor snelle doorvoering, is optimistisch en meent dat het parlement geen grote bezwaren zal hebben.

De man die sinds 1992 president van de JSE is, is sowieso een en al zelfverzekerdheid. Dat grote vertrouwen in de toekomst van de Zuidafrikaanse beurs klonk bijvoorbeeld ook door tijdens de presentatie van het JSE-jaarverslag afgelopen week. Anderson toonde zich daar uiterst verheugd over de resultaten tussen februari 1994 en februari 1995.

De waarde van de verhandelde aandelen was zo'n 31 miljard gulden, een nieuw record en een toename van 56,7 procent. Buitenlandse aankopen bereikten een recordhoogte van 10,6 miljard gulden.

Andere opmerkelijke wapenfeiten van het afgelopen jaar waren de samenwerking met de beurs van Nairobi, dankzij de African Stock Exchanges Association, en de vermelding van de JSE op de Morgan Stanley Index en de International Finance Corporation's Emerging Markets Index. Dit laatste zou vooral tot toenemende Amerikaanse interesse tot investeren op de JSE moet leiden.

Maar met de recente chaos in die andere 'emerging market', Mexico, in gedachten, blijft het de vraag hoe happig de Amerikanen zijn om hun dollars naar Zuid-Afrika te dirigeren. “We hebben de effecten van de Mexicaanse 'crash' goed doorstaan”, zegt Andersen. Het belangrijkste verschil tussen Mexico en Zuid-Afrika is volgens hem dat op de Mexicaanse beurs speculatief buitenlands kapitaal domineerde, en in Zuid-Afrika niet. “Buitenlanders maken een derde van onze handel uit. In Mexico was dat 70 procent.'

Ondanks de nog altijd zorgwekkende politieke situatie lijkt het risico voor investeren in Zuid-Afrika inderdaad niet buitengewoon hoog. De Economist Intelligence Unit in Londen houdt de risico-factor op 40 (op een schaal van 100), in de buurt van landen als Israël en Indonesië, en vrijwel alle Latijsamerikaanse landen. De recente afschaffing van het dubbele koerssysteem dat Zuid-Afrika lange tijd hanteerde, heeft de aantrekkelijkheid van de JSE verhoogd. “Investeerders hadden te maken met een extra risico, hetgeen alles nog eens extra ingewikkeld maakte”, zegt Andersen.

Ook de zwarte deelname aan de JSE is gegroeid, meldt de president trots. Waren een jaar geleden slechts twee zwarte bedrijven op de JSE genoteerd, inmiddels zijn dat er elf met een gezamelijke waarde van 4,3 miljard. “Met de aangekondigde privatiseringen van een aantal overheidsinstellingen zal het zwarte aandeel nog verder groeien.”

De JSE probeert de zwarte interesse in het beurswezen op allerlei manieren te entameren. Het afgelopen jaar is het aantal zwarten in het management van de JSE gegroeid van 22 procent tot 27 procent. Op de beursvloer zie je een handjevol zwarte deelnemers. Er zijn JSE-studiebeurzen voor zwarten, avondcursussen in investeren, uitgebreide rondleidingen voor zwarte scholieren, en ook een investeringsspel voor middelbare scholen waarmee prijzen van tienduizenden guldens zijn gemoeid.

Het grote struikelblok voor verdere groei in de zwarte deelname is de zogenaamde 'piramide structuur'. Om de buitenlandse investeerders te behagen wil de JSE de vertakte pyramide afschaffen. Dit betekent dat een op de beurs genoteerde moedermaatschappij slechts één genoteerde dochteronderneming mag hebben.

Zwarte conglomeraten voeren aan dat die piramide structuur hen eindelijk de mogelijkheid geeft te groeien zoals hun blanke tegenhangers dat in het verleden hebben gedaan. “Het zou niet eerlijk zijn als zwarten andere regels moeten volgen dan die oude regels die zo succesvol bleken voor de Oppenheimers en de Ackermans”, betoogde voorzitter van New Africa Investment Ltd, Dr. Nthato Motlana.

Het over deze kwestie verdeelde JSE-comité zal hier binnenkort besprekingen over voeren met een deel van het kabinet. Samen met de ministers zal de JSE naar een balans in de nieuwe regelgeving moeten zoeken, die zwarte investeerders beschermt en buitenlandse investeerders blijft interesseren.

mailIcon print |