MANILA - Een kleine sigarettenverkoper komt het gebouw van de vrijwilligersorganisatie Visayan Forum binnenstormen. Hij tilt de bak met handelswaar van zijn nek, zet het op de grond en begint erin te graaien. Verscholen onder de pakjes sigaretten komt er plots een boek te voorschijn. En met een stralend gezicht verklaart de 12-jarige Benny dat hij het boek alweer uit heeft en komt ruilen.
De jonge straatverkoper kan sinds een klein jaartje lezen en sindsdien verslindt hij het ene boek na het andere. Door financiële steun van het Visayan Forum kan hij nu naar school. In de namiddag en avond probeert hij gemiddeld tien pakjes sigaretten te verkopen, om zijn eigen eten te betalen. “Hij is onze grootste propaganda-jongen”, zegt Cecilia Oebanda van het Visayan Forum.
“Benny vertelt andere straatjongens over school en wat voor spannende boeken hij leest. Elke zondag als we open huis hebben voor de straatkinderen, neemt hij een of twee nieuwe jongens mee. Die proberen we dan ook te helpen en weer naar school te krijgen.”
Benny wil straks bouwvakker worden, of taxichauffeur. Eerst de school afmaken, zegt hij. Benny is al druk bezig een groep van 'minstens honderd' straathandelaartjes op de demonstratie van vandaag te krijgen, verklaart hij trots. “Ik vertel ze dat ze daar gratis eten krijgen. En ze kunnen daar ook nog sigaretten en snoep verkopen.”
Contact
Werkende kinderen kunnen het beste worden benaderd en geholpen via andere kinderen. Dat is een van de strategieën waarmee vrijwilligersorganisaties, vakbonden en kerkelijke instanties in de Filippijnen de strijd tegen kinderarbeid aangaan. Het belangrijkste doel is contact te krijgen met de kinderen, hun wensen en klachten te inventariseren en vervolgens te proberen ze weer naar school te krijgen, zegt Johannes Ortegea die namens de vakcentrale FFW een ILO-project in arme vissers- en boerendorpen coördineert.
Ortega heeft twintig bussen gehuurd om zo'n 600 vissers- en boerenfamilies uit de provincie naar de demonstratie te halen. Of ze ook komen, is onzeker. Ortega: “Ze moeten er toch vier tot zes dagen voor uittrekken om naar Manila te reizen, en voor sommigen is dat te lang.”
Hoeveel kinderen er precies in de Filippijnen werken, weet niemand. De ILO schatte in 1995 dat er in het land 3,7 miljoen kinderen tussen de 5 en 17 jaar werken, ofwel een op de zes kinderen. Ruim zestig procent van de kinderen werkt in de visserij of op de boerderij, en negen procent in de industrie.
Het Visayan Forum richt zich behalve op straatkinderen ook op de grote groep inwonende kindhulpen-in-de-huishouding. Volgens coördinator Cecilia Oebanda is dit een van de meest verwerpelijke vormen van kinderarbeid, omdat de meisjes ver van hun ouderlijk huis werken en vaak als slavinnetjes worden behandeld.
Schoonmaakster
De 24-jarige Edith Marayang heeft vanaf haar achtste jaar gewerkt als inwonend schoonmaakster. Sinds een klein jaar is ze voorzitter van Sumapi, thuiswerkersbond-in-oprichting, want officiële erkenning van de overheid is er nog niet. Ze zegt: “Thuiswerkers hebben een eenzaam en ellendig leven. Ik sliep vier uur per nacht op de keukenvloer, en moest het doen met de restjes van hun maaltijd. Ik kreeg alleen vrij om zondags naar de mis te gaan.” Tegenwoordig gaat Edith elke zondag naar een park in Manila waar deze meisjes - tussen de 8 en 24 jaar - hun spaarzame vrije tijd doorbrengen.
“Ze zitten meestal alleen op een bankje. Ik begin een gesprek en stel me voor als thuiswerkster. De meisjes zijn dolblij dat ze eindelijk aanspraak hebben. We proberen ze dan lid te maken van onze bond en te helpen op te komen voor hun rechten, zoals een fatsoenlijk salaris en een vrije dag per week. Een aantal jonge meisjes hebben we zelfs weer naar school gekregen.”
Edith is al weken bezig om de meisjes over te halen vandaag vrij te nemen, zodat ze bij de demonstratie kunnen zijn. “Ze moeten hun vaste vrije dag daarvoor verschuiven van zondag naar zaterdag. Ze verzinnen daarvoor een smoesje, want de meeste meisjes willen niet dat hun werkgever erachter komt dat ze naar die demonstratie gaan”, zegt ze. De mars zelf, zullen de meisjes niet gaan lopen. “Want als ze meerdere dagen weg zijn, worden ze ontslagen.”
De Filippijnse afdeling van de internationale textielwerkersbond ITGLWF is afgelopen september met de campagne 'oorlog tegen kinderarbeid' gestart. Ook zij traint jongeren om werkende kinderen te benaderen. De bond probeert minstens 10 000 mensen naar de demonstratiedag in Manila te krijgen en voor de daadwerkelijke mars tussen de 700 en 1000 mensen te verzamelen. Volgens de bond neemt de kinderarbeid in de textiel- en schoenenindustrie alleen maar toe, ondanks de acties. Annie Adviento, coördinator van de textielbond: “Wij proberen via CAO's afspraken te maken over kinderarbeid. En we zijn met zes proefprocessen bezig om werkgevers die kinderen inhuren, via de rechter aan te pakken. Maar de textiel- en schoenenindustrie maakt steeds meer gebruik van de goedkopere informele sector, en daarop hebben we geen zicht. Bovendien vindt de regering kinderarbeid onder de hoede van ouders niet verwerpelijk, en is het dus moeilijk daar wat tegen te doen.”
Ritsen
Volgens Adviento neemt ook de druk op kinderen toe, omdat de productiedruk toeneemt. “Kinderen zijn sneller. Een volwassene kan per uur 6 ritsen in een broek zetten. Een kind doet er 10 in een uur. Dus betaalt een opdrachtgever voor 10 ritsen per uur en zijn de ouders wel gedwongen om hun kinderen in te schakelen. Zo simpel ligt het economisch.”
De mars moet volgens Adviento vooral duidelijk maken dat elke vorm van kinderarbeid in de Filippijnen verwerpelijk is. “Dat is ons belangrijkste doel. Zelfs bij de regering is dat besef nog niet doorgedrongen. Ze zegt wel dat ze ertegen is, maar een overtuigend beleid tegen kinderarbeid is er niet. De oprechte wil ontbreekt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.