*

 
dossier

Archief

SGP kan zinnetje over doodstraf beter schrappen

HANS ABMA − 05/02/98, 00:00

Sinds jaar en dag neemt de SGP in zijn verkiezingsprogramma het zinnetje op: “In de (Grond)wet behoort de mogelijkheid te worden opgenomen dat bij levensdelicten, en onder duidelijk omschreven en strenge voorwaarden, de doodstraf moet worden toegepast.” Dat is ook het geval in Woord Houden, het verkiezingsprogramma voor 1998 tot 2002.

In zijn 80-jarige bestaan heeft de Staatkundig Gereformeerde Partij altijd voor herinvoering gepleit. In het nieuwe programma is geen nadere argumentatie te vinden maar in de inleiding wordt gerept van “de nood dat velen in de samenleving niet meer leven volgens Gods heilzame geboden.” In deze gedachte schuilt vermoedelijk ook de sleutel van de redenering van de SGP inzake de doodstraf. Deze luidt dat Gods Woord het richtsnoer moet zijn voor de inrichting van de samenleving en dat de overheid dienaresse Gods is. De Bijbel vraagt volgens de SGP-uitleggers duidelijk om de doodstraf, dus moeten wij die ook hebben, althans de mogelijkheid daartoe openhouden. Niet dat de SGP na herinvoering onmiddellijk vele executies wil, misschien wel geen enkele - voorlopig. Maar Gods Woord eist gehoorzaamheid en het schrappen van de doodstraf uit het Nederlandse recht is ongehoorzaamheid.

Eist de Bijbel inderdaad zo duidelijk de doodstraf en, als dat zo is, moeten wij die dan in deze tijd dus opnemen in ons recht? Als argument dat de Bijbel de doodstraf vereist wordt altijd verwezen naar twee plaatsen: Genesis 9:6 (Wie des mensen bloed vergiet diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt) en Romeinen 13 (Maar indien gij kwaad doet, weest dan bevreesd; want zij (de overheid) draagt het zwaard niet tevergeefs).

Om in beide teksten een gebod van God te zien inzake de doodstraf is vrij veel verbeeldingskracht nodig want in geen van beide teksten gaat het er letterlijk over. In de tijd van Noach bestond er niet eens een overheid, laat staan een strafrecht dat enigszins vergelijkbaar is met het onze. Veel meer voor de hand ligt het daarom om in deze tekst te lezen dat het kwaad zichzelf bestraft en dat God het vergieten van mensenbloed niet zal negeren. Heel Genesis 1-12 gaat immers over de strijd tussen goed en kwaad en de positie die mensen daarin moeten kiezen. En in Romeinen wil Paulus zijn lezers waarschuwen om geen aanstoot te geven, ook niet aan overheden, want haar reactie zal niet uitblijven. Het zwaard is hier symbool voor het geweldsmonopolie, niet exclusief voor de doodstraf. Het zou ook vreemd zijn als Paulus wel aan deze straf zou denken, want het zwaarste delict dat hij noemt is belasting niet op tijd betalen; niet bepaald een halsmisdrijf.

Niet dat de Bijbel nergens over de dood als straf spreekt. In Exodus, Leviticus en Deuteronomium zijn voldoende plaatsen te vinden die dat wel doen. Modern exegetisch onderzoek laat zien dat de meeste van die plaatsen niet zozeer een positieve rechtsregel bevatten, maar meer een uitdrukking geven aan gevoelens van rechtvaardigheid, “dat iemand dient te ontvangen wat hij verdiend heeft” (N.A. Schuman). De functie van de doodstraf in de Bijbel is bovendien vaak niet zuiver strafrechtelijk maar eerder religieus: zij wordt opgelegd voor afvalligheid van de rechte leer. Een voorbeeld hiervan is Achan die gestolen heeft van de oorlogsbuit die voor God bestemd is en dus onder een ban gesteld is (Jozua 7).

De vraag die daarom zeker ook gesteld moet worden is of wij op dezelfde manier tegen de doodstraf aan moeten kijken als twee à drie millennia geleden, met andere woorden: of resultaten van goed bijbelonderzoek ook automatisch onderdeel van onze ethiek moeten zijn. Moet iets, domweg omdat het in de Bijbel staat? De meeste theologen beantwoorden die vraag ontkennend. De Bijbel is niet een wetboek dat letterlijk uitgevoerd moet worden. Niemand zal overigens vinden dat dat wel moet, ook de SGP niet. We hadden dan geen democratie maar een theocratie, waarin de kerk de baas is. De doodstraf moest dan ook opgelegd worden aan homoseksuelen en overspeligen of aan wie zijn ouders niet gehoorzaamt, om maar een paar voorbeelden te noemen. Ook de Bijbeluitleggers van de SGP zullen een redenering hebben waarom dit toch niet hoeft. Ze gebruiken daarbij hun eigen morele inzicht en hun idee van wat de grondlijnen van de Bijbel zijn.

Hier wordt het interessant, want waar halen ze die ideeën vandaan? Mijns inziens kan dat niet anders zijn dan uit hun eigen gezond verstand. Je kunt het ook verlichting door de Heilige Geest noemen, maar dan blijft toch het probleem waarom de Heilige Geest zoveel mensen zo verschillend verlicht. En wat is dan het criterium voor de juiste verlichting? Mijn oplossing voor dit probleem is de gedachte dat God door mensen werkt en dat christenen in een goede discussie met elkaar en aan de hand van wat zij ervaren als de grondwaarden van het geloof moeten uitmaken wat God vandaag van ons vraagt. Moderne inzichten op grond van wetenschap en ervaring spelen natuurlijk een belangrijke rol. Maar de bijbel als inspiratiebron ook. Die schetst een beeld van waar het heen moet en vanwaar wij onze hulp moeten verwachten. De bijbel schetst ook hoe feilbaar mensen zijn en hoezeer zij van Gods genade afhankelijk zijn. Paulus maant zijn lezers derhalve niet zelf wraak te nemen maar dat aan God over te laten. Zo moet het ook in de rechtspraak zijn. Mensen zijn te klein om werkelijk te kunnen oordelen over het leven van anderen. De SGP zal dat erkennen. Vooroordelen en vergissingen kunnen een rol spelen en tot onherstelbare daden leiden. Rechtspraak moet zich afspelen binnen de grenzen van het menselijke en niet het onmenselijke van het delict herhalen, ook niet in naam van God. Genoegdoening door de straf moet erin zitten, dat de principes van de rechtsstaat, waaronder eerbied voor het leven, hooggehouden worden en allen daarin een les leren. Dat is weinig, maar welke straf geeft de nabestaanden van een vermoord persoon werkelijk genoegdoening? Ook de doodstraf niet. Goede argumenten voor deze straf zijn er eigenlijk niet, niet in de sfeer van voorkoming (afschrikking) van delicten - dat is nu wel genoegzaam bewezen - en ook vergelding niet. Een staat geeft een visitekaartje af in het strafrecht dat hij toepast. Een staat die doodt in naam van het recht, geeft een verkeerd voorbeeld aan zijn burgers en laat zien dat eerbied voor het leven niet werkelijk vooraan komt.

Mijn suggestie aan de SGP zou zijn om zich nog een keer te bezinnen op de eerbied voor het leven. Voor deze partij is dat blijkens zijn programma een fundamentele waarde. “Niemand weet wat leven is, dan dat het gegeven is. (...) Ons leven ligt niet in onze eigen hand (...) Eerbied voor het leven houdt in dat het leven niet voortijdig en doelbewust wordt afgebroken”, schrijft de partij zelf al. Het zinnetje over de doodstraf weglaten maakt het SGP-programma een stuk consequenter.

mailIcon print |