KWANGJU (ANP) - Ontzettend interessant, vond bondscoach Joop Alberda de beide confrontaties met Zuid-Korea in Kwangju, waar de Nederlandse volleybalselectie ook het negende (3-1) en tiende duel (3-0) in groep C van de World League won.
Hij zei dat natuurlijk uit opluchting, omdat de Aziaten Oranje in Amsterdam-Zuid bijna onaangenaam hadden verrast, maar ook om een aantal andere redenen. De belangrijkste was niet de ontdekking, maar het bewijs dat de ploeg reserves heeft, van vlees en bloed maar ook immateriële, die een wedstrijd een totaal ander aanzien kunnen geven.
De reddingsboei kwam beide keren van de bank. Rob Grabert en Henk-Jan Held waren vrijdag de invallers die met hun voortrekkersrol de blijvers Peter Blanché, Ron Zwerver, Jan Posthuma en Ronald Zoodsma beter lieten functioneren, met name blokkerend. Het scorend vermogen van de nepdefensie (27 punten en vier keer herovering van de opslag) was uitzonderlijk. Een dag later sprongen Olof van der Meulen, wiens kwaliteiten als pinch hitter al genoegzaam bekend waren en Bas van de Goor in voor respectievelijk Held en Zoodsma.
Met name de (r)entree van Van de Goor bracht Alberda in een ingetogen jubelstemming. De benjamin van 2,09 meter uit Apeldoorn was nog geen 24 uur eerder als een lange sliert ellende van het veld gehaald, omdat hij als stopper geen vat kreeg op de Koreaanse toverballen bij de opslag. De inzinking bleek zeer tijdelijk.
Met Van de Goor kwam bij 1-7 in de tweede set het keerpunt. Een paar blocks uit het boekje maakten hem 'los', waardoor hij aanvallend door het midden ook ongrijpbaar werd voor de toch lang niet misselijke veldverdediging van de Koreanen, die laag bij de grond altijd tot wat grote hoogte konden stijgen. Alleen Van de Goor's grijns na afloop zei al meer dan drie alinea's tekst.
“Hij is toch in staat zich binnen een dag na zo'n deceptie te hervinden”, prees Alberda de neo-international. “Tegen Cuba speelde hij vrijuit en fantastisch. Maar dat creëert wel een verwachtingspatroon waaraan hij wil voldoen. Dat is echter een van de moeilijkste taken van een sporter. Ik eis het ook niet. Van mij moet hij zijn best doen en mag hij goed spelen.”
Van de Goor was zeker niet de enige meevaller bij de peiling van de progessie. De stijgende lijn werd met nadruk doorgetrokken. Zwerver, die onlangs zei pas voor de WVL-eindronde echt te beginnen, lijkt zich te hebben bedacht. Kwangju was de start. Het voorbeeld van de Nederlandse volleybalschool heeft op de automatische piloot al zijn waarden, spelend vanuit het hart is zijn aanwezigheid een heel groot goed.
Gewonnen werd dus aan kwaliteit en aan concentratie. Bovendien werd bewezen dat de conditie toereikend is voor twee zware wedstrijden binnen 24 uur, met jetlag in het achterhoofd. “En dat is geen sinecure”, doceerde Alberda. Cuba, dat tweemaal moet winnen om nog eerste te worden in de groep, wacht dus een warm onthaal in Eindhoven. Te meer omdat Nederland voor hetzelfde doel waarschijnlijk niet eens twee keer met 2-3 mag verliezen.
De erg nuttige 3-0 van zaterdag in het volle Gymnasium van Kwangju doet een voorspoedig verloop vermoeden. Op de overwinning viel niets af te dingen, maar heel vlot en gladjes ging het niet. Er moest op linke momenten ergenis worden verbeten wegens enkele aanvallen van zinsbegoocheling bij scheids- en lijnrechters en er moest bovenal geduld worden opgebracht. De eerste twee sets vergden bij elkaar meer dan anderhalf uur. Het was vechten om de opslag en vaak doordraaien.
De duur en de tegenstand verrasten hem niet. Een confrontatie met de Koreanen is tegenwoordig meer dan alleen een krachtmeting tussen de Europese aanval en de Aziatische verdediging.
“Ik ben onder de indruk geraakt van deze Koreanen. De huidige ploeg is veel beter dan die van vorig jaar. Bovendien zijn ze hondsbrutaal geworden. Het is ook een verdienste dat we ons niet gek hebben laten maken”, zei Alberda.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.