De eerste pauze was het speelkwartier. Maar achteraf gezien hadden die vijftien minuten maar weinig met de werkelijke betekenis van het woord te maken. De (school) pauze droeg niets rustigs in zich. Je maakte je druk om de rij voor de gevulde koekenverkoper in de hal en zo niet, dan moest je haasten omdat het buiten de schoolhekken altijd aardiger was dan daarbinnen.
De tweede pauze was de afwezige pauze van de punk(muziek). Met de komst van de Sex Pistols en de Ramones bleek de herrie van een (overigens altijd kort) optreden ononderbroken. De beginklanken van de nieuwe nummers begonnen al, terwijl de echo van de laatste tonen nog niet weggestorven waren. De enige onderbreking bestond soms uit het one, two, three, four, gabba, gabba hey! van de broertjes Ramone, maar verder was van een pauze geen sprake.
Rust! Nu is de derde pauze aangebroken. Meer en meer zoek ik de stilte tussen de nummers en de verzen. In zijn gedichtencyclus over de apostel Paulus ('Apostel na de twaalf', 1992) heeft de Vlaamse priester en dichter Anton van Wilderode vlak voor de moord op Stephanos (zeven gedichten) twee pauzenummers ingelast. Pauzeren is rusten. Het gedicht beschrijft de heerlijke stilte van de siësta in Klein-Azië, aangevuld met de geruststellende gedachte aan brood en wijn. Het laatste vers leest zo:
De wereld die bestààt heeft hier geen vat, is elders met bewegen jachten háásten. De zon legt roerloos rood in lege glazen Namiddag rust in een vergeten gat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.