*

 
dossier

Archief

Atkinson blaast als een wilde roodharige tijger

FRED TROOST − 29/01/96, 00:00

De 19-jarige Vanessa Atkinson werd dit weekeinde de nieuwe nationale squashkampioen bij de vrouwen. Dat zorgde voor veel vreugde, niet alleen bij de jonge titelhoudster zelf, maar ook bij de verantwoordelijken in de squashbond. Het credo 'de jeugd breekt door' lijkt concreet inhoud te krijgen. Zelf kijkt de nieuwe kampioene daar wat nuchterder tegenaan: “Ik denk dat ik de kampioen voor de komende tien jaar ben, want concurrenten zie ik niet.”

De squashbond (NSRB) heeft een probleem. Verheugend is dat de belangstelling voor deze typisch Britse sport snel toeneemt. Volgens een NIPO-enquête doen 1,2 miljoen Nederlanders 'wel eens' aan squash. Het aantal squashbanen groeit, squash is een moderne vrijetijdsbesteding met een uiterst sportief imago. De bekendheid met het produkt is aanzienlijk gestegen, de merknaam klinkt 'snel', squash is onderdeel van een gewilde life-style. Toch is het aantal leden van de bond slechts 43 000.

De kreet die de NSRB vorige week lanceerde dat squash de vierde sport van Nederland is, doet dan ook wat misplaatst aan. “Ik was ook verrast toen ik het las”, geeft Philip van der Ven toe, sprekende over de 1,2 miljoen uit de enquête. “Maar als je nagaat hoeveel mensen in quizzen op tv als hobby squash opgeven, mag je de conclusie trekken dat we goed in de markt liggen.”

Van der Ven is voorzitter van de NSRB. Toen hij aantrad, zes jaar geleden, voorspelde hij een snelle groei naar honderdduizend leden en tweeduizend banen in het jaar 2000. In beide voorspellingen is hij iets te optimistisch geweest, maar dat komt wel vaker voor bij voorzitters van sportbonden. Niettemin zijn de huidige ontwikkelingen ook niet mis. Het aantal leden groeide van vijftien- tot 43 000 en er zijn momenteel 1666 squashbanen in Nederland.

Hoe is het gat tussen die 1,2 miljoen en de 43 000 dan verklaarbaar? Van der Ven: “Iemand die een potje gaat squashen is nog geen lid van de bond. Een baaneigenaar die zijn centrum commercieel beheert, heeft geen belang bij afdracht van geld aan de bond, dus worden veel squashers niet als lid opgegeven. Ik vind dat niet terecht. Ik vind dat alle squashclubs zich bij de NSRB moeten aansluiten. Eigenlijk vind ik het een beetje flauw als ze dat niet doen, want de NSRB moet wel contributie aan de wereldbond afdragen naar rato van het aantal banen.”

pleidooi

Van der Ven begrijpt wel dat eigenaren van squashcentra commerciële belangen laten prevaleren, maar de ontwikkeling van topsquash in Nederland is daarmee niet gediend. In dat licht is ook het pleidooi van bondscoach Jonah Barrington begrijpelijk. De Engelsman: “Ik zou graag kindvriendelijke clubs willen, waar tijd wordt uitgetrokken om jonge talenten op te leiden. Je moet daarmee vroeg beginnen. In Nederland gaapt er een enorm gat tussen de jeugd en de huidige generatie. Als dat niet snel verandert, vrees ik dat Hugoline van Hoorn tot 2010 kampioen van Nederland blijft”, stelde Barrington vorige week.

Gistermiddag werd hij al uit zijn droom geholpen, want Vanessa Atkinson (19), die al enkele jaren wordt gezien als hèt grote squashtalent, onttroonde de meervoudig titelhoudster Van Hoorn (27). Dat gebeurde in een boeiend duel, waarvoor de speelsters vijf games nodig hadden (9-7, 4-9, 2-9, 9-6, 9-6). In de wedstrijd deed het verschil in speelstijl zich gelden: Van Hoorn verdedigend, gecontroleerd, geroutineerd; Atkinson aanvallend, onstuimig, riskant spelend. Voor de uitstraling van squash als een sport vol emotie was de winst van Atkinson een prima zaak. 'Nessy', zoals ze in aanmoedigingen wordt aangeduid, blaast als een wilde roodharige tijger en maakt op momenten dat het tegenzit het geluid van een kat die geknepen wordt. Zij slaat met haar racket tegen de wand van de baan als ze een bal mist, en komt na een pauze tussen twee games te laat op de baan wat haar een waarschuwing oplevert. Maar het mooiste aan haar spel is natuurlijk dat ze voortdurend de aanval kiest en het risico niet schuwt. Daardoor maakt ze wel meer fouten dan haar tegenstandster. Van Hoorn had daarop gegokt: “Zij nam de risico's. Ik speculeerde erop dat zij wel fouten zou maken. Op het eind kwam ik toch net te kort; ik vind het niet erg om te blijven lopen, maar vandaag was ik op het eind niet fit meer. Toch moet Vanessa vooral niet denken dat ze er al is. Op den duur wordt ze mijn opvolgster, maar nu nog niet. Ik ben zeker op revanche uit”, aldus de kampioene van 1991, 1993, 1994 en 1995.

Dat weet Atkinson dus. De jonge Dordtse was haar eerste finale onbevangen ingegaan. “Ik zat vol lachjes van binnen. Ik moest steeds aan mijn ouders denken die daar zaten en ik dacht: wat doe ik hier eigenlijk.” Het was haar eerste winst op Van Hoorn. “Ik heb, denk ik, wel tien keer van haar verloren.” Het wil er bij Atkinson dan ook niet in dat de periode-Van Hoorn voorbij is. “Ik probeer nuchter te blijven. Hugoline staat in de wereld-top 30, ik sta 36. Dat ik nu een keertje van Hugoline win, wil niet zeggen dat zij het niet meer kan. Als we morgen weer tegen elkaar spelen, kan het best zijn dat zij dan wint.” Atkinson ziet de titel als een mijlpaal, maar ze is nog lang niet op haar top. “Ik moet nog veel ervaring opdoen, vooral in het buitenland. In de zomer reis ik drie maanden de circuits langs in het Verre Oosten.”

Ze is na het behalen van haar vwo-diploma fulltime professional geworden. “Financieel gaat dat net. Ik krijg steun van NOC*NSF, kleding en materiaal van sponsors. Het duurste zijn de vluchten. Ik verdien wat door competitie in Nederland, België en Duitsland te spelen. Het gaat net, ik houd niks over. Maar het is een bewuste keus van mij om te gaan squashen. Daarnaast ga ik misschien een cursus volgen, maar dat is meer ter afleiding dan als opleiding.”

Atkinson werd bij de prijsuitreiking geflankeerd door Van Hoorn en Babette Hoogendoorn (derde). Hoogendoorn was zes jaar lang ongeslagen Nederlands kampioen vóór Van Hoorn. Nu al staat vast dat Atkinson bij gebrek aan opvolging jaren Nederlands kampioen kan blijven. De enige bedreiging komt van ouderen. “Het is triest”, zegt ze, “dat er in de verste verte niemand is die met mij kan concurreren. Een paar jaar terug waren we nog met een groepje meiden. Die anderen hadden er niet genoeg voor over. Nu ben ik de enige die is overgebleven. Zo kan ik nog wel tien jaar kampioen blijven.” Dat slechts driehonderd kijkers de finale bijwoonden, kan Atkinson wel billijken. Zo relativeert ze ook de 1,2 miljoen squashers. “Het is vooral een recreatiesport. 99,9 procent van de spelers weet echt niet wie Hugoline van Hoorn is, laat staan Vanessa Atkinson.”

mailIcon print |