Op de Podiumpagina van 5 april drukten wij een open brief af van de directeur van een thuiszorg-stichting aan minister Borst: een noodkreet over het verdwijnen van de regeling intensieve thuiszorg. Mevrouw Borst beantwoordde deze brief op 9 april, gevolgd door een nieuwe brief van haar opponent (12 april). Als slot van de discussie nogmaals de minister van VWS. Plus nog twee artikelen waaruit bezorgdheid over thuiszorg en verpleeghuiszorg spreekt. De auteur is minister van volksgezondheid, welzijn en sport
In een reactie op uw eerste brief schreef ik al dat meneer Smit zowel voor als na zijn ziekenhuisopname in aanmerking kwam voor thuiszorg. Die thuiszorg valt onder de zogenoemde 'algemene thuiszorg' en wordt vergoed via de AWBZ. Een duidelijk geval.
In uw tweede brief zegt u dat voor intensieve thuiszorg voor terminale patiënten geen geld beschikbaar is in de AWBZ. Dit klopt echter niet. Er is wel degelijk, toen op 1 januari jl. de nieuwe regels voor de vergoeding van de thuiszorg van kracht werden, een bedrag voor terminale thuiszorg naar de AWBZ overgeheveld. Twaalf miljoen gulden, om precies te zijn. Dit geld kwam uit de regeling intensieve thuiszorg en was bestemd voor personen als meneer Smit. De zorg die meneer Smit van u heeft gekregen, kunt u daaruit vergoed krijgen.
Uit mijn eerdere brief had u al begrepen dat de rekening van de thuiszorg van meneer Smit gewoon betaald zal worden. In uw tweede brief stelt u nog een ander onderwerp aan de orde: marktwerking. Ik wil daar in deze brief niet al te diep op ingaan. Ik wil er wel dit van zeggen.
Staatssecretaris Erica Terpstra en ik willen de thuiszorginstellingen stimuleren om zo doelmatig mogelijk te werken: veel mensen die directe zorg leveren, weinig mensen op de kantoren achter bureaus. Een van de manieren om dat voor elkaar te krijgen, is nieuwe thuiszorgorganisaties een kans geven. Overigens onder scherpe voorwaarden en maar voor een klein stukje van het hele thuiszorgbudget van 3 miljard gulden. U suggereert dat dat ten koste gaat van zorg aan terminale patiënten, maar daar heeft dat niets mee te maken.
Het heeft wel te maken met de taak van de staatssecretaris en mij om te zorgen voor zuinig gebruik van geld dat voor (thuis)zorg bestemd is en zoveel mogelijk mensen die deze zorg nodig hebben in gelijke mate daarin te laten delen.
Uw zorg dat er steeds minder tijd is om eens een praatje te maken met een patiënt, een bemoedigend schouderklopje te geven, delen wij. Dat wil niet zeggen dat we niet doelmatig moeten omgaan met de miljarden guldens die in Nederland in de gezondheidszorg worden besteed. Integendeel, hoe doelmatiger men de zorg organiseert, des te meer tijd er is voor de 'aandacht' voor patiënten waarover u schreef.
Fijn dat u bent ingegaan op onze uitnodiging om op het departement te komen praten. Onze briefwissleing rond ik hiermee graag af.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.