Het grappige woord 'kappertje' heeft niets met de kapper te maken. De Grieken kenden de kapparis al, waarschijnlijk net als de Arabieren bij de Perzen geproefd: kabar. In middeleeuwse Arabische kookboeken vind je dus heel wat ingelegde kappers. En dat recept hebben ze uitgestrooid over het hele Middellandse zeegebied. Ook in Tunesië, waar ons gerecht vandaan komt (lahm bi kabbar).
Per persoon: 1 eetlepel olijfolie 1 lamslapje 1 theelepel sambal stukje uitgeperst knoflook mespunt gemalen koriander mespunt karwijzaad zout 1 1/2 dl water 1 dessertlepel tomatencoulis 2 eetlepels kappers 1/2 losgeklopt ei 20 g geraspte goudse 1 dessertlepel fijngeknipte koriander bloemkoolroosjes tomaten uit blik maïzena
1. Het lapje insmeren met alle kruiderij en zout. De rand hier en daar licht inknippen. De olie verhitten in een snelkookpan, het vlees bruinbakken. Water gemengd met tomatencoulis erbij, 20 minuten koken onder druk (gewone pan uurtje, voor twee evenveel vocht).
2. Kappers laten uitlekken, ei mengen met Goudse en kruid. Lapje in vuurvaste schaal leggen, bedekken met kappers en dan met kaas. Onder de grill tot de kaas begint te kleuren.
3 . Bloemkool 3 minuten koken in ruim water. Rond het lapje leggen, met een paar tomaten ertussen. De met maïzena gebonden jus erover. Brood erbij. En Macon.
Vooraf: Bietenslaatje. Op een hoopje gemarineerde biet komen partjes ei en zwarte olijven, plus afgespoelde ansjovisfileetjes. Eromheen radijsjes en fijngesneden sla.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.