PEKING - “Iedere dag als ik die paar personen met lage IQ's op tv slechte shows zie geven, schaam ik me dat ik Chinees ben. We hebben zoveel getalenteerde mensen onder de 1,2 miljard Chinezen. Alleen democratie is het juiste mechanisme om dergelijke capabele mensen te vinden en te gebruiken.”
Aldus de gedachtengang die een anonieme gebruiker van het wereldwijde computernetwerk Internet vanuit China naar “mijn landgenoten aan de andere kant van de Oceaan” stuurde. De landgenoten, Chinezen die in de Verenigde Staten werken of studeren, zetten de elektronische brief van de anonieme dissident op het World Wide Web, waar iedere Internet-gebruiker ter wereld hem kan lezen.
Ook de gebruikers van de naar schatting tienduizend computers in China die aangesloten zijn op Internet konden, als ze dat wilden, van de scheldpartij op de Chinese leiders kennis nemen. Net als ze de oproepen van de Independent Federation of Chinese Students and Scholars in de VS kunnen lezen. Deze organisatie vraagt handtekeningen voor een petitie die de vrijlating eist van dissident Wei Jingshen, die afgelopen december voor de tweede maal voor vijftien jaar achter de tralies verdween.
Internet doet voorzichtig zijn intrede in China, en steeds meer Chinezen gebruiken het als een nieuwe mogelijkheid om contact te onderhouden met de buitenwereld. Maar de Chinese autoriteiten zijn minder blij met de elektronische revolutie. De Chinese communistische leiders staan voor een groot dilemma: meeprofiteren van de mogelijkheden die de nieuwe informatiestroom met zich meebrengt, of China afkappen van alle ongewenste informatie.
De afgelopen jaren kozen de autoriteiten voor de eerste optie. De Chinese leiders kunnen de verleiding niet weerstaan om de buitenwereld te laten zien hoe modern het land aan het worden is. Vandaar dat ze voorzichtig onderhandelen met computergiganten als Microsoft. Deze zien op hun beurt in China een enorme potentiële markt voor personal computers en Internet. Volgens hen is de opmars van de PC, waarvan er nu nog slechts een half miljoen zijn, niet meer te stuiten. En, zo denken ze, de aansluitingen op Internet zullen evenredig snel volgen. De baas van Microsoft, Bill Gates, kwam daarom al tweemaal in China op visite en werd daarbij ontvangen door president Jiang Zemin persoonlijk.
De Chinese autoriteiten voelen dat ze niet om Internet heen kunnen, omdat de nieuwe media kansen bieden voor het Chinese zakenleven. De provincie Zhejiang begon onlangs haar eigen homepage, 'Het gouden duiven-project' genaamd, op Internet. Een computerbedrijfje uit Shanghai begon de rubriek 'China online'. Niet alleen kunnen gebruikers daar informatie over reizen in China opvragen, ook kunnen ze vanachter hun computers Chinese produkten, van antieke vazen tot en met kunstbloemen, bestellen.
Ook maken de 108 aangesloten Chinese universiteiten dankbaar gebruik van Internet. Chinese wetenschappers, die tot zich tot nu toe afgesloten voelden van de wereld, kunnen nu via de computer informatie uitwisselen met het buitenland. Tot voor kort moesten researchers, wilden ze onderzoek doen op internationaal niveau, zelf naar westerse universiteiten reizen. Niet alleen kostte dat veel geld, de meeste wetenschappers kwamen niet meer terug naar China.
Met alle nieuwe mogelijkheden om commerciële en wetenschappelijke gegevens uit te wisselen, komt er ook een stroom van informatie binnen, die de Chinese autoriteiten liever buiten de deur houden. En het gaat hier niet alleen om politieke boodschappen. De People's Daily publiceerde onlangs een brief van een boze moeder, die had ontdekt dat haar zestienjarige zoon zijn nieuwe computer vooral gebruikte om pornografie te bekijken.
De Chinese leiders zijn daarom druk op zoek naar manieren om de informatie te censureren. “We zijn met de autoriteiten aan het bespreken hoe we het probleem van de ongewenste informatie op kunnen lossen. Iedere week hebben we vergadering, want de regering wil een Internet-wetgeving maken”, aldus Zhang Liping, directeur van International United Online (IUOL), een bedrijfje dat in Peking vanaf zijn oprichting vorig jaar juni driehonderd Internet-aansluitingen verkocht. “Jonge mensen zijn erg makkelijk te beïnvloeden. We moeten vooral voorzichtig zijn met wat we de universiteitsstudenten voorschotelen. Aan de andere kant kunnen studenten al jaren lang naar het buitenlandse nieuws luisteren op de BBC en Voice of America, dus zoveel nieuwe informatie is er niet op Internet.”
Niettemin wordt het aantal studenten dat gebruik kan maken van de faciliteiten op de universiteiten streng in de hand gehouden. In het computercentrum van de Peking Universiteit staat een twintigtal computers die toegang verschaffen tot e-mail (elektronische post) en het World Wide Web. Maar het zijn de leerkrachten die de wachtwoorden, die toegang geven tot het net, kennen en zij controleren welke studenten gebruik maken van de computers. Meestal zijn het alleen studenten informatica die onder strenge begeleiding het netwerk mogen bekijken. De computers staan ook allemaal in publieke plaatsen en nooit op de kamers van de studenten of zelfs bij leerkrachten thuis.
Directeur van het computercentrum Zhang Xinghua ontkent echter dat het hier om censuur gaat. “We moeten het gebruik van het netwerk per uur betalen. Als alle studenten hier maar zo gebruik zouden maken van Internet, zou het veel te duur worden. Dus kunnen ze op de computer in de bibliotheek alleen het interne netwerk, met de schoolinformatie, bekijken. Dat is gratis.”
Behalve dat het aantal gebruikers wordt beperkt, proberen de Chinese autoriteiten ook het e-mailverkeer te controleren. Dit gebeurt op dezelfde manier als het handige computerexperts in het Westen lukte om de doorgegeven nummers van creditcards af te kijken en ze vervolgens naar eigen goeddunken te gebruiken. Maar er is geen sluitende manier te bedenken om àlles te controleren.
Internet biedt, in ieder geval voor een aantal intellectuele Chinezen, wel degelijk nieuwe mogelijkheden. Konden ze tot voor kort alleen naar het wereldnieuws op de radio luisteren, nu worden er, via de computer, actief politieke discussies gevoerd. Vooral de Chinezen die naar het Westen trokken voor werk of studie hebben veel contact met hun landgenoten die achterbleven. De discussie die volgde na de arrestatie van Wei Jingshen ging dagenlang door. Het Amerikaanse vrijwilligersnetwerk China News Digest stuurde eerst Wei's gewraakte, en in China verboden, artikel 'De vijfde modernisatie' de wereld in. Daarna volgden allerlei verschillende reacties, zowel voor als tegen Wei Jingshen.
Dat China al langer online is, en dat vooral dissidenten er dankbaar gebruik van maken, bleek overigens al in 1989. Ook in die tijd waren het vooral universiteitsprofessoren die toegang hadden tot de eerste aansluitingen en er werd driftig informatie uitgewisseld over de studentenacties. Het bleek toen al dat progressief denkende professoren geen zin hadden de toegang voor studenten tot het net te beperken.
Vandaar dat de Chinese regering zich zorgen maakt. Onlangs besloot ze voorlopig geen nieuwe aansluitingen meer toe te staan, totdat de voorgenomen 'Internetwetgeving' klaar is.
Maar ook de Chinese communisten weten dat ze de elektronische revolutie moeilijk kunnen stoppen. “Internet zal, nog meer dan de faxmachine, een grote vluchtroute worden voor de censuur van de Chinese overheid”, aldus Michael Craig van de Canadese mensenrechtengroepering die de faxnummers van Chinese leiders verspreidde. “En tegen alle spionnen van de Chinese ministeries die Internet willen afkijken, zeg ik: 'Welkom in de vrije wereld!' ”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.